NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 IMRO2008 PRPT2008 true NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 1 Zuidplas Noord document 0

Opdrachtgever:
Gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle
Titel rapport:
Bestemmingsplan 'Zuidplas Noord'
Rapporttype:
Toelichting – regels - verbeelding
Rapportnummer:
211X02403.043708_1
Datum:
16 juni 2009
Concept:
concept-bestemmingsplan – 29 mei 2008
Voorontwerp:
voorontwerp bestemmingsplan – 16 juni 2008
Ontwerp:
ontwerp bestemmingsplan – 12 februari 2009
Vaststelling:
vastgesteld bestemmingsplan 16 juni 2009
Trefwoorden:
Bestemmingsplan, Zuidplaspolder, woongebied Moerkapelle Oost en Zuid, glastuinbouw, glastuinbouwbedrijvenlandschap, lanen, linten en tochten, regionale infrastructuur
Beknopte inhoud:
Betreft de juridisch-planologische regeling voor de ontwikkeling van het projectgebied 'Zuidplas-Noord' – plandeel Zevenhuizen-Moerkapelle

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 2 Toelichting toelichting 1 NL.IMRO.s0 NL.IMRO.s2601

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 3 Regels regels 1 NL.IMRO.s0 NL.IMRO.s3362

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 4 hoofdstuk 1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels hoofdstuk 2 NL.IMRO.s2601 NL.IMRO.s2838

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 5 artikel 1 Artikel 1 Begrippen artikel 3 NL.IMRO.s2602 NL.IMRO.s2816

In deze regels wordt verstaan onder:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 6 1.1 1.1 het plan: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2605

het bestemmingsplan 'Zuidplas Noord' van de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 7 1.2 1.2 de verbeelding: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2606 NL.IMRO.s2604

de kaart behorende bij het bestemmingsplan 'Zuidplas Noord' met tekeningnummer 08BROBO057;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 8 1.3 1.3 aanduiding: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2607 NL.IMRO.s2604

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze re-gels, bepalingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 9 1.4 1.4 aanduidingsgrens: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2608 NL.IMRO.s2604

grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 10 1.5 1.5 aaneengesloten woning: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2609 NL.IMRO.s2604

een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde gestapelde woningen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 11 1.6 1.6 aan-huis-verbonden bedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2610 NL.IMRO.s2604

het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van een ambachtelijk bedrijf of ambachte-lijk bedrijfsactiviteiten, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebou-wen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend;

:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 12 1.7 1.7 aan-huis-verbonden beroep: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2611 NL.IMRO.s2604

het in een woning (met inbegrip van aanbouwen en bijgebouwen) beroepsmatig verlenen van dien-sten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, waaronder tevens begrepen de beroepen van schoonheidsspecialist(e), mani- en/of pedicure en kapper, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 13 1.8 1.8 aanpijling: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2612 NL.IMRO.s2604

een blijkens de daarop voorkomende verklaring als zodanig opgenomen aanduiding, die aangeeft welke bestemming/aanduiding van toepassing is op de aangepijlde gronden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 14 1.9 1.9 aanbouw/uitbouw: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2613 NL.IMRO.s2604

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, dan wel als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw (door de vorm) onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architecto-nisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 15 1.10 1.10 achtergevel: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2614 NL.IMRO.s2604

een van weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 16 1.11 1.11 afhankelijke woonruimte: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2615 NL.IMRO.s2604

een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woningen en waarin een ge-deelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 17 1.12 1.12 afvalcontainer: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2616 NL.IMRO.s2604

een container voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet milieubeheer;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 18 1.13 1.13 afvalverzamelsysteem: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2617 NL.IMRO.s2604

een bouwwerk of container, al dan niet ondergronds, welke dient voor de inzameling van afval als-mede goederen die na bewerking voor wedergebruik in aanmerking komen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 19 1.14 1.14 agrarisch bedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2618 NL.IMRO.s2604

een bedrijf dat geheel of overwegend gericht is op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of het fokken of houden van dieren;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 20 1.15 1.15 agrarisch bedrijfsgebouw: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2619 NL.IMRO.s2604

een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 21 1.16 1.16 agrarisch bouwvlak: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2620 NL.IMRO.s2604

een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan bebouwing met een hoofdgebouw of bij elkaar behorende gebouwen ten behoeve van een agrarisch bedrijf is toege-staan;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 22 1.17 1.17 agrarisch grondgebonden bedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2621 NL.IMRO.s2604

een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 23 1.18 1.18 ambachtelijk bedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2622 NL.IMRO.s2604
  1. een bedrijf voor de uitoefening van producerende en/of verzorgende ambachten, met uitzondering van winkelambach-ten, waarvoor een belangrijk deel in handwerkgoederen worden bewerkt, geïn-stalleerd of hersteld, voornamelijk direct ten behoeve van de uiteindelijke gebruiker of verbruiker en hetwelk wordt gekenmerkt door hetgeen is vermeld onder b;
  2. een bedrijf waarvan de uitoefening plaats heeft onder (één van) de volgende omstandigheden:
  • het productieproces wordt grotendeels 'met de hand' of althans niet in hoofdzaak gemechani-seerd, geau-tomati-seerd of met behulp van werktuigen die door energie-bronnen buiten de menselijke arbeidskracht worden aangedreven, uitgevoerd;
  • voor zover van laatstbedoelde werktuigen gebruik wordt gemaakt, zijn deze als ondergeschikt te beschouwen aan de menselijke handvaardigheid;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 24 1.19 1.19 antenne-installatie: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2623 NL.IMRO.s2604

installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een tech-niekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 25 1.20 1.20 archeologische waarden: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2624 NL.IMRO.s2604

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 26 1.21 1.21 architectonische waarde: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2625 NL.IMRO.s2604

de aan een gebouw toegekende waarde gekenmerkt door de opbouw en/of indeling van de buitengevel, de dakopbouw en het materiaal en/of kleurgebruik eventueel in samenhang met de omge-ving;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 27 1.22 1.22 assimilatiebelichting: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2626 NL.IMRO.s2604

kunstmatige belichting van gewassen, gericht op de beïnvloeding van het groeiproces van de gewassen, waarvan het elektrische vermogen op enig moment meer bedraagt dan 20 W/m2;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 28 1.23 1.23 as van de weg: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2627 NL.IMRO.s2604

het midden van de verhardingsstrook, dan wel bij een onverharde weg het midden van de door het verkeer gebruikte strook;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 29 1.24 1.24 basisbestemming: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2628 NL.IMRO.s2604

een bestemming die samenvalt met een of meer op dezelfde gronden liggende dubbelbestemming;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 30 1.25 1.25 bebouwing: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2629 NL.IMRO.s2604

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 31 1.26 1.26 bebouwingspercentage: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2630 NL.IMRO.s2604

het percentage van de voor de desbetreffende bestemming aangewezen gronden, dat per bouwvlak en/of bouwperceel mag worden bebouwd;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 32 1.27 1.27 bedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2631 NL.IMRO.s2604

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 33 1.28 1.28 bed & breakfast: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2632 NL.IMRO.s2604

een overnachtingaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf en het serveren van een ontbijt, niet zijnde de uitoefening van een hotel, pension of ander bedrijf . Hieronder wordt niet verstaan het overnachten, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijk of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 34 1.29 1.29 bedrijfsgebouw: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2633 NL.IMRO.s2604

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf, met inbegrip van een eventueel in dat gebouw ingebouwde bedrijfswoning;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 35 1.30 1.30 bedrijfsverzamelgebouw: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2634 NL.IMRO.s2604

een gebouw ten behoeve van de huisvesting van twee of meer bedrijven:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 36 1.31 1.31 bedrijfsvloeroppervlak: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2635 NL.IMRO.s2604

de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 37 1.32 1.32 bedrijfswoning: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2636 NL.IMRO.s2604

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 38 1.33 1.33 begane grondbouwlaag: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2637 NL.IMRO.s2604

de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 39 1.34 1.34 beeldkwaliteitplan: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2638 NL.IMRO.s2604

geformuleerde en toetsbare beeldkwaliteiten opgenomen in een als zodanig door de het college van burgemeester en wethouders of de raad vastgesteld plan;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 40 1.35 1.35 beperkt kwetsbaar object: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2639 NL.IMRO.s2604

objecten, niet zijnde een kwetsbaar of bijzonder kwetsbaar object bestemd voor regelmatig of vast verblijf van mensen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 41 1.36 1.36 bestaand: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2640 NL.IMRO.s2604
  1. voor bouwwerken:

bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, dan wel mag worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Woningwet;

  1. voor gebruik:

gebruik zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan met de daarbij behorende gebruiksregels;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 42 1.37 1.37 bestemmingsgrens: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2641 NL.IMRO.s2604

een aangegeven lijn die de grens vormt van een bestemmingsvlak;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 43 1.38 1.38 bestemmingsplan: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2642 NL.IMRO.s2604

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1666.00200-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 44 1.39 1.39 bestemmingsvlak: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2643 NL.IMRO.s2604

een aangegeven vlak, waarmee gronden zijn aangegeven met éénzelfde bestemming;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 45 1.40 1.40 Bevi-inrichting: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2644 NL.IMRO.s2604

Bedrijven zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 46 1.41 1.41 bijgebouw: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2645 NL.IMRO.s2604

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 47 1.42 1.42 bouwen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2646 NL.IMRO.s2604

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 48 1.43 1.43 bouwgrens: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2647 NL.IMRO.s2604

een aangegeven lijn die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 49 1.44 1.44 bouwlaag: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2648 NL.IMRO.s2604

het geheel van op gelijke of nagenoeg gelijke vloerhoogte gelegen ruimten in een gebouw met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van de kelder, onderbouw, zolder en vliering;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 50 1.45 1.45 bouwmarkt: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2649 NL.IMRO.s2604

detailhandel met een al dan niet geheel overdekt verkoop-vloerop-pervlak van minimaal 1.000 m² waarop het volledige assortiment van bouw- en doe-het-zelf-producten uit voor-raad aan zowel vakman als particulier op basis van zelfbediening wordt aangeboden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 51 1.46 1.46 bouwperceel: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2650 NL.IMRO.s2604

een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 52 1.47 1.47 bouwperceelgrens: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2651 NL.IMRO.s2604

een grens van een bouwperceel;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 53 1.48 1.48 bouwvlak: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2652 NL.IMRO.s2604

een door bouwgrenzen omsloten vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waarop (primair) hoofd-gebouwen zijn toegelaten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 54 1.49 1.49 bouwwerk: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2653 NL.IMRO.s2604

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 55 1.50 1.50 brug: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2654 NL.IMRO.s2604

een vaste (of beweegbare) verbinding voor het verkeer tussen twee punten die door water gescheiden zijn;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 56 1.51 1.51 bruto vloeroppervlak: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2655 NL.IMRO.s2604

de totale vloeroppervlakte van horecagelegenheden, kantoren, winkels, bedrijven of instellingen met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 57 1.52 1.52 buitenopslag/ open opslag: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2656 NL.IMRO.s2604

het opslaan of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen op de onbebouwde gronden van de bedrijfspercelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur, en dergelijke;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 58 1.53 1.53 bijzonder kwetsbaar object: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2657 NL.IMRO.s2604

een kwetsbaar object zijnde:

  1. een gebouw met bijbehorende grond dat bestemd is voor gebruik door of verblijf van personen met lichamelijke of geestelijke beper-kingen of voor het opsluiten van personen voor langere tijd, waardoor deze personen geen of een gering vermogen hebben zich zelfstandig binnen korte tijd in veiligheid te brengen of bescherming te zoeken voor dreigend gevaar door het vrijkomen van een gevaarlijke stof;
  2. een kinderdagverblijf;
  3. een school voor basisonderwijs;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 59 1.54 1.54 café: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2658 NL.IMRO.s2604

een zelfstandig, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel, restaurant of zaal-accommodatie voorkomend horecabedrijf, niet zijnde een discotheek/bar-dancing, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische drank voor gebruik ter plaatse en waarbij het verstrekken van maaltijden (daaraan) ondergeschikt is;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 60 1.55 1.55 cafetaria/snackbar: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2659 NL.IMRO.s2604

een horecabedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van al dan niet voor gebruik ter plaatse bereide etenswaren, en waarbij het verstrekken van niet-alcoholische en licht-alcoholische dranken (daaraan) ondergeschikt is;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 61 1.56 1.56 chalet: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2660 NL.IMRO.s2604

een permanent ter plaatse aanwezig bouwvergunningplichtig recreatieverblijf, niet zijnde een kampeermiddel, dat naar de aard en inrichting is bestemd om uitsluitend door een of meer personen, die zijn/hun hoofdverblijf elders heeft/hebben, gedurende een gedeelte van het jaar te worden be-woond;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 62 1.57 1.57 cultuurhistorische waarde: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2661 NL.IMRO.s2604

de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 63 1.58 1.58 dagrecreatie voorzieningen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2662 NL.IMRO.s2604

voorzieningen ten behoeve van vormen van recreatie, die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 64 1.59 1.59 30 km/uur-zone begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2663 NL.IMRO.s2604

wegen die op basis van het verkeersbesluit zijn aangewezen voor lokaal gebruik waar het verkeer met maximaal 30 km/uur mag voortbewegen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 65 1.60 1.60 detailhandel: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2664 NL.IMRO.s2604

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan perso-nen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aan-wending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 66 1.61 1.61 dienstverlening: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2665 NL.IMRO.s2604

het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, al dan niet door middel van een baliefunctie, met uitzondering van prostitutie, waarbij een onderscheid gemaakt kan worden in:

  1. administratieve dienstverlening:
    het verlenen van diensten en/of het uitvoeren c.q. verrichten van handelingen, die een administratief karakter hebben dan wel han-delingen die een administratieve voorbereiding of uitwerking behoeven, zonder een rechtstreeks contact met het publiek c.q. een baliefunctie;
  2. publieksgerichte dienstverlening:
    het verlenen van bedrijfsmatige diensten en/of het uitvoeren c.q. verrichten van bedrijfsmatige handelingen overwegend gericht aan consumenten met een rechtstreeks contact met het publiek, niet zijnde detailhandel, horeca en/of seksuele dienstverlening;
  3. seksuele dienstverlening:
    een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen en/of het ver-richten van erotisch/pornografische vertoningen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 67 1.62 1.62 donkerte periode: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2666 NL.IMRO.s2604

licht uit of scherm volledig dicht (het doek moet minimaal een 98 % afschermingsniveau realiseren):

  • winterperiode (maanden november t/m maart): donkerperiode van 6 uur, tijdstip van 18.00 uur tot 24.00 uur;
  • voor- en naseizoen (maanden april, september en oktober): donkerperiode van 6 uur, tijdstip van 20.00 uur tot 02.00 uur;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 68 1.63 1.63 drijvende woning: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2667 NL.IMRO.s2604

een op het water drijvende constructie met daarin een woning, door middel van een vaste constructie verbonden aan de grond, zodanig dat er sprake is van een bouwvergunning-plichtig bouwwerk;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 69 1.64 1.64 duiker: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2668 NL.IMRO.s2604

een gesloten constructie onder een weg, spoorweg kade, dijk enzovoorts ten behoeve van het afvoeren van water;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 70 1.65 1.65 ecologische waarde: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2669 NL.IMRO.s2604

waarde betreffende de natuurlijke samenhang tussen organis-men en hun milieu;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 71 1.66 1.66 ecovoorziening: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2670 NL.IMRO.s2604

een civieltechnische installatie of installatie in/of onder de infrastructuur die een functie ten behoeve van de natuur vervult;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 72 1.67 1.67 EPL: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2671 NL.IMRO.s2604

Energie Prestatie op Locatie: maat voor de energieverbruik op wijk/terreinniveau/glas (cluster-aanpak) binnen dit plan. Wordt toegepast voor wijken van meer dan 200 woningen (of equivalenten) alsmede voor het glastuinbouwbedrijvenlandschap (clusterbenadering). Hoe hoger hoe meer duurzaam. De EPL is maximaal 10 wat wil zeggen dat de wijk volledig in de eigen energiebehoefte kan voorzien;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 73 1.68 1.68 EPN: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2672 NL.IMRO.s2604

Energie Prestatie Norm: maat voor de energiezuinigheid van nieuwbouw. Deze is opgenomen in het Bouwbesluit. Het kabinet heeft tot 2011 een aantal aanscherpingen voor verschillende gebouwtypen aangekondigd. Hoe lager hoe meer duurzaam;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 74 1.69 1.69 erf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2673 NL.IMRO.s2604

het al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 75 1.70 1.70 erfafscheiding: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2674 NL.IMRO.s2604

schuttingen, muren, terrasschermen en andere gebouwde verticale afscheidingen welke al dan niet op de erfgrens zijn geplaatst;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 76 1.71 1.71 evenementen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2675 NL.IMRO.s2604

publieke gebeurtenissen, met name op het gebied van kunst, sport en cultuur, ontspanning en ver-maak;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 77 1.72 1.72 extensieve recreatie: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2676 NL.IMRO.s2604

die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 78 1.73 1.73 extensief agrarisch medegebruik: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2677 NL.IMRO.s2604

een vorm van grondgebonden landbouw, zoals beweiding in lage veebezetting en de verbouw van akkerbouwproducten, in hoofdzaak gericht op de instandhouding en/of vergroting van de natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 79 1.74 1.74 extensief recreatief medegebruik: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2678 NL.IMRO.s2604

een extensief recreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit dagrecreatieve gebruik is toegestaan, zoals die vormen van dagrecreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, te weten wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, een vissteiger, een picknickplaats, of een daarmee naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik, waarbij recreanten in relatief geringe aantallen mede gebruik maken van al dan niet aangelegde voorzieningen zoals wegen, paden, water en wateroevers;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 80 1.75 1.75 externe veiligheid: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2679 NL.IMRO.s2604

een ruimtelijke situatie waar activiteiten plaatsvinden of mogelijk worden gemaakt op daartoe bestemde gronden die voor de gebruikers van de ruimte buiten die gronden een specifiek risico inhoudt. Het specifieke risico betreft een bepaalde overlijdenskans die de gebruikers afzonder-lijk lopen door de gevolgen van het vrijkomen van een gevaarlijke stof bij een ongeval met de betreffende activiteit, als mede de kans dat een groep van bepaalde omvang onder de gebruikers in één keer tegelijk dodelijk wordt getroffen door het bedoelde ongeval. Beide kansen hebben betrekking op het direct of op korte termijn overlijden door de effecten die worden veroorzaakt door bij het ongeval vrijkomende gevaarlijke stof. De bedoelde overlijdingskans die de gebruikers afzonderlijk lopen is het Plaatsgebonden risico (PR). De kans dat een groep burgers in één keer wordt getroffen heeft betrekking op het Groepsrisico;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 81 1.76 1.76 externe veiligheid relevante inrichting: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2680 NL.IMRO.s2604

een bedrijf, dat in overeenstemming met bijlage 2 t/m 4 van dit bestemmingsplan (Lijst van bedrijfsactiviteiten) is aangewezen en die één van de volgende installaties onder a tot en met f gebruikt:

  1. een ammoniakkoelinstallatie met een inhoud van meer dan 1.500 kilogram ammoniak;
  2. een propaantank met een inhoud van meer dan 13 kubieke meter;
  3. een opslagplaats die bestemd is voor verpakte gevaarlijke stoffen in de zin van artikel 1 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen met een opslagcapaciteit van meer dan 10 ton;
  4. één of meer baden die een cyanidezout in oplossing bevatten met een totale hoeveelheid van meer dan 100 liter;
  5. een installatie voor de opslag of gebruik van meer dan 1.000 liter zeer giftige dan wel giftige vloeistof;
  6. een opslagvoorziening voor meer dan 100 ton meststoffen groep 2 conform de PGS 7;

of is opgenomen in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi);

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 82 1.77 1.77 externe veiligheid relevante transportactiviteit: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2681 NL.IMRO.s2604
  1. transport van gevaarlijke stoffen over de weg of over het spoor waarvoor, op grond van het Besluit transport externe veiligheid, het plaatsgevonden risico dient te worden vastgelegd en/of waarvoor een verantwoording van het groepsrisico nodig kan blijken;
  2. transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor, op grond van het Besluit buisleidingen, het plaatsgevonden risico dient te worden vastgelegd en/of waarvoor een verantwoording groepsrisico nodig kan blijken;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 83 1.78 1.78 fluisterklinker: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2682 NL.IMRO.s2604

bijzondere vorm van wegdekasfaltverharding die de vorm en textuur van klinkers heeft maar goede geluidabsorberende eigenschappen bezit;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 84 1.79 1.79 gebouw: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2683 NL.IMRO.s2604

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden om-sloten ruimte vormt;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 85 1.80 1.80 gebouwen van algemeen nut: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2684 NL.IMRO.s2604

gebouw ten behoeve van een op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het tele-communicatieverkeer, het openbaar vervoer of het wegverkeer;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 86 1.81 1.81 gebruiken: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2685 NL.IMRO.s2604

het gebruiken, doen en laten gebruiken;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 87 1.82 1.82 geluidabsorberend asfalt begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2686 NL.IMRO.s2604

bovenste afdeklaag van een verkeersweg die door haar structuur specifieke geluidabsorberende effecten teweeg brengt;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 88 1.83 1.83 geluidbelasting vanwege het wegverkeer: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2687 NL.IMRO.s2604

de geluidsbelasting in Lden(zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en bepaald conform de Wet geluidhinder) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 89 1.84 1.84 geluidgevoelige functies: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2688 NL.IMRO.s2604

bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 90 1.85 1.85 geluidgevoelige gebouwen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2689 NL.IMRO.s2604

gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 91 1.86 1.86 geluidgevoelige objecten: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2690 NL.IMRO.s2604

geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 92 1.87 1.87 geluidsbeperkende voorzieningen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2691 NL.IMRO.s2604

een al dan niet gebouwde voorziening kennelijk bedoeld voor het beperken van geluid;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 93 1.88 1.88 geluidsreducerende maatregelen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2692 NL.IMRO.s2604

fysieke en niet-fysieke maatregelen gericht op het reduceren van de geluidsbelasting vanwege industrie-, bedrijfs- of wegverkeerslawaai op geluidgevoelige objecten, of maatregelen die daar niet specifiek op zijn gericht zijn, doch wel tevens een geluidsreducerende uitwerking hebben, zoals bijvoorbeeld verkeersmaatregelen, het aanbrengen van geluidsarm asfalt, geluidswallen of -schermen of de aanleg van nieuwe wegen elders die tot gevolg hebben dat de verkeers- en geluidsbelasting afneemt;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 94 1.89 1.89 geluidszoneringsplichtige inrichting: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2693 NL.IMRO.s2604

een inrichting, zoals bedoeld in artikel 2.4 van het inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (stb. 1993, nr. 50), bij welke ingevolge van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone moet worden vastgesteld;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 95 1.90 1.90 GPR gebouw: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2694 NL.IMRO.s2604

Gemeentelijke Praktijkrichtlijn Gebouw: maatlat waarmee gebouwontwerpen op kwaliteitsthema's energie, materialen, water, gezondheid, woonkwaliteit en afval worden beoordeeld met rapportcijfers (maximaal dus 10);

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 96 1.91 1.91 geprojecteerd kwetsbaar object: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2695 NL.IMRO.s2604

een kwetsbaar object dat op grond van het voor het desbetreffende gebied geldende be-stemmingsplan toelaatbaar is maar dat in de feitelijke situatie nog niet aanwezig is en waarvoor nog geen bouwvergunning is aangevraagd of afgegeven;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 97 1.92 1.92 geprojecteerd bijzonder kwetsbaar object: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2696 NL.IMRO.s2604

een bijzonder kwetsbaar object dat op grond van het voor het desbetreffende gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is maar dat in de feitelijke situatie nog niet aanwezig is en waarvoor nog geen bouwvergunning is aangevraagd of afgegeven;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 98 1.93 1.93 geschakelde woning: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2697 NL.IMRO.s2604

woning, waarvan het hoofdgebouw door middel van een bijgebouw verbonden is aan een ander hoofdgebouw en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 99 1.94 1.94 gesloten kas: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2698 NL.IMRO.s2604

een kassysteem, waarbij 's-zomers bij kaskoeling vrijkomende warmte, in de winter gebruikt wordt voor kasverwarming. Door het sluiten van de kas wordt meer condenswater opgevangen dat gebruikt kan worden bij de gietwaterbereiding;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 100 1.95 1.95 gesloten bebouwing: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2699 NL.IMRO.s2604

bebouwing welke wordt gekenmerkt door aaneen gebouwde hoofdgebouwen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 101 1.96 1.96 gesloten oppervlakteverharding: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2700 NL.IMRO.s2604

een gebonden verharding zoals asfalt en gestort beton, niet bestaande uit afzonderlijk opneembare elementen (klinkers, betonplaten, grind);

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 102 1.97 1.97 gestapelde woningen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2701 NL.IMRO.s2604

boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 103 1.98 1.98 gevelverlichtingreclame: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2702 NL.IMRO.s2604

verlichting die bedrijven hebben geïnstalleerd om hun gebouwen aan te lichten en/of reclame voor het bedrijf te maken;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 104 1.99 1.99 gevelwering: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2703 NL.IMRO.s2604

geeft de geluidisolatie van de gevel van een woning weer;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 105 1.100 1.100 gietwaterbassins: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2704 NL.IMRO.s2604

een waterbak voor de opslag van gietwater ten behoeve van agrarische activiteiten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 106 1.101 1.101 glastuinbouwbedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2705 NL.IMRO.s2604

een agrarisch bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van tuinbouwgewassen en/of de teelt van siergewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 107 1.102 1.102 grondgebonden woningen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2706 NL.IMRO.s2604

een woning, niet zijnde een gestapelde woning, die direct grenst aan en toegankelijk is vanaf de weg;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 108 1.103 1.103 groothandel: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2707 NL.IMRO.s2604

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verko-pen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan bedrijven of instellin-gen, die deze goederen in een door hen gedreven onderneming aanwen-den;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 109 1.104 1.104 halfvrijstaande woning: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2708 NL.IMRO.s2604

een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van maximaal twee aaneengebouwde woningen;

:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 110 1.105 1.105 handelsbedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2709 NL.IMRO.s2604

een bedrijf dat bedrijfsmatig goederen ten verkoop uitstalt, te koop aanbiedt, verkoopt of levert;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 111 1.106 1.106 hindergevoelige functie: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2710 NL.IMRO.s2604

geluidgevoelige functies en of objecten van verblijfsrecreatie;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 112 1.107 1.107 hindergevoelige gebouwen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2711 NL.IMRO.s2604

geluidgevoelig gebouw;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 113 1.108 1.108 hindergevoelige objecten: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2712 NL.IMRO.s2604

hindergevoelige gebouwen en/of hindergevoelige functies:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 114 1.109 1.109 hogere grenswaarde: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2713 NL.IMRO.s2604

een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder voor of bij vaststelling van het plan;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 115 1.110 1.110 hoofdgebouw: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2714 NL.IMRO.s2604

een gebouw, dat gezien zijn bestemming en gebruik, dan wel door zijn vorm, constructie en afmetingen, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 116 1.111 1.111 horeca: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2715 NL.IMRO.s2604

het bedrijfsmatige verstrekken van dranken en/of etenswaren en/of logies;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 117 1.112 1.112 horecabedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2716 NL.IMRO.s2604

een bedrijf, dat in zijn algemeenheid is gericht op het ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en/of het exploiteren van een zaalaccommodatie, een en ander gepaard gaande met dienstverlening. Daarbinnen worden in dit bestemmingsplan de volgende categorieën onderscheiden:

  1. horeca - categorie 1:
    een horecabedrijf, die qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt. Bij de openingstijden wordt aangesloten op de openingstijden van de winkels;
  2. horeca - categorie 2:
    een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszakenlunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel koffie en/of tea-room, afhaal-centrum, eetwinkels, restaurant;
  3. horeca - categorie 3:
    een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen;
    Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar;
  4. horeca - categorie 4:
    een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren:
    Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nacht-café (met nachtvergunning);
  5. horeca - categorie 5:
    een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf.
    Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 118 1.113 1.113 huishouden: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2717 NL.IMRO.s2604

één persoon een gezin of een hiermee gelijk te stellen groep van personen van beperkte omvang, die bij verblijf in een zelfstandige woning of een recreatiewoning de daar aanwezige essentiële woonvoorzieningen deelt;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 119 1.114 1.114 industrieel bedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2718 NL.IMRO.s2604

een bedrijf, dat is gericht op het geheel of overwegend machi-naal verwerken van grondstoffen en/of vervaardigen van producten (nijverheids- en productietechnische bedrijven);

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 120 1.115 1.115 intensieve recreatie: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2719 NL.IMRO.s2604

vormen van recreatie die niet worden begrepen onder 'extensieve recreatie';

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 121 1.116 1.116 intensieve veehouderij: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2720 NL.IMRO.s2604

niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren, zoals rundveemesterij (met uitzondering van vetweiderij), varkens-, vleeskalver-, pluimvee- of pelshouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfs-vormen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 122 1.117 1.117 kampeerauto: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2721 NL.IMRO.s2604

een auto, waarin voorzieningen zijn getroffen voor dag- en nachtverblijf;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 123 1.118 1.118 kampeermiddel: lid 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2722 NL.IMRO.s2604
  1. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan;
  2. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde;

één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 124 1.119 1.119 kantine: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2723 NL.IMRO.s2604

een verblijflokaal als ondergeschikt onderdeel van een bedrijf waar dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid en verstrekt;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 125 1.120 1.120 kantoor: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2724 NL.IMRO.s2604

een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting kennelijk is bestemd voor het verlenen van diensten en/of het uitvoeren c.q. verrichten van handelingen, die een administratief karakter hebben dan wel han-delingen die een administratieve voorbereiding of uitwerking behoeven, al dan niet in recht-streekse aanraking met het publiek;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 126 1.121 1.121 kantoorgebouw: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2725 NL.IMRO.s2604

een gebouw dat blijkens aard, indeling en inrichting geschikt en bestemd is voor of overwegend voor kantoren;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 127 1.122 1.122 kantoorachtig bedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2726 NL.IMRO.s2604

een bedrijf met een productieruimte, assemblageruimte, showroom en dergelijke, gecombineerd met een kantoorruimte als niet-zelfstandig onderdeel van het bedrijf en waarbij de kantoorruimte maximaal 30% van de bedrijfsvloeroppervlakte uitmaakt;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 128 1.123 1.123 kas en klimaathal: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2727 NL.IMRO.s2604

een gebouw, niet zijnde een tunnelkas of een naar de aard daarmee vergelijkbaar bouwwerk, waarvan de wanden en het dak grotendeels bestaan uit een permanente opstand glas of ander licht-doorlatend kunststofmateriaal, kunststof, zoals bedoeld in het Besluit Glastuinbouw; of een andere besloten ruimte, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 129 1.124 1.124 kavel: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2728 NL.IMRO.s2604

een als één eenheid uit te geven en te gebruiken perceel grond;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 130 1.125 1.125 kelder: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2729 NL.IMRO.s2604

een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,50 meter boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel gelegen is;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 131 1.126 1.126 kinderopvang: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2730 NL.IMRO.s2604

het tegen vergoeding aanbieden van verzorging, onderdak en begeleiding aan minderjarigen door anderen dan de eigen ouders, pleeg- of stiefouders, te onderscheiden in:

  1. kinderopvang: opvang overdag, zonder de mogelijkheid tot overnachting;
  2. 24-uurs kinderopvang: opvang zowel overdag als s'avonds en/of s'nachts;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 132 1.127 1.127 kiosk: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2731 NL.IMRO.s2604

een binnen het verblijfsgebied gelegen gebouw van beperkte omvang dat bedoeld is om de verblijfsfunctie te veraangenamen door het ter plaatse aan passanten te koop aanbieden van produc-ten zoals souvenirs, kranten, tijdschriften, versnaperingen, niet-alcoholische en licht-alcoholische dranken alsmede rookwaren;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 133 1.128 1.128 kleinschalige bedrijfsactiviteiten: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2732 NL.IMRO.s2604

bedrijfsactiviteiten, die door hun beperkte omvang in of bij een woonhuis kunnen worden uitgeoefend met behoud van de woonfunctie, waarbij deze bedrijvigheid voor wat betreft de maximaal te veroorzaken hinder vergelijkbaar is met de opgenomen categorieën 1 bedrijven in de Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze regels;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 134 1.129 1.129 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2733 NL.IMRO.s2604

voorzieningen ten behoeve van activiteiten zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie in de vorm van bijvoorbeeld aanlegsteigers, picknickplaatsen, speelweiden, ob-servatiepunten, informatieborden en banken;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 135 1.130 1.130 kunstwerk: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2734 NL.IMRO.s2604

een civieltechnische constructie of installatie in de infrastructuur die een of meer functies vervult;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 136 1.131 1.131 kwetsbaar object: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2735 NL.IMRO.s2604
  1. een gebouw waarbinnen zich gemiddeld meer dan 50 personen bevinden gedurende meer dan 8 uur per dag en meer dan 5 dagen van de week, gedurende een groot deel van het jaar; niet zijnde een kantoor of andersoortig gebouw dat hoort bij een externe veiligheid relevante inrichting;
  2. één of meerdere woningen in een gebied dat de bestemming wonen heeft;
  3. een water waar woonboten zijn toegestaan;
  4. een winkelcentrum, waarbij de begrenzing wordt gevormd door de gebouwen waarin de winkels zijn gevestigd, voor zover dat het gedeelte betreft dat toegankelijk is voor het publiek;
  5. gebouwen op een terrein dat specifiek bestemd is voor het concen-treren van detailhandels-verkopen voor particuliere consumenten;
  6. gebouwen met onderwijsdoeleinden, niet zijnde scholen voor basisonderwijs;
  7. een terrein of gebouw dat bestemd is voor recreatieve of culturele doeleinden, waar zich gemiddeld grote aantallen mensen bevinden, gedurende meerdere aaneengesloten dagen of gedurende een aanmerkelijk deel van de dag als dit met regelmaat plaatsvindt gedurende een groot deel van het jaar.
  8. objecten n.e.g. waarvan in redelijkheid is vast te stellen dat daar met regelmaat grote aantallen mensen verblijven, gedurende een aantal uren per dag tijdens een groot deel van het jaar;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 137 1.132 1.132 landschap: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2736 NL.IMRO.s2604

een complex van relatiestelsels, tezamen een herkenbaar deel aardoppervlak vormend, dat gemaakt is en in stand gehouden wordt door de wederzijdse beïnvloeding van levende en niet-levende natuur alsmede de wisselwerking met de mens;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 138 1.133 1.133 Lijst van Bedrijfsactiviteiten: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2737 NL.IMRO.s2604

de lijst van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering zoals die lijst is opgenomen in bijlage 2, bijlage 3 en bijlage 4 behorende bij deze regels;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 139 1.134 1.134 maatschappelijke voorzieningen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2738 NL.IMRO.s2604

voorzieningen op het gebied van:

  • openbaar bestuur en overheidsdiensten;
  • sociaal-cultureel terrein waaronder begrepen verenigingsgebouwen, gemeenschapshuizen en/of clubhuizen;
  • levensbeschouwelijke terrein;
  • onderwijs en educatie;
  • gezondheidszorg, veterinaire diensten en welzijnszorg;
  • sport en sportieve recreatie;

alsook,

  • ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 140 1.135 1.135 mantelzorg: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2739 NL.IMRO.s2604

het bieden van zorg aan een familielid die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband en commercieel verband;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 141 1.136 1.136 meervoudig ruimtegebruik: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2740 NL.IMRO.s2604

omvat alle vormen van grondgebruik waarbij meerdere functies tezamen één kavel delen en er sprake is van het intensiveren van functies, combinatie van functies en functies in de hoogte en ondergrond;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 142 1.137 1.137 meldingsplichtig glastuinbouwbedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2741 NL.IMRO.s2604

een glastuinbouwbedrijf dat valt onder de Wet milieubeheer maar meldingsplichtig is en valt onder het Besluit Glastuinbouw;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 143 1.138 1.138 milieubelasting: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2742 NL.IMRO.s2604

de beïnvloeding van de fysieke omgeving door het veroorzaken van lawaai, stank, hinder en/of door de uitworp van schadelijk (afval-)stoffen daarin;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 144 1.139 1.139 milieucategorie: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2743 NL.IMRO.s2604

een aan een bedrijfsactiviteit toegekende categorie volgens de in de bijlagen bij deze voorschriften opgenomen Lijst van bedrijfsactiviteiten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 145 1.140 1.140 milieusituatie: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2744 NL.IMRO.s2604

de situatie, waarbij milieuaspecten dienen te worden beoordeeld, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. In het bijzonder dient er bij de situering en omvang van milieubelastende functies (o.a. bedrijven) op te worden gelet dat de uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies (o.a. woningen) zo weinig mogelijk wordt beperkt. Omgekeerd dient er bij uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies op te worden gelet dat bestaande milieubelastende functies zo weinig mogelijk in hun functioneren worden beperkt;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 146 1.141 1.141 mitigerende maatregelen; begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2745 NL.IMRO.s2604

maatregelen om de nadelige gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu te voorkomen of te beperken;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 147 1.142 1.142 nijverheidsbedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2746 NL.IMRO.s2604

een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gericht op het bewerken of verwerken van grondstoffen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 148 1.143 1.143 onderdoorgang: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2747 NL.IMRO.s2604

een verbinding voor het verkeer onder een weg of spoorlijn niet zijnde een viaduct of brug aan weerszijden begrensd door een grondlichaam, bestaande uit een (betonnen) bovenbouw en eventueel een (betonnen) onderbouw;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 149 1.144 1.144 ondergronds bouwwerk: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2748 NL.IMRO.s2604

een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden referentie-maaiveld;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 150 1.145 1.145 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2749 NL.IMRO.s2604

werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 151 1.146 1.146 ondergeschikt bouwdeel: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2750 NL.IMRO.s2604

een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uit-breiding van het oppervlak;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 152 1.147 1.147 ondergeschikte functie: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2751 NL.IMRO.s2604

een functie die qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie, maar indien dat in de bestemmingsomschrijving niet expliciet is aangegeven aan die functie niet ten dienste hoeft te staan c.q. daar functioneel mee verbonden hoeft te zijn;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 153 1.148 1.148 onderkomens: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2752 NL.IMRO.s2604

voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, arken, kampeermiddelen en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 154 1.149 1.149 openbaar gebied: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2753 NL.IMRO.s2604

de gronden die voor eenieder toegankelijk zijn en die in eigendom, beheer en onderhoud zijn bij een overheidsinstelling;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 155 1.150 1.150 openbare ruimte: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2754 NL.IMRO.s2604

rijwegen, voet- en fietspaden, pleinen, groenvoorzieningen en water, met inbegrip van de daarbij behorende voorzieningen van algemeen nut, bermen, taluds, waterlopen en waterbouwkundige kunstwerken, ondergrondse afvalsystemen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 156 1.151 1.151 overkapping: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2755 NL.IMRO.s2604

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een voor mensen toegankelijke oppervlakte overdekt, bestaande uit een dakconstructie en voorzien van ten hoogste twee wanden;

:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 157 1.152 1.152 overkluizing: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2756 NL.IMRO.s2604

een gesloten constructie onder een weg, spoorweg, kade, dijk enzovoort ten behoeve van een andere weg of voor het beschermen van en geleiden van kruisende kabels en leidingen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 158 1.153 1.153 parkeervoorzieningen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2757 NL.IMRO.s2604

elk al dan niet overdekte c.q. ondergrondse stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer:

  1. openbare parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel openbaar toegankelijk zijn;
  2. particuliere parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel niet openbaar toegankelijk zijn, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen op eigen terrein, voor eigen werknemers;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 159 1.154 1.154 parkeren: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2758 NL.IMRO.s2604

het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 160 1.155 1.155 patiowoning: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2759 NL.IMRO.s2604

bebouwing (woning) in een bouwlaag met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof, gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige ge-bouwen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 161 1.156 1.156 perceelsgrens: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2760 NL.IMRO.s2604

grens van een perceel;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 162 1.157 1.157 perifere detailhandel: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2761 NL.IMRO.s2604

detailhandel in goederen, waarvoor vanwege de omvang en aard van het gevoerde assortiment een groot oppervlak nodig is voor de uitstalling daarvan (en uit dien hoofde niet binnen de in de gemeente in het kader van haar ruimtelijke ordening aangewezen c.q. aan te wijzen winkelconcen-tratiegebieden gevestigd kunnen worden);

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 163 1.158 1.158 permanente bewoning: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2762 NL.IMRO.s2604

bewoning van een verblijf als hoofdverblijf;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 164 1.159 1.159 plaatsgebonden risico: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2763 NL.IMRO.s2604
  1. op de grens van of op een plaats buiten een inrichting aanwezige kans op overlijden van een persoon die gedurende een jaar onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven als gevolg van een ongeval binnen die inrichting, waarbij deze kans is bepaald op grond van regels die daarvoor geleden als vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
  2. op een locatie buiten een buisleiding, weg of spoorweg aanwezige kans op overlijden van een persoon die gedurende een jaar onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven als gevolg van een ongeval door getransporteerde gevaarlijke stoffen;

:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 165 1.160 1.160 PM10: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2764 NL.IMRO.s2604

fijn stof met een deeltjesgrootte > 10 µm;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 166 1.161 1.161 productiegebonden detailhandel: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2765 NL.IMRO.s2604

detailhandel in goederen, die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 167 1.162 1.162 prostitutiebedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2766 NL.IMRO.s2604

een bedrijf, waarin het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding als beroep wordt uitgeoefend;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 168 1.163 1.163 reclame-object: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2767 NL.IMRO.s2604

bouwwerk of werk opgericht en/of in stand gehouden met het doel te functioneren als of als drager van reclame-uitingen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 169 1.164 1.164 recreatief medegebruik: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2768 NL.IMRO.s2604

vormen van recreatie (zoals wandelen en fietsen) waarvoor geen specifieke inrichting van het gebied noodzakelijk is, doch in hoofdzaak kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 170 1.165 1.165 recreatieve bewoning: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2769 NL.IMRO.s2604

bewoning gedurende een gedeelte van het kalenderjaar in het kader van de weekend- en/of ver-blijfsrecreatie door een huishouden dat zijn hoofdverblijf elders heeft;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 171 1.166 1.166 recreatieverblijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2770 NL.IMRO.s2604

een kampeermiddel, stacaravan of recreatiewoning;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 172 1.167 1.167 recreatieve voorzieningen: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2771 NL.IMRO.s2604

een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van gelegenheid voor vrijetijdsbesteding en ontspanning;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 173 1.168 1.168 recreatiewoning: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2772 NL.IMRO.s2604

een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen woonkeet, geen caravan, geen caravanbouwwerk of ander bouwsel op wielen zijnde, bestemd om uitsluitend door een of meer personen, die zijn/hun hoofdverblijf elders heeft/hebben, gedurende een gedeelte van het jaar te worden bewoond;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 174 1.169 1.169 referentie-maaiveld: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2773 NL.IMRO.s2604
  1. bij nieuw te bouwen hoofdgebouwen en daarbij behorende aan- of uitbouwen:
  2. het straatpeil ter plaatse van de perceelgrens vermeerderd met 3 centimeter per meter afstand tussen de hoofdtoegang van het gebouw en die perceelgrens met een maximum van 30 cen-timeter;
  3. bij bijgebouwen: de gemiddelde maaiveldhoogte van het aansluitend afgewerkte terrein;
  4. bij bestaande gebouwen: een denkbeeldig vlak op 5 centimeter onder het niveau van de afge-werkte begane grondvloer;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 175 1.170 1.170 richtwaarde: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2774 NL.IMRO.s2604

een richtwaarde als bedoeld in artikel 5.1. derde lid van het besluit externe veiligheid inrichtingen ten aanzien van het niveau van het plaatsgebonden risico;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 176 1.171 1.171 risicovolle inrichting: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2775 NL.IMRO.s2604
  1. een inrichting bij welke ingevolge het BEVI een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;
  2. een AMVB-inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet Milieubeheer afstanden gelden met het oog op de externe veiligheid;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 177 1.172 1.172 risicozone 1: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2776 NL.IMRO.s2604

gebied rond een risicobron (externe veiligheid relevant) waarin geen bijzonder kwetsbare bestemmingen gerealiseerd mogen worden en waar de omvang van het groepsrisico vanwege een ruimtelijk besluit moet worden bepaald en verantwoord;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 178 1.173 1.173 risicozone 2: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2777 NL.IMRO.s2604

gebied rond een risicobron (externe veiligheid relevant) waar de omvang van het Groepsrisico vanwege een ruimtelijk besluit moet worden bepaald en verantwoord;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 179 1.174 1.174 ruimtelijke kwaliteit: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2778 NL.IMRO.s2604

wordt gevormd door de evenwichtige samenhang tussen (openbare)ruimte en gebouwde elementen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 180 1.175 1.175 seksinrichting: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2779 NL.IMRO.s2604

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 181 1.176 1.176 sociale veiligheid: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2780 NL.IMRO.s2604

een ruimtelijke situatie die overzichtelijk, herkenbar en sociaal controleerbaar is;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 182 1.177 1.177 speeltoestel: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2781 NL.IMRO.s2604

een speeltoestel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 183 1.178 1.178 stacaravan: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2782 NL.IMRO.s2604

een kampeermiddel geplaatst op een standplaats in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstand als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 184 1.179 1.179 stedenbouwkundige kwaliteit: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2783 NL.IMRO.s2604

de aan een gebied toegekende waarde in verband met steden-bouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur alsmede de ligging van bouw-werken in dat gebied;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 185 1.180 1.180 straat- en bebouwingsbeeld: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2784 NL.IMRO.s2604

het beeld dat wordt opgeroepen door het samengaan van gebouwde elementen, beplantingsele-menten en onbebouwde ruimten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 186 1.181 1.181 straatmeubilair: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2785 NL.IMRO.s2604

openbare voorzieningen van geringe afmetingen, zoals banken, bloem- en plantenbakken, gedenktekens, speeltoestellen, straatverlichting, wegbebakening en -bewijzering en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 187 1.182 1.182 tent: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2786 NL.IMRO.s2604

een in hoofdzaak uit textiel of uit andere daarmee gelijk te stellen materialen vervaardigd onderko-men voor dag- en nachtverblijf, dat makkelijk is op te vouwen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 188 1.183 1.183 torensilo: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2787 NL.IMRO.s2604

een gebouw ten behoeve van opslagdoeleinden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 189 1.184 1.184 tuinbouw(bedrijf): begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2788 NL.IMRO.s2604

een agrarisch bedrijf, gericht op het telen, kweken en verzorgen van groenten, fruit, tuin- en kasvruchten, sierteeltgewassen of tuinbouwzaden. Het handelen in tuin- en kasvruchten, sierteeltgewassen of tuinbouwzaden voor zover het een ondergeschikt onderdeel vormt van de bedrijfsvoering, is hier mede onder begrepen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 190 1.185 1.185 tuincentrum: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2789 NL.IMRO.s2604

een detailhandelsbedrijf met een al dan niet geheel overdekt verkoop-vloerop-pervlak, waarop artikelen voor de inrichting en het onderhoud van tuinen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen worden aangeboden;

Vier typen tuincentra

Het tuincentrum kan onderverdeeld worden in 4 typen tuincentra. Elk van de types heeft naast het basisassortiment van levende en 'dode' huis- en tuingerelateerde artikelen een nevenaanbod in producten en diensten waarvan de grenzen worden bepaald door het type tuincentra, daarnaast gelden bij elk type tuincentrum specifieke kenmerken met betrekking tot oppervlakte, doelgroep, het aanbod van recreatiefaciliteiten, de omgeving etc.. De vier typen tuincentra, kunnen op de volgende wijze worden omschreven:

Type I

Dit type tuincentrum betreft het traditionele tuincentrum, vanuit de kwekerij begonnen men de verkoop van planten, potten, aarde en bemestingsstoffen. Vaak is er nog daadwerkelijk sprake van een kwekerij bij het tuincentrum, maar soms is inmiddels de kwekerijfunctie verdwenen. De nadruk ligt nog wel sterk op het aspect groen.

Accenten:

  • maximale omvang perceel 5.000 m²;
  • niet overdekt wvo vanaf circa 500 m² tot 2.500 m²;
  • ligging landelijk gebied of perifeer stedelijk;
  • verzorgingsgebied - lokaal;
  • aankoopgedrag - doelgerichte aankoop (gemak);
  • 'levend assortiment' artikelen (tuinplanten en bomen, bloemen en planten, bloembollen en zaden);
  • 'niet-levend assortiment' artikelen - basis (groen gerelateerde decoratie, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud, tuingereedschap);
  • kleinschalig kwekerij
  • basisassortiment bedraagt 80% en 20% bedraagt aanvullend branche verwant assortiment met een maximaal wvo van 1.000 m²;

Type II

Dit type tuincentrum is veelal gelegen aan de rand van het dorp of de stad en is sterk op die kern gericht. Het assortiment heeft zich in de loop der jaren uitgebreid naar alles wat met de tuin te maken heeft, waarbij de tuin vaak gezien wordt als verlengstuk van de woonkamer. De nadruk ligt op de tuin en verkoop van alles wat daarmee te maken heeft.

Accenten:

  • maximale omvang perceel: 4.000 m² tot 7.000 m²;
  • niet overdekt wvo tot circa 2.500 m²;
  • ligging perifeer stedelijk gebied;
  • verzorgingsgebied - lokaal;
  • aankoopgedrag - doelgericht aankopen (gemak);
  • 'levend assortiment' artikelen (tuinplanten en bomen, bloemen en planten, bloembollen en zaden);
  • 'niet-levend assortiment' artikelen - basis (tuingereedschap, decoratie buitenhuis, decoratie binnenhuis in sfeer&interieur, materiaal ten behoeve van klein en groot tuinonderhoud, dier, seizoensartikelen);
  • 'niet-levend assortiment' artikelen - uitgebreid (tuinmeubelen en tuinartikelen);
  • basisassortiment bedraagt 80% en 20% bedraagt aanvullend branche verwant assortiment met een maximaal wvo van 1.000 m²;

Type III

Bij dit type tuincentrum wordt de combinatie van binnen- en buitenleven veel verder doorgevoerd dan in het traditionele tuincentrum. Er wordt sterk ingespeeld op woontrends en het onderscheid tussen "binnentuin" en "buitenkamer" is steeds minder goed te maken. De nadruk ligt op alles verkoop van alles wat met leven in en om het huis te maken heeft.

Accenten:

  • maximale omvang perceel: 5.000 m² tot 10.000 m²;
  • ligging stedelijk gebied, grootschalige detailhandel;
  • verzorgingsgebied - regionaal;
  • aankoopgedrag - doelgericht aankopen en deels recreatief winkelen;
  • 'levend assortiment' artikelen (tuinplanten en bomen, bloemen en planten, dieren, bloembollen en zaden);
  • 'niet-levend assortiment' artikelen - basis (gereedschap, decoratie buitenhuis, decoratie binnenhuis in sfeer&interieur, materiaal ten behoeve van klein en groot tuinonderhoud, dier, sei-zoensartikelen);
  • 'niet-levend assortiment' artikelen - uitgebreid (wonen, wellness, tuingerelateerd speelgoed, tuinartikelen en tuinmeubelen);
  • basisassortiment bedraagt 80% en 20% bedraagt aanvullend assortiment;

Type IV

Dit type tuincentrum zal naast de verkoop vooral moeten voorzien in de behoefte van consumenten aan vermaak en beleving. Het gaat hier om een zeer grootschalige detailhandelsvestiging met een regionaal tot landelijk verzorgingsgebied met ruimte voor vestiging in thema/leisure voorzieningen voor huis, tuin en buitenleven, met verkoop van producten in combinatie met het gebruik van de producten als vermaak.

Accenten:

  • maximale omvang perceel: groter dan 7.000 m²;
  • overdekt wvo groter dan 5.000 m²;
  • ligging stedelijk gebied, grootschalige detailhandel;
  • verzorgingsgebied - regionaal tot landelijk;
  • aankoopgedrag - recreatief winkelen
  • 'levend assortiment' artikelen (tuinplanten en bomen, bloemen en planten, dieren, bloembollen en zaden);
  • 'niet-levend assortiment' artikelen - basis (gereedschap, decoratie buitenhuis, decoratie binnenhuis in sfeer&interieur, materiaal ten behoeve van klein en groot tuinonderhoud, dier, sei-zoensartikelen);
  • 'niet-levend assortiment' artikelen - uitgebreid (wonen, wellness, tuingerelateerd speelgoed, tuinartikelen en tuinmeubelen);
  • basisassortiment bedraagt 80% en 20% bedraagt aanvullend assortiment;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 191 1.186 1.186 verblijfsrecreatie: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2790 NL.IMRO.s2604

vormen van recreatie die gericht zijn op verstrekken van nachtverblijf;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 192 1.187 1.187 verdieping(en): begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2791 NL.IMRO.s2604

de bouwlaag, respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondbouwlaag gelegen is/zijn;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 193 1.188 1.188 vergunningplichtig glastuinbouwbedrijf: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2792 NL.IMRO.s2604

een glastuinbouwbedrijf dat valt onder artikel 8.1 van de Wet Milieubeheer;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 194 1.189 1.189 verkeerstechnische uitrusting: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2793 NL.IMRO.s2604

alle bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die een functie hebben ten behoeve van een veilige en efficiënte verkeersafwikkeling, waaronder begrepen verlichtingselementen, verkeersborden, ver-keerslichteninstallaties en bewegwijzeringborden en -portalen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 195 1.190 1.190 verkeersveiligheid: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2794 NL.IMRO.s2604

de veiligheid voor het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 196 1.191 1.191 viaduct: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2795 NL.IMRO.s2604

een (direct bereden) vast verbinding voor het verkeer tussen twee punten die gescheiden zijn door een weg. spoorlijn en/of terreininsnijding;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 197 1.192 1.192 voorgevel: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2796 NL.IMRO.s2604

een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel (buitenmuur) van een hoofdgebouw;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 198 1.193 1.193 voorgevelbouwgrens: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2797 NL.IMRO.s2604

de lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 199 1.194 1.194 voorgevellijn: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2798 NL.IMRO.s2604

denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 200 1.195 1.195 voorgevelrooilijn: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2799 NL.IMRO.s2604
  1. bestaand gebied:
    de langs de weg gelegen lijn, welke zoveel mogelijk een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging heeft ten opzichte van de voorgevels van de bestaande hoofdgebouwen op de naastgelegen bouwpercelen;
  2. nieuw gebied:
    de langs de weg gelegen lijn, welke zoveel mogelijk een regelmatige of nagenoegd regelmatige ligging heeft en evenwijdig of nagenoeg evenwijdig loopt met de as van de weg;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 201 1.196 1.196 voorzieningen van algemeen nut: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2800 NL.IMRO.s2604

voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, alsmede ten behoeve van wa-terhuishoudkundige voorzieningen, waaronder begrepen een (riool)gemaal;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 202 1.197 1.197 voorkeursgrenswaarde: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2801 NL.IMRO.s2604

de maximale waarde voor de geluidsbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het besluit geluidhinder;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 203 1.198 1.198 vrijstaande woning: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2802 NL.IMRO.s2604

een woning die hoogstens door middel van de bijgebouwen met een andere woning verbonden is en waarvan geen van beide zijgevels in de zijdelingse perceelgrens staan;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 204 1.199 1.199 waterbassin: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2803 NL.IMRO.s2604

een waterbak voor de opslag van water ten behoeve van agrarische activiteiten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 205 1.200 1.200 watergang/waterloop: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2804 NL.IMRO.s2604

een werk al of niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren en toe te voeren, de boven water gelegen taluds, bermen en onderhouds-paden daaronder mede verstaan;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 206 1.201 1.201 weg: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2805 NL.IMRO.s2604

een voor het openbaar verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 207 1.202 1.202 werk: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2806 NL.IMRO.s2604

grondwerk, wegenbouwkundig werk, waterbouwkundig werk of werk, geen bouwwerk zijnde;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 208 1.203 1.203 werken: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2807 NL.IMRO.s2604

alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies of inrichtingen met toebehoren;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 209 1.204 1.204 wet/wettelijke regeling: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2808 NL.IMRO.s2604

indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d. dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 210 1.205 1.205 (kamp)winkel: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2809 NL.IMRO.s2604

een gebouw dat blijkens zijn aard en indeling dienstbaar is aan de uitoefening van detailhandel;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 211 1.206 1.206 weg: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2810 NL.IMRO.s2604

een voor het openbaar verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden, bermen of zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 212 1.207 1.207 woning/wooneenheid: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2811 NL.IMRO.s2604

een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling geschikt, bestemd en bedoeld is voor de huis-vesting van één afzonderlijk huishouden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 213 1.208 1.208 woongebouw: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2812 NL.IMRO.s2604

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 214 1.209 1.209 woonschip: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2813 NL.IMRO.s2604

elk vaartuig of drijvend voorwerp, dat uitsluitend en hoofdzakelijk wordt gebruikt als woning of re-creatieverblijf;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 215 1.210 1.210 woonsituatie: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2814 NL.IMRO.s2604

een situatie waarbij, mede door de situering van om de woonfunctie liggende functies en bebouwing, in ieder geval sprake is van een redelijke daglichttoetreding, een redelijke mate van uitzicht en voldoende privacy, alsmede afwezigheid van hinder;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 216 1.211 1.211 woon-werkcombinatie: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2815 NL.IMRO.s2604

het wonen in combinatie met aan de woonfunctie ondergeschikte kantoor- en werkfuncties in de vorm van aan huis verbonden beroepen alsmede kleinschalige bedrijfs- en dienstverleningsactiviteiten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 217 1.212 1.212 zoneplichtige weg: begripsbepaling 4 NL.IMRO.s2603 NL.IMRO.s2604

een weg die een zone heeft conform artikel 74 van de Wet geluidhinder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 218 artikel 2 Artikel 2 Wijze van meten en berekenen artikel 3 NL.IMRO.s2602 NL.IMRO.s2603

Bij toepassing van de regels wordt als volgt gemeten en gerekend:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 219 2.1 2.1 bebouwd oppervlakte: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2836

de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 220 2.2 2.2 breedte van een bouwperceel: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2835 NL.IMRO.s2837

tussen de zijdelingse perceelgrenzen van het bouwperceel, in de naar de zijde van de weg gekeerde perceelsgrens;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 221 2.3 2.3 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2834 NL.IMRO.s2837

de kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de zijdelingse grens van het bouwperceel;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 222 2.4 2.4 de afstand tot de weg: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2833 NL.IMRO.s2837

de kortste afstand vanaf enig punt van een bouwwerk tot het hart van de weg;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 223 2.5 2.5 lengte en breedte van een gebouw: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2832 NL.IMRO.s2837

tussen de buitenzijde van de gevelvlakken en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het aanliggende afgewerkte bouwterrein;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 224 2.6 2.6 de inhoud van een gebouw: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2831 NL.IMRO.s2837

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 225 2.7 2.7 bebouwde oppervlakte van een bouwperceel: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2830 NL.IMRO.s2837

de gezamenlijke oppervlakten van de gebouwen, die op hetzelfde perceel zijn of mogen worden opgericht, daaronder de oppervlakten van kelderruimten onder maaiveld mede begrepen met uitzondering van parkeerkelders;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 226 2.8 2.8 de goot(- of boeibordhoogte) van een gebouw: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2829 NL.IMRO.s2837
  1. tussen het referentie-maaiveld en de bovenkant van de goot, het boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel met de gevel, waarin gemeten wordt;
  2. bij meerdere (hellende) dakvlakken met verschillende goot- en/of boeibordhoogten wordt de goot- en/of boeibordhoogte gemeten bij dat dakvlak, waarvan de verticale projectie meer bedraagt dan 50% van het grondoppervlak van een gebouw;
  3. bij een asymmetrische dakvorm met één hellend dakvlak dat loopt over de volledige breedte, lengte of diept van een gebouw, wordt de goot- en/of boeibordhoogte gemeten op het hoogste snijpunt van het dakvlak met de daaronder gelegen gevel; onder de gevel wordt tevens verstaan het hart van scheidsmuren met een gebouw op een aangrenzend bouwperceel;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 227 2.9 2.9 de bouw-/nokhoogte van een gebouw meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2828 NL.IMRO.s2837

het hoogste punt van het gebouw, gemeten van het referentie-maaiveld; hierbij worden niet meegerekend bouwdelen van ondergeschikte betekenis als schoorstenen, antennes, balkonafscheidingen en vergelijkbare afschermingen op niveau, alsmede lichtkoepels en lichtstraten;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 228 2.10 2.10 de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2827 NL.IMRO.s2837

van het hoogste punt van het bouwwerk tot aan het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitende afgewerkte terrein;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 229 2.11 2.11 de oppervlakte van een gebouw: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2826 NL.IMRO.s2837

tussen de buitenzijde van de gevelvlakken en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het aanliggend afgewerkt bouwperceel;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 230 2.12 2.12 de oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2825 NL.IMRO.s2837

de gezamenlijke verticale neerwaartse projectie van alle onderdelen van het bouwwerk op het gemiddelde niveau van het aanliggende afgewerkte bouwterrein;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 231 2.13 2.13 de oppervlakte van een overkapping: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2824 NL.IMRO.s2837

de verticale projectie van het dakvlak;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 232 2.14 2.14 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2823 NL.IMRO.s2837

vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 233 2.15 2.15 peil: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2822 NL.IMRO.s2837
  1. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  2. voor gebouwen die in een dijk zijn gebouwd: de hoogte van de kruin van de dijk ter hoogte van de hoofdingang;
  3. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld;
  4. indien op of in het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterniveau gedurende een jaar ten opzichte van NAP; tevens de waterstand die zoveel mogelijk wordt gehandhaafd en die wordt vastgelegd in een peilbesluit;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 234 2.16 2.16 referentie-maaiveld: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2821 NL.IMRO.s2837
  1. bij nieuw te bouwen hoofdgebouwen en daarbij behorende aan- of uitbouwen:
    het straatpeil ter plaatse van de perceelgrens vermeerderd met 3 centimeter per meter afstand tussen de hoofdtoegang van het gebouw en die perceelgrens met een maximum van 30 centimeter;
  2. bij bijgebouwen: de gemiddelde maaiveldhoogte van het aansluitend afgewerkte terrein;
  3. bij bestaande gebouwen: een denkbeeldig vlak op 5 centimeter onder het niveau van de afgewerkte begane grondvloer;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 235 2.17 2.17 de geluidsbelasting meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2820 NL.IMRO.s2837
  1. de geluidsbelasting voor een geluidgevoelig gebouw wordt bepaald op de naar de geluidsbron gekeerde gevel(s) zoals bedoeld in de wet geluidhinder van het geluidgevoelig gebouw;
  2. de geluidsbelasting van een geluidgevoelig terrein wordt bepaald op de naar de geluidsbron gekeerde grens of grenzen van het terrein, voor zover (dat deel van) het terrein ingevolge het bestemmingsplan ook als geluidgevoelig terrein gebruikt mag worden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 236 2.18 2.18 bruto (bedrijfs)vloeroppervlakte (bvo): meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2819 NL.IMRO.s2837

de totale vloeroppervlakte van alle bouwlagen van een (bedrijfs)gebouw(en) met inbegrip van alle daartoe behorende ruimten, gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 237 2.19 2.19 winkelverkoopvloeroppervlakte (wvo): meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2818 NL.IMRO.s2837

de totale in een winkel voorkomende vloeroppervlakte van alle bouwlagen van ruimten welke rechtstreeks toebedeeld en ten dienste staan voor de uitstalling en verkoop van detailhandelsartikelen en voor het publiek zichtbaar en toegankelijk zijn, inclusief de vloeroppervlakte van de etalage, vitrine, toonbank- en kassaruimte (plus de loopruimte voor het personeel daarachter), schappen, paskamers, ruimten voor winkelwagentjes en lege dozen evenals de vloeroppervlakte van entresols (met voor klanten voldoende hoogte).

Hieronder wordt niet begrepen de uitsluitend voor het personeel bedoelde (dienst)ruimten en de ruimten die betrekking hebbend op bedrijfskantoor, portiek, ambacht en reparatie activiteiten, verwerken van bestellingen, opslag, verwerking van bestellingen, magazijn, sanitair, keuken en distributieruimten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 238 2.20 2.20 Ondergeschikte bouwdelen: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2817 NL.IMRO.s2837

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits:

  • de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,50 meter bedraagt;
  • de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet plaatsvindt boven openbare ruimten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 239 2.21 2.21 Meting op de verbeelding: meetvoorschrift 4 NL.IMRO.s2816 NL.IMRO.s2837

Voor zover op de verbeelding niet anders is aangegeven, worden afmetingen en afstanden bepaald door middel van meting op de verbeelding, met dien verstande dat:

  1. gemeten dient te worden vanuit het hart van de op de verbeelding getekende lijnen, en;
  2. de maat van de openbare ruimte wordt berekend naar de ter plaatse geldende werkelijke situatie, behoudens indien de grenslijn van de bebouwing niet in de bestaande voorgevellijn is geprojecteerd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 240 hoofdstuk 2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels hoofdstuk 2 NL.IMRO.s2601 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s2602

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 241 artikel 3 Artikel 3 Agrarisch - Glastuinbouw artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2859 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 242 3.1 3.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.s2841

De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. een glastuinbouwgebied met volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (groenten, bloemen, substraat, belicht en niet-belicht), met de daarbij behorende kassen, klimaathallen, warenhuizen, of andere opstallen van glas, alsmede hulpgebouwen, stookhuizen en/of ketelhuizen en warmteopslagtanks;
  2. uitsluitend de uitoefening van de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezige bedrijven of bedrijfsactiviteiten mits legaal, die niet behoren tot de bedrijven/bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 3.1, sub a;

alsmede ook voor:

  1. een agrarische bedrijfswoning ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning';
  2. uitsluitend een agrogerelateerd bedrijf, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – agrogerelateerd bedrijf';
  3. uitsluitend een overslagbedrijf voor agrarische producten, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – overslag agrarische producten';
  4. gietwaterbassins en overige waterberging;
  5. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  6. groenvoorzieningen;
  7. parkeervoorzieningen;
  8. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  9. voorzieningen van algemeen nut behorende bij de glastuinbouwbedrijven als bedoeld in sub a;
  10. collectieve energievoorzieningen, collectieve voorzieningen ten aanzien van KWO's alsmede collectieve en/of individuele voorzieningen ten aanzien van inzameling en verwijdering van afval;

met de daarbij behorende;

  1. erven en terreinen;
  2. verhardingen;
  3. bermen, bermsloten en greppels;
  4. (boom)beplanting, oeverbeschoeiingen en overig groen;
  5. bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming;

met uitzondering van:

  1. risicovolle inrichtingen, die niet zijn toegestaan;
  2. verkooppunten van brandstoffen, die niet zijn toegestaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 243 3.2 3.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.s2842 NL.IMRO.s2840

De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' de bescherming en veiligstelling van een ondergrondse DPO-brandstofleiding als bedoeld in artikel 26;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding als bedoeld in artikel 27;
  3. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Rivierwatertransport' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse watertransportleiding als bedoeld in artikel 28;
  4. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;
  5. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterloop' de bescherming en instandhouding van de watergang als bedoeld in artikel 31.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 244 3.3 3.3 Inrichtings- en milieukwaliteitregels lid 4 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.s2845 NL.IMRO.s2840

Duurzame milieukwaliteit

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 245 3.3.1 3.3.1 Milieukwaliteitaspect – energie sublid 5 NL.IMRO.s2842 NL.IMRO.s2844
  1. er wordt naar gestreefd om optimaal gebruik te maken van duurzame energiebronnen;
  2. de mogelijkheden die geothermie en externe levering van CO2 kunnen bieden, zullen zoveel mogelijk worden benut;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 246 3.3.2 3.3.2 Milieukwaliteitaspect – (grond)watersysteem sublid 5 NL.IMRO.s2842 NL.IMRO.s2843
  1. de gietwaterberging dient zoveel mogelijk onder de kas aangebracht te worden of landschappelijk op een verantwoorde manier ingepast te worden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 247 3.4 3.4 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.s2851 NL.IMRO.s2840 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 248 3.4.1 3.4.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2845 NL.IMRO.s2847
  1. Voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 3.4.1 tot en met 3.4.5 tenzij de bestaande situatie op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan afwijkend is. In dat geval is de bestaande legale situatie, met daarbij behorende maximale maatvoeringen, van toepassing;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen;
  3. maximaal 80% van het bouwvlak mag worden bebouwd;
  4. buiten het bouwvlak mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van:
  1. bedrijfsgebouwen, als bedoeld in 3.4.2, sub a;
  2. kassen, als bedoeld in 3.4.3, sub a;
  3. kleinschalige gebouwen van algemeen nut, met dien verstande dat:
  • de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt;
  • het oppervlak per voorziening maximaal 10 m² bedraagt.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 249 3.4.2 3.4.2 Bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen of andere opstallen van glas sublid 5 NL.IMRO.s2845 NL.IMRO.s2848 NL.IMRO.s2846
  1. bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen of andere opstallen van glas mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak alsmede binnen het vlak met de aanduiding 'glastuinbouw';
  2. de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 13 meter;
  3. de afstand tussen bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning dient minimaal 2,50 meter te bedragen.
  4. de afstand van een bedrijfsgebouw tot de voorste perceelsgrens bedraagt tenminste 5 meter;
  5. de afstand van een bedrijfsgebouw tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens bedraagt tenminste 4 meter;
  6. de afstand van een bedrijfsgebouw tot het hart van een hoofdwatergang bedraagt tenminste 5 meter;
  7. de afstand van een gebouw tot de as van een interne ontsluitingsweg (bedrijfsstraat) bedraagt tenminste 10 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 250 3.4.3 3.4.3 Kassen en andere opstallen van glas sublid 5 NL.IMRO.s2845 NL.IMRO.s2849 NL.IMRO.s2846
  1. kassen mogen alleen worden gebouwd binnen het vlak met functieaanduiding 'glastuinbouw' en dienen op tenminste 10 meter afstand van bestaande woningen van derden te worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van de kassen bedraagt maximaal 10 meter;
  3. de kassen moeten worden gebouwd op een afstand van tenminste 2 meter uit de perceelsgrens;
  4. het vlak met functieaanduiding 'glastuinbouw' mag, met inachtneming van het bepaalde in sub c, volledig worden bebouwd met kassen en andere opstallen van glas;
  5. voor elk bedrijf geldt, dat de kassen behorend bij een bedrijf aaneengesloten gebouwd dienen te worden;
  6. de afstand van een kas tot het hart van een hoofdwatergang bedraagt tenminste 5 meter;
  7. de afstand van een gebouw tot de as van een interne ontsluitingsweg (bedrijfsstraat) bedraagt tenminste 10 meter, met dien verstande dat bij nieuw aangelegde bedrijfsstraten door de bestaande glasgebieden hier van af kan worden geweken. In dat geval bedraagt de afstand van een gebouw tot de as van de (nieuwe) bedrijfsstraat tenminste 2 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 251 3.4.4 3.4.4 Bedrijfswoningen sublid 5 NL.IMRO.s2845 NL.IMRO.s2850 NL.IMRO.s2846
  1. per functieaanduiding 'bedrijfswoning' is ten hoogste 1 bedrijfswoning toegestaan;
  2. de woning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mag alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  3. met inachtneming van het bepaalde in sub b dient bij volledige nieuwbouw van een bestaande woning, de woning te worden gebouwd op tenminste 10 meter afstand uit het vlak met functieaanduiding 'glastuinbouw';
  4. bij verandering of vergroting van een woning mag de bestaande afstand tot de grens van het vlak met de functieaanduiding 'glastuinbouw' niet worden verkleind, indien de afstand minder bedraagt of gaat bedragen dan 10 meter;
  5. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt, inclusief de bij de bedrijfswoning behorende aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en exclusief vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, maximaal 750 m³;
  6. aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen behorende bij de woning moeten gebouwd worden op tenminste 3 meter afstand uit de voorgevellijn van de woning;
  7. met inachtneming van het bepaalde in sub f mogen vrijstaande bijgebouwen behorende bij de woning uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  8. de goothoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 7 meter;
  9. de bouwhoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 10 meter;
  10. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en overkappingen per bedrijfswoning bedraagt maximaal 70 m²;
  11. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter;
  12. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter;
  13. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 5,50 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 252 3.4.5 3.4.5 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2845 NL.IMRO.s2846
  1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen mogen alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak en het vlak met functieaanduiding 'glastuinbouw';
  2. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter;
  3. in afwijking van het bepaalde in sub b bedraagt de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn van de woning maximaal 1 meter;
  4. de hoogte van warmteopslagtanks, warmtebuffers en installaties ten behoeve van de energievoorziening bedraagt maximaal 15 meter;
  5. de hoogte van schoorstenen bedraagt maximaal 15 meter;
  6. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 253 3.5 3.5 Ontheffing van de bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.s2856 NL.IMRO.s2840 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 254 3.5.1 3.5.1 Bedrijfsgebouwen sublid 5 NL.IMRO.s2851 NL.IMRO.s2853

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 3.4.2 ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen tot op de perceelgrens, met dien verstande dat:

  1. er sprake moet zijn van de bouw van een bedrijfsgebouw als collectieve voorziening;
  2. de ontheffing slechts wordt verleend als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken;
  3. de gebouwen ter plaatse nodig te zijn uit een oogpunt van optimale bedrijfsvoering.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 255 3.5.2 3.5.2 Kassen sublid 5 NL.IMRO.s2851 NL.IMRO.s2854 NL.IMRO.s2852

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 3.4.3, sub a ten behoeve van het bouwen van kassen op een kortere afstand van een bedrijfswoning dan 10 meter, met dien verstande dat:

  1. er sprake moet zijn van vervanging van reeds bestaand glas;
  2. de ontheffing slechts wordt verleend als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken;
  3. de gebouwen ter plaatse nodig te zijn uit een oogpunt van optimale bedrijfsvoering c.q. aangetoond kan worden dat het niet anders situeren van het glas grote nadelige gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 256 3.5.3 3.5.3 Bedrijfswoning sublid 5 NL.IMRO.s2851 NL.IMRO.s2855 NL.IMRO.s2852

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 3.4.4, sub c ten behoeve van het bouwen van een bedrijfswoning op een kortere afstand van kassen dan 10 meter, met dien verstande dat:

  1. er sprake moet zijn van een volledige vervanging van een bestaande bedrijfswoning;
  2. de afstand tussen de te vervangen bedrijfswoning en kassen reeds minder bedraagt dan 10 meter;
  3. de afstand tussen de nieuwe bedrijfswoning en kassen niet minder mag bedragen dan de afstand ten tijde van de inwerkintreding van het plan;
  4. aangetoond dient te worden dat een andere situering van de bedrijfswoning op het perceel waarbij wel voldaan wordt aan de afstandsnorm van 10 meter niet mogelijk is;
  5. de ontheffing slechts wordt verleen d als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 257 3.5.4 3.5.4 Gebouwen met een grotere bouwhoogte sublid 5 NL.IMRO.s2851 NL.IMRO.s2852

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor het bouwen van gebouwen met een grotere bouwhoogte dan toegestaan in 3.4, ten behoeve van de ontwikkeling van een duurzaam modern grootschalig gesloten glastuinbouwgebied met volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (groenten, bloemen, substraat, belicht en niet-belicht), met de daarbij behorende kassen, klimaathallen, warenhuizen, of andere opstallen van glas, alsmede overige gebouwen, met dien verstande dat;

  1. de toegelaten bouwhoogte maximaal 15 meter bedraagt;
  2. de ontheffing slechts wordt toegepast als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken;
  3. de gebouwen ter plaatse nodig dienen te zijn ten behoeve van de optimale duurzame bedrijfsvoering van het glastuinbouwbedrijf;
  4. de ontheffing pas wordt toegepast indien de navolgende milieukwaliteiten worden gerealiseerd:
  1. . realisering van optimaal ruimtegebruik door uit te gaan van, indien mogelijk, clustering van voorzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan:
  • de aanleg en het gebruik van collectieve voorzieningen ten aanzien van de inzameling en afvoer van vrijkomende afvalstromen;
  • de aanleg en/of het gebruik van collectieve energiesystemen zoals warmtekracht-koppelingen (wkk) of Koude/Warmteopslag (KWO);
  • de aanleg en gebruik van gezamenlijke gietwaterbassins;
  • clustering van kassen;
  1. realisering van intensief en meervoudig ruimtegebruik (optimaliseren bruto-netto verhouding) van tenminste 20% (dubbel ruimtegebruik), in de vorm van verticale stapeling van bedrijfseigen onderdelen van het glastuinbouwbedrijf. Hierbij kan gedacht worden aan:
  • gietwaterberging in of onder de kas;
  • opslagruimten in of onder de kas;
  • bedrijfseigen functies van het glastuinbouwbedrijf in of onder de kas;
  • loodsen met een grotere hoogte zodat efficiënt gestapeld kan worden;
  1. indien van toepassing gebruik maken van energiezuinige kassystemen met gevelventilatiesystemen in combinatie met een (semi)gesloten kasventilatiesysteem, tenzij blijkt dat dit systeem niet van toepassing is voor de uit te oefenen bedrijfsactiviteiten;
  2. gebruik wordt gemaakt van duurzame energiebronnen, zoals:
  • de opslag van warmte en koude (KWO);
  • warmte-uitwisseling tussen kassen onderling en tussen kassen en bedrijven en/of woningen;
  • het benutten van duurzame bronnen zoals windenergie en geothermie;

Nagestreefd wordt om tenminste 10% van het energieverbruik afkomstig te laten zijn van duurzame energiebronnen;

  1. indien uitvoerbaar/mogelijk, zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de externe levering van CO2, bijvoorbeeld via Ocap;
  2. nagestreefd wordt een efficiënte energieproductie via warmtekrachtkoppeling (WKK) te realiseren door clustering van activiteiten, waaronder begrepen een combinatie van warmteteelt en lichtteelt;
  3. bij toepassing van assimilatiebelichting in de kassen de lichtuitstralingsbepalingen worden toegepast als weergeven in bijlage 5.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 258 3.6 3.6 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.s2857 NL.IMRO.s2840

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. de uitoefening van enige tak van handel, bedrijf (waaronder begrepen een intensieve veehouderij, een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks of dienstverlening anders dan volgens het bepaalde in 3.1 is toegestaan;
  2. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  3. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  4. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  5. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens;
  6. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf, het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd voor en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ter verkoop aanbieden van agrarische producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf;
  7. woondoeleinden, met uitzondering van de bedrijfswoning als bedoeld in 3.1, sub c, die uitsluitend gebruikt mag worden voor woondoeleinden welke rechtstreeks verband houden met enige vorm van (agrarisch) bedrijf;
  8. seksinrichtingen;
  9. recreatieve doeleinden;
  10. het gebruik als kampeerterrein;
  11. het gebruik als sport- en/of wedstrijdterrein;
  12. de opslag en verkoop van vuurwerk;
  13. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 259 3.7 3.7 Wijzigingsbevoegdheid - Glastuinbouwbedrijvenlandschap lid 4 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.s2840 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 260 3.7.1 3.7.1 sublid 5 NL.IMRO.s2857

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van de ontwikkeling van een duurzaam modern grootschalig gesloten glastuinbouw-bedrijvenlandschap als bedoeld in artikel 22 (Glastuinbouwbedrijvenlandschap – uit te werken 2) met:

  • volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (groenten, bloemen, substraat, belicht en niet-belicht), met de daarbij behorende kassen, klimaathallen, warenhuizen, of andere opstallen van glas, alsmede hulpgebouwen, stookhuizen en/of ketelhuizen met een hogere bouwhoogte dan toegestaan in 3.4;
  • bedrijven, direct of indirect verbonden of ten dienste aan de glastuinbouw, waaronder in elk geval begrepen logistieke bedrijvigheid, voor zover deze voorkomen in milieucategorie 1 t/m 3.1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3 ten behoeve van meervoudig ruimtegebruik met glastuinbouwbedrijven;

met dien verstande dat;

  1. de toegelaten bouwhoogte maximaal 15 meter bedraagt;
  2. de wijziging slechts wordt toegepast als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken;
  3. de gebouwen ter plaatse nodig dienen te zijn ten behoeve van meervoudig ruimtegebruik;
  4. de wijziging pas wordt toegepast indien de navolgende milieukwaliteiten worden gerealiseerd:
  1. realisering van optimaal ruimtegebruik door uit te gaan van, indien mogelijk, clustering van voorzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan:
  • de aanleg en het gebruik van collectieve voorzieningen ten aanzien van de inzameling en afvoer van vrijkomende afvalstromen;
  • de aanleg en/of het gebruik van collectieve energiesystemen zoals warmtekracht-koppelingen (wkk) of Koude/Warmteopslag (KWO);
  1. realisering van intensief en meervoudig ruimtegebruik (optimaliseren bruto-netto verhouding) met tenminste 20% (dubbel ruimtegebruik) in de vorm van stapeling van kassen met bedrijven direct of indirect verbonden of ten dienste aan de glastuinbouw, waaronder in elk geval begrepen logistieke bedrijvigheid en agrogeralateerde bedrijvigheid. Hierbij kan gedacht worden aan:
  • opslagruimten in of onder de kas;
  • bedrijven of bedrijfsfuncties in of onder de kas;
  • loodsen met een grotere hoogte zodat efficiënt gestapeld kan worden;
  • combi van bedrijven, waarbij beschikbare ruimte voor meerdere functies gezamenlijk worden gebruikt;
  1. indien van toepassing gebruik maken van energiezuinige kassystemen met gevelventilatiesystemen in combinatie met een (semi)gesloten kasventilatiesysteem, tenzij blijkt dat dit systeem niet van toepassing is voor de uit te oefenen bedrijfsactiviteiten;
  2. gebruik wordt gemaakt van duurzame energiebronnen, zoals:
  • de opslag van warmte en koude (KWO);
  • warmte-uitwisseling tussen kassen onderling en tussen kassen en bedrijven en/of woningen;
  • het benutten van duurzame bronnen zoals windenergie en geothermie;

Nagestreefd wordt om tenminste 10% van het energieverbruik afkomstig te laten zijn van duurzame energiebronnen;

  1. indien uitvoerbaar/mogelijk, zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de externe levering van CO2, bijvoorbeeld via Ocap;
  2. nagestreefd wordt een efficiënte energieproductie via warmtekrachtkoppeling (WKK) te realiseren door clustering van activiteiten, waaronder begrepen een combinatie van warmteteelt en lichtteelt;
  3. bij toepassing van assimilatiebelichting in de kassen de lichtuitstralingsbepalingen toepassen als weergeven in bijlage 5.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 261 artikel 4 Artikel 4 Bedrijf artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2871 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 262 4.1 4.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2859 NL.IMRO.s2861

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. een bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 3 ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2';
  2. uitsluitend een overslagbedrijf voor agrarische producten, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – overslag agrarische producten';
  3. uitsluitend een agrogerelateerd bedrijf, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – agrogerelateerd bedrijf';
  4. uitsluitend een nutsvoorziening ter plaatse van de functieaanduiding 'nutsvoorziening';
  5. uitsluitend een verkooppunt motorbrandstoffen, ter plaatse van de functieaanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg';

alsmede ook voor:

  1. een bedrijfswoning ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning';
  2. de bescherming en instandhouding van een monumentaal bebouwingsobject ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – gemeentelijk monument';
  3. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  4. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  5. groenvoorzieningen;
  6. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten van brandstoffen;

met de daarbij behorende:

  1. tuinen, erven en terreinen;
  2. parkeervoorzieningen en overige verhardingen;
  3. bermen, bermsloten en greppels;
  4. (boom)beplanting, oeverbeschoeiingen en overig groen;
  5. bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming;

met uitzondering van:

  1. risicovolle inrichtingen, die niet zijn toegestaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 263 4.2 4.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2859 NL.IMRO.s2862 NL.IMRO.s2860

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 264 4.3 4.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2859 NL.IMRO.s2867 NL.IMRO.s2860

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 265 4.3.1 4.3.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2862 NL.IMRO.s2864
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 4.3.1 tot en met 4.3.4 tenzij de bestaande legale situatie op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan afwijkend is. In dat geval is de bestaande legale situatie, met daarbij behorende maximale maatvoeringen, van toepassing;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen;
  3. gebouwen mogen alleen worden gebouwd binnen het opgenomen bouwvlak;
  4. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 266 4.3.2 4.3.2 Bedrijfsgebouwen sublid 5 NL.IMRO.s2862 NL.IMRO.s2865 NL.IMRO.s2863
  1. de gebouwen dienen ter plaatse nodig te zijn uit een oogpunt van bedrijfsvoering;
  2. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 10 meter;
  3. in afwijking van het bepaalde in sub b bedraagt de bouwhoogte van een voorziening van algemeen nut maximaal 3 meter;
  4. de onderlinge afstand tussen een bedrijfswoning en niet voor bewoning bestemde bedrijfsgebouwen dient minimaal 2,50 meter te bedragen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 267 4.3.3 4.3.3 Bedrijfswoningen sublid 5 NL.IMRO.s2862 NL.IMRO.s2866 NL.IMRO.s2863
  1. per functieaanduiding 'bedrijfswoning' is ten hoogste 1 bedrijfswoning toegestaan;
  2. de woning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mag alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  3. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt, inclusief de bij de bedrijfswoning behorende aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en exclusief vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, maximaal 750 m³;
  4. aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen behorende bij de woning moeten gebouwd worden op tenminste 3 meter afstand uit de voorgevellijn van de woning;
  5. met inachtneming van het bepaalde in sub d mogen vrijstaande bijgebouwen behorende bij de woning uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  6. de goothoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 7 meter;
  7. de bouwhoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 10 meter;
  8. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en overkappingen per bedrijfswoning bedraagt maximaal 70 m²;
  9. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter;
  10. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter;
  11. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 5,50 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 268 4.3.4 4.3.4 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2862 NL.IMRO.s2863
  1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen mogen alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  2. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak bedraagt maximaal 2 meter;
  3. in afwijking van het bepaalde in sub b bedraagt de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn van de woning binnen het bouwvlak maximaal 1 meter;
  4. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 1 meter;
  5. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 269 4.4 4.4 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2859 NL.IMRO.s2868 NL.IMRO.s2860

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. de uitoefening van enige tak van handel, bedrijf (waaronder begrepen een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks) of dienstverlening anders dan volgens het bepaalde in 4.1, sub a t/m sub e is toegestaan;
  2. geluidszoneringsplichtige inrichtingen;
  3. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met uitzondering van het bepaalde in 4.1, sub e;
  4. wonen, met uitzondering van de bedrijfswoning als bedoeld in 4.1, sub f;
  5. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  6. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  7. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
  8. seksinrichtingen;
  9. de opslag en verkoop van vuurwerk;
  10. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 270 4.5 4.5 Ontheffing van de gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2859 NL.IMRO.s2860 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 271 4.5.1 4.5.1 Onthefing sublid 5 NL.IMRO.s2868 NL.IMRO.s2870

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in 4.1, sub a ten behoeve van:

  1. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een naast hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 4.1, sub a indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 4.1, sub a;
  2. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 4.1 sub a, maar niet in de Lijst van bedrijfsactiviteiten wordt genoemd als bedoeld in bijlage 3;

Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 272 4.5.2 4.5.2 Advies sublid 5 NL.IMRO.s2868 NL.IMRO.s2869

Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting wordt voorafgaande aan het verlenen van ontheffing advies ingewonnen bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 273 artikel 5 Artikel 5 Groen artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2879 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 274 5.1 5.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2871 NL.IMRO.s2873

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. groenvoorzieningen;
  2. voet-, fiets- en ruiterpaden;
  3. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen, waterpartijen en plas- en draszones;
  4. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  5. ondergrondse afvalinzamelingpunten;
  6. objecten van beeldende kunst;
  7. speelplaatsen, speelvoorzieningen en speeltoestellen;
  8. bruggen en overige kunstwerken;
  9. dijken en taluds;
  10. hondenuitlaatplaatsen;
  11. in- en uitritten;
  12. voorzieningen voor waterzuivering en infiltratie;
  13. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;

alsmede ook voor:

  1. de landschappelijke inpassing van infrastructuur;
  2. ontsluitingen ten behoeve van calamiteitenverkeer;

met de daarbij behorende:

  1. bermen, bermsloten en greppels;
  2. (boom)beplanting en overig groen;
  3. verhardingen;
  4. dammen en/of duikers;
  5. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen;
  6. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 275 5.2 5.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2871 NL.IMRO.s2874 NL.IMRO.s2872

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' de bescherming en veiligstelling van een ondergrondse DPO-brandstofleiding als bedoeld in artikel 26;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding als bedoeld in artikel 27;
  3. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Rivierwatertransport' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse watertransportleiding als bedoeld in artikel 28;
  4. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;
  5. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterloop' de bescherming en instandhouding van de watergang als bedoeld in artikel 31.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 276 5.3 5.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2871 NL.IMRO.s2878 NL.IMRO.s2872 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 277 5.3.1 5.3.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2874 NL.IMRO.s2876
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 5.3.1 tot en met 5.3.3;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 278 5.3.2 5.3.2 Gebouwen sublid 5 NL.IMRO.s2874 NL.IMRO.s2877 NL.IMRO.s2875
  1. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter;
  3. de oppervlakte van een voorziening van algemeen nut bedraagt maximaal 50 m².

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 279 5.3.3 5.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2874 NL.IMRO.s2875
  1. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waaronder begrepen (licht)masten, informatieborden, wegwijzers, verkeersteken, schakelkasten, (beeldende) kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen en damwanden;
  2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
  1. maximaal 8 meter voor (licht)masten, wegwijzers, verkeerstekens, kunstwerken en overige infrastructurele voorzieningen;
  2. maximaal 10 meter voor (beeldende) kunstobjecten;
  3. maximaal 6 meter voor geluidwerende en geluidreducerende voorzieningen;
  4. maximaal 5 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 280 5.4 5.4 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2871 NL.IMRO.s2872

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  3. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen;
  4. een jongerenontmoetingsplaats;
  5. woondoeleinden;
  6. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens;
  7. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 281 artikel 6 Artikel 6 Natuur artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2891 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 282 6.1 6.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2879 NL.IMRO.s2881

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. de aanleg en (verdere) ontwikkeling van een ecologische verbindingszone met natuurwaarden alsmede het behoud, de bescherming en het herstel ervan;
  2. groenvoorzieningen;
  3. watergangen en waterpartijen met natuurvriendelijke oevers, plas- en draszones en poelen;
  4. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  5. bruggen en overige kunstwerken;
  6. in- en uitritten;
  7. voorzieningen voor waterzuivering en infiltratie;
  8. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;

met de daarbij behorende:

  1. bermen, bermsloten en greppels;
  2. verhardingen;
  3. (boom)beplanting en overig groen;
  4. dammen en/of duikers;
  5. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 283 6.2 6.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2879 NL.IMRO.s2882 NL.IMRO.s2880

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' de bescherming en veiligstelling van een ondergrondse DPO-brandstofleiding als bedoeld in artikel 26;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding – Gas' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding als bedoeld in artikel 27;
  3. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Rivierwatertransport' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse watertransportleiding als bedoeld in artikel 28;
  4. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;
  5. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterloop' de bescherming en instandhouding van de watergang als bedoeld in artikel 31.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 284 6.3 6.3 Inrichtingsregel lid 4 NL.IMRO.s2879 NL.IMRO.s2883 NL.IMRO.s2880

Bij de inrichting van de ecologische zone wordt rekening gehouden met de eisen vanuit het provinciaal beleid ten aanzien van de inrichting van ecologische verbindingszones.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 285 6.4 6.4 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2879 NL.IMRO.s2886 NL.IMRO.s2880 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 286 6.4.1 6.4.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2883 NL.IMRO.s2885
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 6.4.1 tot en met 6.4.2;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 287 6.4.2 6.4.2 Bouwwerken sublid 5 NL.IMRO.s2883 NL.IMRO.s2884
  1. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter;
  3. de oppervlakte van een voorziening van algemeen nut bedraagt maximaal 15 m².

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 288 6.5 6.5 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2879 NL.IMRO.s2887 NL.IMRO.s2880

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  3. het opslaan, opgeslagen houden, en storten of lozen van mest en/of andere landbouwproducten;
  4. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens;
  5. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 289 6.6 6.6 Aanlegvergunning lid 4 NL.IMRO.s2879 NL.IMRO.s2880 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 290 6.6.1 6.6.1 Verbod sublid 5 NL.IMRO.s2887 NL.IMRO.s2889

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Natuur' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, ter bescherming van de gerealiseerde, te behouden of te herstellen ecologische waarden en natuurwaarden.

In elk geval is een aanlegvergunning verplicht voor:

  • het aanleggen, verharden of halfverharden van wegen of paden;
  • het verwijderen van houtopstanden;
  • het ophogen, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van de bodem;
  • het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie,- of communicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • het graven, dempen of afdammen van sloten, het aanleggen van drainage, het aanbrengen van kades of het verwijderen ervan dan wel andere activiteiten die (mede) ten doel hebben het veranderen van de waterhuishouding.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 291 6.6.2 6.6.2 Uitzondering sublid 5 NL.IMRO.s2887 NL.IMRO.s2890 NL.IMRO.s2888

Het verbod als bedoeld in 6.6.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;
  3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 292 6.6.3 6.6.3 Advies sublid 5 NL.IMRO.s2887 NL.IMRO.s2888

Een aanlegvergunning als bedoeld in 6.6.1 wordt slechts verleend indien de werken of werkzaamheden of de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke en de natuurlijke waarden niet onevenredig aantasten of kunnen aantasten en vooraf schriftelijk advies is gevraagd bij een ecologisch deskundige.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 293 artikel 7 Artikel 7 Recreatie - Verblijfsrecreatie artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2899 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 294 7.1 7.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2891 NL.IMRO.s2893

De voor 'Recreatie – Verblijfrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. verblijfsrecreatie, met uitzondering van recreatiewoningen;

alsmede ook voor:

  1. maximaal één horecavoorziening in horeca-categorie 2 en/of horeca-categorie 3 in het kader van de exploitatie van het recreatieterrein binnen de functieaanduiding 'horeca';
  2. groenvoorzieningen;
  3. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  4. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  5. ontsluitingswegen, paden, in- en uitritten;
  6. parkeervoorzieningen;
  7. een zwembad met de daarbij behorende additionele voorzieningen, waaronder begrepen kleedruimten en ruimten voor technische installaties, in het kader van de exploitatie van het zwembad;
  8. kleinschalige detailhandel in het kader van de bedrijfsmatige exploitatie van het recreatieterrein in de vorm van een kampwinkel;
  9. was- en toiletgebouwen;
  10. sport- en speelvoorzieningen;
  11. administratieruimten;

met de daarbij behorende:

  1. stacaravans, niet zijnde (mobiele) kampeermiddelen en chalets;
  2. bergplaatsen bij de stacaravans;
  3. bermen, bermsloten en greppels;
  4. (boom)beplanting en overig groen;
  5. verhardingen;
  6. open terreinen;
  7. kunstwerken;
  8. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen behorende bij de bedrijfswoning(en);
  9. bouwwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming;

met uitzondering van:

  1. risicovolle inrichtingen, die niet zijn toegestaan, behoudens een bestaande risicovolle inrichting met de daarbij behorende gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone – Bevi – risicozone';
  2. verkooppunten van brandstoffen, die niet zijn toegestaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 295 7.2 7.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2891 NL.IMRO.s2894 NL.IMRO.s2892

De voor 'Recreatie – Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 296 7.3 7.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2891 NL.IMRO.s2898 NL.IMRO.s2892 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 297 7.3.1 7.3.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2894 NL.IMRO.s2896
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 7.3.1 tot en met 7.3.3;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen;
  3. het bestaande aantal stacaravans/chalets op het tijstip van inwerkingtreding van het plan mag niet toenemen;
  4. op de gronden mogen uitsluitend worden gebouwd gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming;
  5. overkappingen zijn niet toegestaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 298 7.3.2 7.3.2 Gebouwen en stacaravans sublid 5 NL.IMRO.s2894 NL.IMRO.s2897 NL.IMRO.s2895
  1. de bouwhoogte van de stacaravans/chalets bedraagt maximaal 3 meter;
  2. de bouwhoogte van een bijgebouw behorende bij de stacaravan/chalet bedraagt maximaal 3 meter;
  3. het oppervlak per stacaravan/chalet bedraagt maximaal 35 m²;
  4. de goothoogte van overige gebouwen ten dienste van de bestemming, waaronder begrepen de horecavoorziening en was- en toiletgebouwen, bedraagt maximaal 3 meter;
  5. per stacaravan/chalet mag ten hoogste één bijgebouw worden gebouwd met een oppervlak van maximaal 6 m²;
  6. de gebouwen en stacaravans/chalets dienen vrijstaand gebouwd te worden;
  7. de afstand tussen de stacaravans onderling, chalets onderling, overige gebouwen onderling alsmede tussen stacaravans, chalets en overige gebouwen bedraagt minimaal 5 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 299 7.3.3 7.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2894 NL.IMRO.s2895
  1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1,50 meter;
  2. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 300 7.4 7.4 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2891 NL.IMRO.s2892

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. een andere vorm van verblijfsreactie of bedrijfsvoering als bedoeld in 7.1, sub a;
  2. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens anders dan bedoeld in 7.1, sub a;
  3. permanente bewoning;
  4. een andere vorm van horeca als bedoeld in 7.1, sub b;
  5. een andere vorm van detailhandel als bedoeld in 7.1, sub i;
  6. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  7. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  8. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  9. seksinrichtingen;
  10. de opslag en verkoop van vuurwerk.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 301 artikel 8 Artikel 8 Tuin artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2907 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 302 8.1 8.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2899 NL.IMRO.s2901

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. tuin, gazon of open terrein;

alsmede ook voor:

  1. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  2. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  3. groenvoorzieningen;
  4. toegangspaden, in- en uitritten;
  5. parkeervoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  1. beplanting en overig groen;
  2. kunstwerken;
  3. kunstwerken;
  4. bouwwerken en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 303 8.2 8.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2899 NL.IMRO.s2902 NL.IMRO.s2900

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering' de bescherming en veiligstelling van de waterkering als bedoeld in artikel 30;
  3. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterloop' de bescherming en instandhouding van de watergang als bedoeld in artikel 31.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 304 8.3 8.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2899 NL.IMRO.s2906 NL.IMRO.s2900 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 305 8.3.1 8.3.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2902 NL.IMRO.s2904
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 8.3.1 tot en met 8.3.3;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 306 8.3.2 8.3.2 Gebouwen sublid 5 NL.IMRO.s2902 NL.IMRO.s2905 NL.IMRO.s2903
  1. op de gronden zijn uitsluitend erkers toegestaan aan hoofdgebouwen die zijn gelegen in een naastgelegen bestemming;
  2. de breedte van een erker bedraagt ten hoogste 50% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw, met een maximum van 3,50 meter;
  3. de bouwhoogte van een erker bedraagt maximaal het vloerpeil van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;
  4. de diepte van de erker bedraagt maximaal 1,50 meter;
  5. een erker moet ten minste 2 meter uit de zijdelingse perceelsgrens worden gesitueerd, tenzij de erker aansluit op een erker van de aansluitende woning (in gevallen waar sprake is van dubbele of rijwoningen).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 307 8.3.3 8.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2902 NL.IMRO.s2903
  1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1 meter;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 1 meter, met uitzondering van vlaggenmasten, waarvoor een bouwhoogte geldt van maximaal 5 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 308 8.4 8.4 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2899 NL.IMRO.s2900

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  3. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen;
  4. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens;
  5. seksinrichtingen;
  6. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 309 artikel 9 Artikel 9 Verkeer - Railverkeer artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2915 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 310 9.1 9.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2907 NL.IMRO.s2909

De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. spoorwegen;
  2. spoorwegovergangen;

alsmede ook voor:

  1. spoorwegvoorzieningen;
  2. bruggen, viaducten en overige kunstwerken;
  3. (kruisende) wegen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen gesitueerd onder de onderdoorgang van de hoofdweg bij kruisende wegen;
  4. de aanleg en instandhouding van een ecologische verbindingszone ter plaatse van de opgenomen aanduiding 'ecologische verbindingszone';
  5. wegen en paden, in- en uitritten;
  6. geluidwerende voorzieningen;
  7. voorzieningen van algemeen nut;
  8. watergangen met oevers en oeverbeschoeiingen;
  9. waterhuishoudkundige voorzieningen;

met de daarbij behorende:

  1. bermen, bermsloten en greppels;
  2. werken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het spoorwegverkeer;
  3. bouwwerken en infiltratievoorzieningen, infrastructurele voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder mede begrepen ecovoorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 311 9.2 9.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2907 NL.IMRO.s2910 NL.IMRO.s2908

De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' de bescherming en veiligstelling van een ondergrondse DPO-brandstofleiding als bedoeld in artikel 26;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Rivierwatertransport' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse watertransportleiding als bedoeld in artikel 28;
  3. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;
  4. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' de bescherming en veiligstelling van de waterkering als bedoeld in artikel 30.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 312 9.3 9.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2907 NL.IMRO.s2914 NL.IMRO.s2908 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 313 9.3.1 9.3.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2910 NL.IMRO.s2912
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 9.3.1 tot en met 9.3.3;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen .

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 314 9.3.2 9.3.2 Gebouwen sublid 5 NL.IMRO.s2910 NL.IMRO.s2913 NL.IMRO.s2911
  1. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter;
  3. de oppervlakte van een voorziening van algemeen nut bedraagt maximaal 25 m².

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 315 9.3.3 9.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2910 NL.IMRO.s2911
  1. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  2. overkappingen zijn niet toegestaan;
  3. de bouwhoogte van bruggen, viaducten en tunnels bedraagt maximaal 10 meter;
  4. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 15 meter bedragen, gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 316 9.4 9.4 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2907 NL.IMRO.s2908

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  3. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen;
  4. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens;
  5. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 317 artikel 10 Artikel 10 Verkeer - Wegverkeer 1 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2923 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 318 10.1 10.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2915 NL.IMRO.s2917

De voor 'Verkeer – Wegverkeer 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. rijkswegen, inclusief de daarbij behorende vluchtstroken, in- en uitvoegstroken, parkeerstroken en ventwegen;
  2. overige wegen en fietspaden, voor zover aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
  3. bermen en groenvoorzieningen;
  4. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  5. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  6. geluidwerende en geluidreducerende voorzieningen;
  7. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;
  8. verbindingen ten behoeve van het wegverkeer (bruggen / viaducten / tunnels) en verkeer te water (aquaducten);
  9. overige kleinschalige infrastructurele voorzieningen;

alsmede ook voor:

  1. (kruisende) wegen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen gesitueerd onder de onderdoorgang van de hoofdweg bij kruisende wegen;
  2. een reserveringszone ten behoeve van uitbreiding van de rijksinfrastuctuur alsmede ruimte voor kabels en leidingen binnen de gebiedsaanduiding 'reserveringszone infrastructuur';
  3. de aanleg en instandhouding van een ecologische verbindingszone ter plaatse van de opgenomen aanduiding 'ecologische verbindingszone';

met de daarbij behorende:

  1. verhardingen;
  2. bermen, bermsloten en greppels;
  3. (boom)beplanting en overig groen;
  4. dammen en/of duikers;
  5. straatmeubilair;
  6. werken en werkzaamheden en andere kunstwerken;
  7. werken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van geleiding, beveiliging, signalering en regeling van het verkeer;
  8. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de afvalinzameling en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 319 10.2 10.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2915 NL.IMRO.s2918 NL.IMRO.s2916

De voor 'Verkeer – Wegverkeer 1' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' de bescherming en veiligstelling van een ondergrondse DPO-brandstofleiding als bedoeld in artikel 26;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;
  3. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' de bescherming en veiligstelling van de waterkering als bedoeld in artikel 30.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 320 10.3 10.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2915 NL.IMRO.s2922 NL.IMRO.s2916 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 321 10.3.1 10.3.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2918 NL.IMRO.s2920
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 10.3.1 tot en met 10.3.3;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen .

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 322 10.3.2 10.3.2 Gebouwen sublid 5 NL.IMRO.s2918 NL.IMRO.s2921 NL.IMRO.s2919
  1. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter;
  3. de oppervlakte van een voorziening van algemeen nut bedraagt maximaal 25 m².

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 323 10.3.3 10.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2918 NL.IMRO.s2919
  1. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waaronder begrepen informatieborden, wegwijzers, verkeerstekens, verkeerssignalering en verkeersregelinstallaties, schakelkasten, straatmeubilair, kunstwerken en (beeldende) kunstobjecten;
  2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
  1. maximaal 20 meter voor wegwijzers, verkeerstekens, verkeerssignalering en verkeersregelinstallaties, kunstwerken en overige infrastructurele voorzieningen;
  2. maximaal 10 meter voor (beeldende) kunstobjecten;
  3. maximaal 8 meter voor geluidwerende en geluidreducerende voorzieningen;
  4. maximaal 5 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd verlichting.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 324 10.4 10.4 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2915 NL.IMRO.s2916

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  3. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen;
  4. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens;
  5. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 325 artikel 11 Artikel 11 Verkeer - Wegverkeer 2 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2931 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 326 11.1 11.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2923 NL.IMRO.s2925

De voor 'Verkeer - Wegverkeer 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. (regionale) gebiedsontsluitingwegen met maximaal 2 x 1 rijstroken, inclusief de daarbij behorende vluchtstroken, in- en uitvoegstroken en rotondes, met tevens een functie van ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden;
  2. een reserveringszone ten behoeve van de aanpassing van de ontsluitingsweg als bedoeld in sub a in een weg met een wegprofiel van 2 x 2 rijstroken;
  3. voet- en fietspaden, in- en uitritten;
  4. bermen en groenvoorzieningen;
  5. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  6. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  7. geluidwerende voorzieningen en geluidreducerende maatregelen;
  8. (ondergrondse) afvalverzamelingspunten;
  9. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;
  10. overige kleinschalige infrastructurele voorzieningen;
  11. verbindingen ten behoeve van het wegverkeer (bruggen / viaducten);

alsmede ook voor:

  1. een reserveringszone ten behoeve van de aanpassing van de ontsluitingsweg als bedoeld in sub a in een weg met een wegprofiel van 2 x 2 rijstroken;
  2. (kruisende) wegen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen gesitueerd onder de onderdoorgang van de hoofdweg bij kruisende wegen;
  3. de aanleg en instandhouding van een ecologische verbindingszone ter plaatse van de opgenomen aanduiding 'ecologische verbindingszone';

met de daarbij behorende:

  1. verhardingen;
  2. bermen, bermsloten en greppels;
  3. beplanting en overig groen;
  4. dammen en/of duikers;
  5. straatmeubilair;
  6. werken en werkzaamheden, bruggen, tunnels, viaducten en andere kunstwerken;
  7. werken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van geleiding, beveiliging, signalering en regeling van het verkeer;
  8. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de afvalinzameling en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 327 11.2 11.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2923 NL.IMRO.s2926 NL.IMRO.s2924

De voor 'Verkeer – Wegverkeer 2' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterloop' de bescherming en instandhouding van de watergang als bedoeld in artikel 31.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 328 11.3 11.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2923 NL.IMRO.s2930 NL.IMRO.s2924

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 329 11.3.1 11.3.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2926 NL.IMRO.s2928
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 11.3.1 tot en met 11.3.3;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 330 11.3.2 11.3.2 Gebouwen sublid 5 NL.IMRO.s2926 NL.IMRO.s2929 NL.IMRO.s2927
  1. op of in deze gronden mogen uitsluitend niet voor bewoning bestemde gebouwen, zoals voorzieningen van algemeen nut, abri's en fietsenstallingen worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter;
  3. de oppervlakte van een voorziening van algemeen nut bedraagt maximaal 25 m².

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 331 11.3.3 11.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2926 NL.IMRO.s2927
  1. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waaronder begrepen verlichting, informatieborden, wegwijzers, verkeerstekens, verkeerssignalering en verkeersregelinstallaties, schakelkasten, straatmeubilair, kunstwerken en (beeldende) kunstobjecten;
  2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
  1. maximaal 20 meter voor verlichting, wegwijzers, verkeerstekens, verkeerssignalering en verkeersregelinstallaties, kunstwerken en overige infrastructurele voorzieningen;
  2. maximaal 10 meter voor (beeldende) kunstobjecten;
  3. maximaal 8 meter voor geluidwerende en geluidreducerende voorzieningen;
  4. maximaal 5 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 332 11.4 11.4 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2923 NL.IMRO.s2924

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  3. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen;
  4. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens;
  5. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 333 artikel 12 Artikel 12 Verkeer - Wegverkeer 3 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2939 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 334 12.1 12.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2931 NL.IMRO.s2933

De voor 'Verkeer - Wegverkeer 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. wegen met de functie van verblijf/verblijfsgebied en ter ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden;
  2. voet- en fietspaden;
  3. parkeervoorzieningen;
  4. bermen en groenvoorzieningen;
  5. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  6. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  7. (ondergrondse) afvalverzamelingspunten;
  8. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;
  9. geluidwerende voorzieningen en geluidsreducerende maatregelen;
  10. verbindingen ten behoeve van het wegverkeer (bruggen) en overige kunstwerken en infrastructurele voorzieningen;

alsmede ook voor:

  1. de aanleg, inrichting en instandhouding van een ecologische verbindingszone met de daarbij behorende voorzieningen ter plaatse van de functieaanduiding 'ecologische verbindingszone';

met de daarbij behorende:

  1. verhardingen;
  2. bermen, bermsloten en greppels;
  3. beplanting en overig groen;
  4. dammen en/of duikers;
  5. straatmeubilair;
  6. werken en werkzaamheden, bruggen, tunnels, viaducten en andere kunstwerken;
  7. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen;
  8. werken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van geleiding, beveiliging, signalering en regeling van het verkeer;
  9. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de afvalinzameling en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 335 12.2 12.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2931 NL.IMRO.s2934 NL.IMRO.s2932

De voor 'Verkeer – Wegverkeer 3' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding – Gas' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding als bedoeld in artikel 27;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;
  3. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering' de bescherming en veiligstelling van de waterkering als bedoeld in artikel 30;
  4. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterloop' de bescherming en instandhouding van de watergang als bedoeld in artikel 31.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 336 12.3 12.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2931 NL.IMRO.s2938 NL.IMRO.s2932 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 337 12.3.1 12.3.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2934 NL.IMRO.s2936
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 12.3.1 tot en met 12.3.3;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 338 12.3.2 12.3.2 Gebouwen sublid 5 NL.IMRO.s2934 NL.IMRO.s2937 NL.IMRO.s2935
  1. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter;
  3. de oppervlakte van een voorziening van algemeen nut bedraagt maximaal 25 m².

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 339 12.3.3 12.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2934 NL.IMRO.s2935
  1. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waaronder begrepen lichtmasten, informatieborden, wegwijzers, verkeerstekens en –regelinstallaties, schakelkasten, straatmeubilair, kunstwerken en (beeldende) kunstobjecten;
  2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
  1. maximaal 15 meter voor verkeerstechnische uitrusting, kunstwerken en overige infrastructurele voorzieningen;
  2. maximaal 10 meter voor (beeldende) kunstobjecten;
  3. maximaal 8 meter voor geluidwerende en geluidreducerende voorzieningen;
  4. maximaal 5 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 340 12.4 12.4 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2931 NL.IMRO.s2932

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  3. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen;
  4. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens;
  5. woondoeleinden;
  6. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 341 artikel 13 Artikel 13 Water artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2949 NL.IMRO.s2839

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 342 13.1 13.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2939 NL.IMRO.s2942

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  2. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging;
  3. bermen en groenvoorzieningen;

alsmede ook voor:

  1. verkeer te water;
  2. extensief recreatief medegebruik;
  3. infiltratievoorzieningen;
  4. oevers, oeverbeschoeiingen en taluds;
  5. behoud, herstel en ontwikkeling van de waardevolle openheid en structuur van de tochten;
  6. de aanleg, inrichting en instandhouding van een ecologische verbindingszone met de daarbij behorende voorzieningen binnen het vlak met de functieaanduiding 'ecologische verbindingszone';

met de daarbij behorende:

  1. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen;
  2. werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 343 13.2 13.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2939 NL.IMRO.s2943 NL.IMRO.s2941

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' de bescherming en veiligstelling van een ondergrondse DPO-brandstofleiding als bedoeld in artikel 26;

ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding – Gas' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding als bedoeld in artikel 27;

ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Rivierwatertransport' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse watertransportleiding als bedoeld in artikel 28;

ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;

ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering' de bescherming en veiligstelling van de waterkering als bedoeld in artikel 30.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 344 13.3 13.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2939 NL.IMRO.s2944 NL.IMRO.s2941

Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen:

  1. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter;
  3. ten behoeve van de aanleg van vlonders, gelden de volgende bepalingen:
  1. bij watergangen met een breedte tot 10 meter mogen géén steunpunten ten behoeve van de vlonder in de watergang worden aangebracht. Bij watergangen breder dan 10 meter is dit wel mogelijk, mits het gaat om overbreedte die niet noodzakelijk is voor de waterafvoer. Dit ter beoordeling van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;
  2. bij een maximale oversteek van 1 meter dient de onderkant van de constructie minimaal 1 meter boven het zomerpeil aangebracht te worden; indien de vlonder minder ver uitsteekt mag hij evenredig lager worden aangelegd, conform onderstaande figuur:

verplicht

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 345 13.4 13.4 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2939 NL.IMRO.s2945 NL.IMRO.s2941

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  3. woonschepen en drijvende woningen als ligplaats.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 346 13.5 13.5 Aanlegvergunning lid 4 NL.IMRO.s2939 NL.IMRO.s2941 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 347 13.5.1 13.5.1 Verbod sublid 5 NL.IMRO.s2945 NL.IMRO.s2947

Het is verboden op, in, boven en aan de gronden met de bestemming 'Water' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 348 13.5.2 13.5.2 Uitzondering sublid 5 NL.IMRO.s2945 NL.IMRO.s2948 NL.IMRO.s2946

Het verbod als bedoeld in 13.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 349 13.5.3 13.5.3 Advies sublid 5 NL.IMRO.s2945 NL.IMRO.s2946

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 13.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:

  1. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 350 artikel 14 Artikel 14 Wonen artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2960 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 351 14.1 14.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2949 NL.IMRO.s2951

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. wonen, al dan niet in combinatie met het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteiten tot maximaal 70 m²;

alsmede voor:

  1. de bescherming en instandhouding van een monumentaal bebouwingsobject ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – gemeentelijk monument';
  2. de bescherming en instandhouding van een monumentaal bebouwingsobject ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – rijksmonument';
  3. de aanleg, inrichting en instandhouding van een ecologische verbindingszone met de daarbij behorende voorzieningen binnen de functieaanduiding 'ecologische verbindingszone';
  4. parkeervoorzieningen;
  5. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  6. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  7. duikers en/of dammen;

met de daarbij behorende:

  1. hoofdgebouwen;
  2. aan- en uitbouwen;
  3. bijgebouwen;
  4. tuinen, gazons en erven;
  5. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  6. werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 352 14.2 14.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2949 NL.IMRO.s2952 NL.IMRO.s2950

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' de bescherming en veiligstelling van een ondergrondse DPO-brandstofleiding als bedoeld in artikel 26;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Rivierwatertransport' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse watertransportleiding als bedoeld in artikel 28;
  3. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;
  4. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering' de bescherming en veiligstelling van de waterkering als bedoeld in artikel 30;
  5. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterloop' de bescherming en instandhouding van de watergang als bedoeld in artikel 31.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 353 14.3 14.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2949 NL.IMRO.s2957 NL.IMRO.s2950

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 354 14.3.1 14.3.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2952 NL.IMRO.s2954
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 14.3.1 tot en met 14.3.4 tenzij de bestaande legale situatie op het tijdstip van inwerkingtreding ter van het plan afwijkend is. In dat geval is de bestaande legale situatie, met daarbij behorende maximale maatvoeringen, van toepassing;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 355 14.3.2 14.3.2 Woningen sublid 5 NL.IMRO.s2952 NL.IMRO.s2955 NL.IMRO.s2953
  1. het aantal woningen binnen het bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan het aantal woningen dat aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;
  2. in afwijking van het bepaalde in sub a geldt binnen de aanduiding 'maximum aantal woonheden' het hier genoemde aantal woningen als maximum;
  3. per bouwperceel en hoofdgebouw is maximaal 1 woning toegestaan. Splitsing van een bouwperceel ten behoeve van nieuwbouw van een tweede woning is niet toegestaan. De bestaande situatie op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan geldt als uitgangspunt;
  4. de inhoud van de woning bedraagt, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en exclusief vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, maximaal 750 m³;
  5. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  6. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 1 meter uit de naar de weg gekeerde bouwgrens;
  7. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt:
  1. 1. bij vrijstaande woningen minimaal 2 meter aan beide zijden;
  2. 2. bij halfvrijstaande woningen 2 meter aan één zijde;
  1. de goothoogte van de woning bedraagt maximaal 7 meter;
  2. de bouwhoogte van de woning bedraagt maximaal 10 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 356 14.3.3 14.3.3 Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen sublid 5 NL.IMRO.s2952 NL.IMRO.s2956 NL.IMRO.s2953
  1. de bouwwerken mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd;
  2. met inachtneming van het bepaalde in sub a dienen de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen gebouwd te worden op tenminste 3 meter afstand uit de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
  3. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter;
  4. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 5,50 meter;
  5. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter;
  6. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 70 m² per woning.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 357 14.3.4 14.3.4 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2952 NL.IMRO.s2953
  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen bouwwerken zijnde vóór de voorgevel en tot 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter;
  2. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 meter;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal bedraagt maximaal 3 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 358 14.4 14.4 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2949 NL.IMRO.s2958 NL.IMRO.s2950

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft;
  2. het gebruik van delen van de woning en bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte;
  3. seksinrichtingen;
  4. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  5. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  6. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  7. de opslag en verkoop van vuurwerk;
  8. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 359 14.5 14.5 Ontheffing aan-huis-verbonden bedrijf lid 4 NL.IMRO.s2949 NL.IMRO.s2959 NL.IMRO.s2950

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf of een aan–huis–verbonden bedrijfsmatige activiteit in het hoofd- of bijgebouw, met dien verstande dat:

  1. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft;
  2. bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; dit betekent onder meer dat:
  1. geen ontheffing wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, dat onder de werking van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Milieubeheer (Stb. 1993, 50) valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is;
  2. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
  3. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is;
  4. het bedrijf/de bedrijfsactiviteit behoort tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3 dan wel het een bedrijf/bedrijfs-activiteit betreft die niet is vermeld in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, maar naar aard en invloed vergelijkbaar is met de in bijlage 3 genoemde bedrijven en bedrijfsactiviteiten;
  1. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
  2. het parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden;
  3. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij het hoofdgebouw;
  4. ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden beroepsmatige bedrijfsactiviteit en/of een aan-huis-verbonden bedrijf of aan-huis-verbonden bedrijfsmatige activiteit in gebruik mag zijn, zulks tot maximaal 70 m².

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 360 14.6 14.6 Ontheffing – mantelzorg lid 4 NL.IMRO.s2949 NL.IMRO.s2950

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in 14.4, sub b ten behoeve van het gebruik van een bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits:

  1. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg;
  2. het gebruik geen onevenredige aantasting van het woongenot van omwonenden oplevert, noch leidt tot beperkingen in de bedrijfsvoering van naburige bedrijven;
  3. de afhankelijke woonruimte binnen de bebouwingsregeling als bedoeld in 14.3 wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 70 m²;
  4. mantelzorg aantoonbaar van tijdelijke aard is en dat de aanpassingen omkeerbaar moeten zijn.

Burgemeester en wethouders winnen voorafgaande aan de ontheffing nadere informatie bij verzoeker in, die zeker moet stellen dat er zorgbehoefte is, inclusief het feit dat deze naar haar aard tijdelijk is.
Burgemeester en wethouders stellen bij de ontheffing nadere eisen die gericht is op eindigheid en intrekking van de ontheffing, zodra de bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 361 artikel 15 Artikel 15 Lintzone artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2975 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 362 15.1 15.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2960 NL.IMRO.s2962

De voor 'Lintzone' aangewezen gronden zijn bestemd voor lintbebouwing ten behoeve van:

  1. bestaande bedrijfs- en/of woningen:
  1. met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen / (open) erven, brandgangen, in- en uitritten;
  2. in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot maximaal 70 m²;
  1. bestaande (glastuinbouw)bedrijven c.q. het uitoefenen van bestaande bedrijfsactiviteiten mits legaal, waarbij het bedrijf/de bedrijfsactiviteit behoort tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3, dan wel het een bedrijf/bedrijfsactiviteit betreft die niet is vermeld in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, maar naar aard en invloed vergelijkbaar is met de in bijlage 3 genoemde bedrijven en bedrijfsactiviteiten;
  2. bestaande woon-werk combinaties mits legaal, waarbij het bedrijf/de bedrijfsactiviteit behoort tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  3. behoud, herstel en ontwikkeling van de waardevolle openheid en structuur van de lintzone (lint- en/of laanstructuur);

alsmede ook voor:

  1. de bescherming en instandhouding van een monumentaal bebouwingsobject ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – rijksmonument';
  2. toegangs- en ontsluitingswegen, woonstraten, fiets- en voetpaden, in- en uitritten;
  3. (boven – en ondergrondse) parkeervoorzieningen;
  4. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  5. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  6. groenvoorzieningen;
  7. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;
  8. voorzieningen van algemeen nut;

met de daarbij behorende;

  1. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  2. tuinen, gazons, erven en terreinen;
  3. verhardingen;
  4. bermen, bermsloten en greppels;
  5. beplanting, oeverbeschoeiingen en overige groen;
  6. straatmeubilair;
  7. bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers, overige kunstwerken, (infiltratie)voorzieningen en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij de bestemming;

met uitzondering van:

  1. risicovolle inrichtingen, die niet zijn toegestaan, behoudens een bestaande risicovolle inrichting met de daarbij behorende opgenomen aanduiding 'Veiligheidszone – Bevi – risicozone';
  2. verkooppunten voor motorbrandstoffen, die niet zijn toegestaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 363 15.2 15.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2960 NL.IMRO.s2963 NL.IMRO.s2961

De voor 'Lintzone' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterloop' de bescherming en instandhouding van de watergang als bedoeld in artikel 31.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 364 15.3 15.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2960 NL.IMRO.s2970 NL.IMRO.s2961 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 365 15.3.1 15.3.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2963 NL.IMRO.s2965
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 15.3.1 tot en met 15.3.6 tenzij de situatie op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan afwijkend is. In dat geval is de bestaande legale situatie, met daarbij behorende maximale maatvoeringen, van toepassing;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 366 15.3.2 15.3.2 Woningen met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen sublid 5 NL.IMRO.s2963 NL.IMRO.s2966 NL.IMRO.s2964
  1. de woning inclusief aan- en uitbouwen alsmede aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend gebouwd worden binnen het bouwvlak;
  2. de inhoud van de woning bedraagt, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en exclusief vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, maximaal 750 m³;
  3. met inachtneming van het bepaalde in sub b dienen de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen gebouwd te worden op tenminste 3 meter afstand uit de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
  4. de goothoogte van de woning bedraagt maximaal 7 meter;
  5. de bouwhoogte van de woning bedraagt maximaal 10 meter;
  6. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en overkappingen per woning bedraagt maximaal 70 m²;
  7. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter;
  8. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter;
  9. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 5,50 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 367 15.3.3 15.3.3 Bedrijfsgebouwen, niet zijnde glastuinbouwbedrijven sublid 5 NL.IMRO.s2963 NL.IMRO.s2967 NL.IMRO.s2964
  1. bedrijfsgebouwen mogen alleen worden gesitueerd / gebouwd binnen het bouwvlak;
  2. de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 10 meter;
  3. het gezamenlijk oppervlak aan bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak mag maximaal 10% meer bedragen dan het bestaande oppervlak op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
  4. de bedrijfsgebouwen moeten worden gebouwd op minimaal 5 meter achter de voorgevel(rooilijn) van de woning op het betreffende bouwperceel;
  5. de onderlinge afstand tussen bedrijfsgebouwen en de afstand tussen bedrijfsgebouw en woning dient minimaal 2,50 meter te bedragen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 368 15.3.4 15.3.4 Bedrijfsgebouwen, behorende bij glastuinbouwbedrijven sublid 5 NL.IMRO.s2963 NL.IMRO.s2968 NL.IMRO.s2964
  1. bedrijfsgebouwen mogen alleen worden gesitueerd / gebouwd binnen het bouwvlak;
  2. de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 13 meter;
  3. het gezamenlijk oppervlak aan bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak mag maximaal 10% meer bedragen dan het bestaande oppervlak op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
  4. de bedrijfsgebouwen moeten worden gebouwd op minimaal 3 meter achter de voorgevel van de woning op het betreffende bouwperceel;
  5. de afstand van een gebouw tot de as van een interne ontsluitingsweg (bedrijfsstraat) bedraagt tenminste 10 meter, met dien verstande dat bij nieuw aangelegde bedrijfsstraten door de bestaande glas(tuinbouw)gebieden hier van kan worden afgeweken. In dat geval bedraagt de afstand van een gebouw tot de as van de (nieuwe) bedrijfsstraat tenminste 2 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 369 15.3.5 15.3.5 Gebouwen van algemeen nut sublid 5 NL.IMRO.s2963 NL.IMRO.s2969 NL.IMRO.s2964
  1. gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut mogen worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter;
  3. de oppervlakte van een voorziening van algemeen nut bedraagt maximaal 25 m².

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 370 15.3.6 15.3.6 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2963 NL.IMRO.s2964
  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen bouwwerken zijnde vóór de voorgevel en tot 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter;
  2. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 meter;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal bedraagt maximaal 3 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 371 15.4 15.4 Ontheffing van de bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2960 NL.IMRO.s2971 NL.IMRO.s2961

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 15.3.4 ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere bouwhoogte, behorende bij duurzame en modern grootschalig volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt in het achterliggende bestemmingsgebied, met dien verstande dat:

  1. de toegelaten bouwhoogte maximaal 15 meter bedraagt;
  2. de ontheffing slechts wordt toegepast als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken;
  3. de gebouwen ter plaatse nodig dienen te zijn ten behoeve van de optimale duurzame bedrijfsvoering van het daaraan verbonden (achterliggende) glastuinbouwbedrijf of vanwege meervoudig ruimtegebruik;
  4. de ontheffing pas wordt toegepast indien de navolgende milieukwaliteiten worden gerealiseerd:
  1. realisering van ruimtebesparing (optimaal ruimtegebruik) door uit te gaan van, indien mogelijk, clustering van bedrijvigheid en voorzieningen
  2. realisering van intensief en meervoudig ruimtegebruik (optimaliseren bruto-netto verhouding), in de vorm van verticale stapeling van functies. Hierbij kan gedacht worden aan;
  • loodsen met een grotere hoogte zodat efficiënt gestapeld kan worden;
  • combi van bedrijven, waarbij beschikbare ruimte voor meerdere functies gezamenlijk worden gebruikt.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 372 15.5 15.5 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2960 NL.IMRO.s2972 NL.IMRO.s2961

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend:

  1. de uitoefening van handel (inclusief detailhandel), nijverheid en dienstverlening (zoals kantoren, horeca, administratieve en publieksgerichte dienstverlening), een aan-huis verbonden beroep of een aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteit in een woning daaronder niet begrepen als bedoeld in 15.1, sub a, onder 2;
  2. bedrijven en bedrijfsactiviteiten anders dan bedoeld 15.1, sub b en sub c;
  3. een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks;
  4. geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
  5. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  6. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  7. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  8. seksinrichtingen;
  9. de opslag en verkoop van vuurwerk;
  10. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 373 15.6 15.6 Ontheffing ander gebruik lid 4 NL.IMRO.s2960 NL.IMRO.s2961 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 374 15.6.1 15.6.1 Ontheffing gebruik sublid 5 NL.IMRO.s2972 NL.IMRO.s2974

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd zijn om ontheffing te verlenen van het bepaalde in 15.1, sub b en sub c voor de vestiging c.q. uitoefening van bedrijven/bedrijfsactiviteiten die niet zijn vermeld in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, maar naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met de in 15.1, sub b en sub c genoemde bedrijven en bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling betrokken dienen te worden: geluidhinder, geurproductie, stofuitworp, gevaar, het al dan niet continue karakter van de activiteit, visuele hinder, verontreiniging van lucht, bodem en water alsmede de verkeersaantrekking.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 375 15.6.2 15.6.2 Advies sublid 5 NL.IMRO.s2972 NL.IMRO.s2973

Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting wordt voorafgaande aan het verlenen van ontheffing advies ingewonnen bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 376 artikel 16 Artikel 16 Ringvaartzone artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2983 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 377 16.1 16.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2975 NL.IMRO.s2977
  1. extensief agrarisch medegebruik;
  2. extensief recreatief medegebruik;
  3. (openbare)groenvoorzieningen;
  4. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  5. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  6. voet-, fiets- en ruiterpaden;

alsmede voor:

  1. voor zover aanwezig behoud, danwel herstel en/of ontwikkeling van de waardevolle openheid en structuur van de ringvaartzone;
  2. de ontwikkeling en inrichting van een landschappelijke zone;
  3. verkeer te water;
  4. waterberging;
  5. infiltratievoorzieningen;
  6. (ondergrondse) afvalinzamelingpunten;
  7. (beeldende)kunstobjecten;
  8. speelplaatsen, speelvoorzieningen en speeltoestellen;
  9. in- en uitritten;
  10. bruggen en overige kunstwerken;
  11. dijken en taluds;
  12. hondenuitlaatplaatsen;
  13. voorzieningen voor waterzuivering en infiltratie;
  14. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;
  15. overige bestaande functies, mits legaal;

met de daarbij behorende:

  1. kades van de ringvaart;
  2. bermen, bermsloten en greppels;
  3. beplantingstroken, rietzones, oeverbeschoeiingen en overig groen;
  4. verhardingen;
  5. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen;
  6. bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, (infiltratie)voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder mede begrepen ecovoorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 378 16.2 16.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2975 NL.IMRO.s2978 NL.IMRO.s2976

De voor 'Ringvaartzone' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' de bescherming en veiligstelling van een ondergrondse DPO-brandstofleiding als bedoeld in artikel 26;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding – Gas' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding als bedoeld in artikel 27;
  3. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering' de bescherming en veiligstelling van de waterkering als bedoeld in artikel 30.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 379 16.3 16.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s2975 NL.IMRO.s2982 NL.IMRO.s2976

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 380 16.3.1 16.3.1 Algemeen sublid 5 NL.IMRO.s2978 NL.IMRO.s2980
  1. voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 16.3.1 tot en met 16.3.3;
  2. voor het bouwen gelden, voor zover van toepassing, de aanduidingen;
  3. overkappingen zijn niet toegestaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 381 16.3.2 16.3.2 Gebouwen sublid 5 NL.IMRO.s2978 NL.IMRO.s2981 NL.IMRO.s2979
  1. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;
  2. overkappingen zijn niet toegestaan;
  3. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter;
  4. de oppervlakte van een voorziening van algemeen nut bedraagt maximaal 25 m².

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 382 16.3.3 16.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde sublid 5 NL.IMRO.s2978 NL.IMRO.s2979
  1. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 383 16.4 16.4 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2975 NL.IMRO.s2976

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  3. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen;
  4. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens;
  5. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 384 artikel 17 Artikel 17 Verkeer - Uit te werken 1 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2991 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 385 17.1 17.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2983 NL.IMRO.s2985

De voor 'Verkeer- Uit te werken 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. de aanleg en instandhouding van infrastructuur met een lokale ontsluitingsfunctie;

alsook voor:

  1. bermen en groenvoorzieningen;
  2. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  3. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;
  4. overige kleinschalige infrastructurele voorzieningen;

met de daarbij behorende:

  1. verhardingen;
  2. beplanting en overig groen;
  3. bermen, bermsloten en greppels;
  4. straatmeubilair;
  5. overige bouwwerken en voorzieningen , die wat betreft aard en afmetingen passen bij de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 386 17.2 17.2 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2983 NL.IMRO.s2986 NL.IMRO.s2984

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:

  1. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
  3. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens;
  4. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 387 17.3 17.3 Bouwen / aanleg van werken en werkzaamheden lid 4 NL.IMRO.s2983 NL.IMRO.s2987 NL.IMRO.s2984
  1. Op de gronden mogen bouwwerken uitsluitend worden gebouwd alsmede werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met een door burgemeester en wethouders uitgewerkt plan dat rechtskracht heeft.
  2. Zolang het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, kan worden gebouwd overeenkomstig het ontwerp uitwerkingsplan dat ter visie heeft gelegen en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.
  3. Zolang en voor zover het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, mogen werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke zijn gericht op realisering van de bestemming uitsluitend worden uitgevoerd onder de voorwaarden, dat:
  1. deze werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in overeenstemming zullen zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kunnen worden ingepast in een daarvoor opgesteld ontwerp uitwerkingsplan, dat ter visie heeft gelegen, en;
  2. en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 388 17.4 17.4 Uitwerkingsregels lid 4 NL.IMRO.s2983 NL.IMRO.s2984

Burgemeester en wethouders werken de bestemming uit in een bestemming 'Verkeer' overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening en met inachtneming van de volgende bepalingen:

  1. bij de uitwerking van de infrastructuur wordt aangesloten bij de bestaande infrastructuur in de bestaande, reeds uitgewerkte of nog uit te werken aangrenzende gebieden;
  2. burgemeester en wethouders stellen het uitwerkingsplan niet vast voordat er een definitief inzicht bestaat over de inrichting van de infrastructuur in het gebied;
  3. voor de vaststelling van het uitwerkingsplan dient vast te staan dat er een aanvaardbare milieuhygiënische woonsituatie zal zijn gewaarborgd voor de omgeving. Dit betekent onder andere dat: voorwaarden in acht zijn worden genomen zoals neergelegd in de toepasselijke relevante wet- en regelgeving en dat voorafgaand aan de uitwerking van het deelgebied zal worden aangetoond dat de geproduceerde geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige objecten in de omgeving kan voldoen aan de wettelijke normen volgens de Wet geluidhinder c.q. maatregelen of besluiten genomen kunnen worden conform de wettelijke mogelijkheden;
  4. de geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten in de naastliggende bestemmingen gebied het plangebied zal niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde door het bevoegde gezag conform de Beleidsregel Hogere waarden van de regio Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 389 17.4.1 17.4.1 Inrichtingsbepalingen sublid 5 NL.IMRO.s2987 NL.IMRO.s2989
  1. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de infrastructuur vastgelegd overeenkomstig het vastgestelde wegontwerp ten aanzien van de ontsluitingsweg;
  2. de inrichting van het infrastructuurgebied wordt afgestemd op de omgeving.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 390 17.4.2 17.4.2 Bouwvoorschriften sublid 5 NL.IMRO.s2987 NL.IMRO.s2990 NL.IMRO.s2988
  1. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;
  2. de maximale bouwhoogte van gebouwen van algemeen nut bedraagt 3 meter;
  3. de maximale oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 25 m²;
  4. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waaronder begrepen lichtmasten, informatieborden, wegwijzers, verkeerstekens en –regelinstallaties, schakelkasten, straatmeubilair en (beeldende)kunstobjecten;
  5. overkappingen zijn niet toegestaan;
  6. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
  1. voor lichtmasten en andere masten, wegwijzers, verkeerstekens en –regelinstallaties, maximaal 12 meter;
  2. voor overige andere bouwwerken maximaal 8 meter;
  1. ter uitvoering van de bestemming zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van dit plan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 391 17.4.3 17.4.3 Wijzigingsbevoegdheid – Bestaande functies sublid 5 NL.IMRO.s2987 NL.IMRO.s2988

In het uitwerkingsplan wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om bestaande tuinen en bedrijven of bedrijfsactiviteiten (waaronder begrepen een brandstofverkooppunt) gesitueerd binnen het uitwerkingsgebied, die na realisering van de voorgestane infrastructuur gehandhaafd kunnen blijven, te bestemmen met een op deze functie(s) toegesneden bestemming(en), zoals opgenomen in dit bestemmingsplan, met de daarbij behorende bouw- en/of gebruiksregels.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 392 artikel 18 Artikel 18 Verkeer - Uit te werken 2 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3006 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 393 18.1 18.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s2991 NL.IMRO.s2993

De voor 'Verkeer- Uit te werken 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. (regionale) gebiedsontsluitingwegen met maximaal 2 x 1 rijstroken, inclusief de daarbij behorende vluchtstroken, in- en uitvoegstroken en rotondes, met tevens een functie van ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden;
  2. voet- en fietspaden, in- en uitritten;
  3. bermen en groenvoorzieningen;
  4. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  5. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  6. geluidwerende voorzieningen en geluidreducerende maatregelen;
  7. (ondergrondse) afvalverzamelingspunten;
  8. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;
  9. overige kleinschalige infrastructurele voorzieningen;
  10. verbindingen ten behoeve van het wegverkeer (bruggen / viaducten);

alsmede ook voor:

  1. een reserveringszone ten behoeve van de aanpassing van de ontsluitingsweg als bedoeld in sub a in een weg met een wegprofiel van 2 x 2 rijstroken;
  2. (kruisende) wegen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen gesitueerd onder de onderdoorgang van de hoofdweg bij kruisende wegen;
  3. de aanleg en instandhouding van een ecologische verbindingszone ter plaatse van de functieaanduiding 'ecologische verbindingszone';

met de daarbij behorende:

  1. verhardingen;
  2. bermen, bermsloten en greppels;
  3. beplanting en overig groen;
  4. dammen en/of duikers;
  5. straatmeubilair;
  6. werken en werkzaamheden, bruggen, tunnels, viaducten en andere kunstwerken;
  7. werken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van geleiding, beveiliging, signalering en regeling van het verkeer;
  8. bouwwerken, werken en werkzaamheden, kunstwerken, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de afvalinzameling en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 394 18.2 18.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s2991 NL.IMRO.s2994 NL.IMRO.s2992

De voor 'Verkeer- Uit te werken 2' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding – Gas' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding als bedoeld in artikel 27;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Rivierwatertransport' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse watertransportleiding als bedoeld in artikel 28;
  3. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;
  4. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' de bescherming en veiligstelling van de waterkering als bedoeld in artikel 30.
  5. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterloop' de bescherming en instandhouding van de watergang als bedoeld in artikel 31.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 395 18.3 18.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s2991 NL.IMRO.s2995 NL.IMRO.s2992

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:

  1. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
  3. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens;
  4. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 396 18.4 18.4 Bouwen / aanleg van werken en werkzaamheden lid 4 NL.IMRO.s2991 NL.IMRO.s2996 NL.IMRO.s2992
  1. Op de gronden mogen bouwwerken uitsluitend worden gebouwd alsmede werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met een door burgemeester en wethouders uitgewerkt plan dat rechtskracht heeft.
  2. Zolang het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, kan worden gebouwd overeenkomstig het ontwerp uitwerkingsplan dat ter visie heeft gelegen en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.
  3. Zolang en voor zover het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, mogen werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke zijn gericht op realisering van de bestemming uitsluitend worden uitgevoerd onder de voorwaarden, dat:
  1. deze werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in overeenstemming zullen zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kunnen worden ingepast in een daarvoor opgesteld ontwerp uitwerkingsplan, dat ter visie heeft gelegen, en;
  2. en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 397 18.5 18.5 Uitwerkingsregels lid 4 NL.IMRO.s2991 NL.IMRO.s2992

Burgemeester en wethouders werken de bestemming uit in een bestemming 'Verkeer' overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening en met inachtneming van de volgende bepalingen:

  1. bij de uitwerking van de infrastructuur wordt aangesloten bij de bestaande infrastructuur in de bestaande, reeds uitgewerkte of nog uit te werken aangrenzende gebieden;
  2. burgemeester en wethouders stellen het uitwerkingsplan niet vast voordat er een definitief inzicht bestaat over de inrichting van de infrastructuur in het gebied;
  3. voor de vaststelling van het uitwerkingsplan dient vast te staan dat er een aanvaardbare milieuhygiënische woonsituatie zal zijn gewaarborgd voor de omgeving. Dit betekent onder andere dat: voorwaarden in acht zijn worden genomen zoals neergelegd in de toepasselijke relevante wet- en regelgeving en dat voorafgaand aan de uitwerking van het deelgebied zal worden aangetoond dat de geproduceerde geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige objecten in de omgeving kan voldoen aan de wettelijke normen volgens de Wet geluidhinder c.q. maatregelen of besluiten genomen kunnen worden conform de wettelijke mogelijkheden;
  4. de geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten in de naastliggende bestemmingen gebied het plangebied zal niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde door het bevoegde gezag conform de Beleidsregel Hogere waarden van de regio Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 398 18.5.1 18.5.1 Inrichtingsbepalingen sublid 5 NL.IMRO.s2996 NL.IMRO.s2998
  1. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de infrastructuur vastgelegd overeenkomstig het vastgestelde wegontwerp ten aanzien van de ontsluitingsweg;
  2. de inrichting van het infrastructuurgebied wordt afgestemd op de omgeving.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 399 18.5.2 18.5.2 Bouwvoorschriften sublid 5 NL.IMRO.s2996 NL.IMRO.s2999 NL.IMRO.s2997
  1. op of in deze gronden mogen uitsluitend niet voor bewoning bestemde gebouwen, zoals voorzieningen van algemeen nut, abri's en fietsenstallingen worden gebouwd;
  2. de maximale bouwhoogte van gebouwen van algemeen nut bedraagt 3 meter;
  3. de maximale oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 25 m²;
  4. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waaronder begrepen lichtmasten, informatieborden, wegwijzers, verkeerstekens en –regelinstallaties, schakelkasten, straatmeubilair, kunstwerken en (beeldende) kunstobjecten;
  5. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
  1. maximaal 15 meter voor verkeerstechnische uitrusting, kunstwerken en overige infrastructurele voorzieningen;
  2. maximaal 10 meter voor (beeldende) kunstobjecten;
  3. maximaal 8 meter voor geluidwerende en geluidreducerende voorzieningen;
  4. maximaal 5 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
  1. ter uitvoering van de bestemming zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van dit plan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 400 18.5.3 18.5.3 Wijzigingsbevoegdheid – Bestaande functies sublid 5 NL.IMRO.s2996 NL.IMRO.s2997

In het uitwerkingsplan wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, om bestaande glastuinbouwfuncties gesitueerd binnen het uitwerkingsgebied, die na realisering van de voorgestane infrastructuur gehandhaafd kunnen blijven, te bestemmen met een op deze functie(s) toegesneden bestemming(en), zoals opgenomen in dit bestemmingsplan, met de daarbij behorende bouw- en/of gebruiksregels.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 401 artikel 19 Artikel 19 Woongebied - Uit te werken 1 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3015 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 402 19.1 19.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3006 NL.IMRO.s3008

De voor 'Woongebied - uit te werken 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. woningen, in de vorm van vrijstaande, halfvrijstaande en geschakelde woningen, patiowoningen, gestapelde en aaneengesloten woningen alsmede woongebouwen:
  1. met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen / (open) erven, brandgangen, in- en uitritten;
  2. in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot maximaal 70 m²;
  1. kleinschalige bedrijfsactiviteiten zoals genoemd in milieucategorie 1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 2;
  2. maatschappelijke voorzieningen in de vorm van onderwijs- en zorgvoorzieningen al dan niet met bovenwoningen;
  3. toegangs- en ontsluitingswegen, fiets- en voetpaden, in- en uitritten;
  4. (boven – en ondergrondse) parkeervoorzieningen;
  5. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  6. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  7. groenvoorzieningen;
  8. voorzieningen voor waterzuivering en infiltratie;
  9. voorzieningen van algemeen nut;
  10. parkeervoorzieningen;
  11. leidingenzone(s) met de daarbij behorende vrijwaringszone(s);

met de daarbij behorende:

  1. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  2. erven en terreinen;
  3. verhardingen;
  4. bermen, bermsloten en greppels;
  5. (boom)beplanting, oeverbeschoeiingen en overige groen;
  6. speelvoorzieningen en kunstobjecten;
  7. straatmeubilair;
  8. werken en werkzaamheden alsmede bruggen, duikers, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, ten dienste van de bestemming en wat betreft aard en afmetingen passend bij de bestemming;

met uitzondering van:

  1. risicovolle inrichtingen, die niet zijn toegestaan;
  2. verkooppunten voor motorbrandstoffen, die niet zijn toegestaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 403 19.2 19.2 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3006 NL.IMRO.s3009 NL.IMRO.s3007

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. bedrijven en bedrijfsactiviteiten anders dan genoemd in 19.1, sub b;
  2. maatschappelijke voorzieningen anders dan genoemd in19.1, sub c;
  3. geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
  4. horecabedrijven;
  5. detailhandel;
  6. verblijfsrecreatie;
  7. een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks;
  8. de opslag en verkoop van motorbrandstoffen (incl. LPG);
  9. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  10. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  11. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  12. seksinrichtingen;
  13. de opslag en verkoop van vuurwerk;
  14. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 404 19.3 19.3 Bouwen / aanleg van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden lid 4 NL.IMRO.s3006 NL.IMRO.s3010 NL.IMRO.s3007
  1. Op de gronden mogen bouwwerken uitsluitend worden gebouwd alsmede werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met een door burgemeester en wethouders uitgewerkt plan dat rechtskracht heeft.
  2. Zolang het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, kan worden gebouwd overeenkomstig het ontwerp uitwerkingsplan dat ter visie heeft gelegen en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.
  3. Zolang en voor zover het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, mogen werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke zijn gericht op realisering van de bestemming uitsluitend worden uitgevoerd onder de voorwaarden, dat:
  1. deze werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in overeenstemming zullen zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kunnen worden ingepast in een daarvoor opgesteld ontwerp uitwerkingsplan, dat ter visie heeft gelegen, en;
  2. en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 405 19.4 19.4 Uitwerkingsregels lid 4 NL.IMRO.s3006 NL.IMRO.s3014 NL.IMRO.s3007

Burgemeester en wethouders werken de bestemming uit in meerdere bestemmingen afgestemd op de geprojecteerde en te realiseren functies op de betreffende gronden in het uitwerkingsgebied en wel overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening en met inachtneming van de hierna volgende bepalingen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 406 19.4.1 19.4.1 Voorwaarden bij de uitwerking sublid 5 NL.IMRO.s3010 NL.IMRO.s3012
  1. bij de uitwerking van de stedenbouwkundige opzet wordt aangesloten bij de bestaande, reeds uitgewerkte of nog uit te werken aangrenzende gebieden. Uitgangspunt vormt een aansluiting bij de identiteit en opbouw van het bestaande dorp en de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. Gestreefd wordt naar een sfeer van dorps wonen in de zin van afwisseling in bebouwing ter voorkoming van gelijkvormigheid en massaliteit;
  2. burgemeester en wethouders stellen het uitwerkingsplan al dan niet gefaseerd, niet vast voordat er inzicht bestaat over de verkaveling en de exacte woningdifferentiatie in het gebied;
  3. voor de vaststelling van het uitwerkingsplan dient vast te staan dat er een aanvaardbare milieuhygiënische woonsituatie zal zijn gewaarborgd. Dit betekent onder andere dat, de milieuhygiënische belemmeringen ten gevolge van binnen en buiten het plangebied aanwezige milieubelastende functies, op grond waarvan milieubelemmeringen zijn bepaald, genoegzaam dienen te zijn weggenomen en/of de voorwaarden in acht zijn genomen zoals neergelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende relevante leefmilieuaspecten;
  4. de geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten binnen het woongebied zal niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde door het bevoegde gezag conform de Beleidsregel Hogere waarden van de regio Midden Holland;
  5. de woningen worden in jaarfasen gerealiseerd afgestemd op het gemeentelijk woningbouwprogramma;
  6. gestreefd wordt naar de realisering van een gedifferentieerd woningaanbod voor alle doelgroepen, waarbij rekening wordt gehouden met 30% sociale woningbouw, met dien verstande dat dit percentage hoger of lager kan zijn afhankelijk van het exact aantal te realiseren c.q. gerealiseerde sociale woningbouw in het woongebied Moerkapelle-Zuid ('Woongebied – Uit te werken 2');
  7. maximaal 10% van de te bouwen woningen in het uitwerkingsgebied zal in gestapelde vorm gerealiseerd worden, met dien verstande dat dit percentage hoger of lager kan zijn afhankelijk van het exact aantal te realiseren gestapelde woningen in het woongebied Moerkapelle-Zuid ('Woongebied – Uit te werken 2');
  8. de aard, het aantal en de omvang van de te accommoderen voorzieningen in het woongebied wordt afgestemd op het te realiseren voorzieningenniveau voor de kern Moerkapelle;
  9. maatschappelijke voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan op bouwpercelen die gesitueerd zijn aan een stedenbouwkundige drager of interne hoofdontsluitingswegen;
  10. de ruimtelijke en architectonische vormgeving en de inrichtingsprincipes van het gebied worden neergelegd in beeldkwaliteitregels. In de beeldkwaliteitregels wordt onderscheid gemaakt in gebieden met een 'zware' en met een 'lichte' regie. Waar bebouwing opvallend in beeld is vanuit de openbare ruimte (langs de hoofdontsluitingsroute), zullen strikte randvoorwaarden aan de architectuur worden gesteld, waaronder begrepen de kleur van de bouwmaterialen, de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  11. in het uitwerkingsplan wordt de normering voor het te hanteren vloerpeil opgenomen, met dien verstande dat het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard vooraf schriftelijk heeft ingestemd met de op te nemen normering.

Ter voorkoming van wateroverlast zal het te hanteren vloerpeil nader wordt bepaald op basis van het waterbergend vermogen van het peilgebied waarin het wijzigingsgebied is gesitueerd;

  1. in het uitwerkingsgebied wordt 8% water gerealiseerd ten behoeve van waterberging. Gestreefd wordt om een optimaal oppervlak aan water binnen het uitwerkingsgebied te realiseren;
  2. tenminste 20% van de oeverlengte van de watergangen in het uit te werken gebied dient te worden voorzien van natuurvriendelijke oevers. Hiervan kan worden afgeweken, door middel van een op te nemen ontheffingsregel in het uitwerkingsplan, indien de doelstellingen voor ecologisch gezond water ook op andere wijze kunnen worden geborgd, dit in nader overleg met en ter beoordeling van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;
  3. bij het realiseren van het woongebied geldt als doelstelling dat de inrichting zodanig wordt vormgegeven dat optimaal gebruik gemaakt kan worden van duurzaamheidprincipes. In verband hiermee wordt bij de verkaveling uitgegaan van een goed evenwicht tussen intensief gebruik en natuurlijk groene en openbare ruimte, mogelijkheden van natuurlijke zuivering van water en gebruik van duurzame energie. Daarnaast wordt bij de inrichting van het woongebied uitgegaan van emissievrij bouwen en energiezuinig bouwen;

In elk geval dient het te realiseren woongebied duurzaam ontwikkeld te worden met inachtneming van de volgende milieukwaliteiten:

  1. er geldt een te behalen energieprestatie op locatie (EPL) van 8 voor het te ontwikkelen gebied;
  2. de woningen worden uitgevoerd met een energieprestatiecoefficiënt (EPC) 20% lager dan de norm geldend ingevolge het Bouwbesluit;
  3. tenminste 20% van het totale energieverbruik in het gebied dient afkomstig te zijn van duurzame energiebronnen waaronder bijvoorbeeld van de glastuinbouwbedrijven uit het glastuinbouwbedrijvenlandschap;
  4. een GPR gebouwscore van 7 ten aanzien van duurzaamheid moet worden gerealiseerd;
  5. woningen worden zoveel mogelijk zongericht georiënteerd;
  6. woningen worden uitgevoerd met de vaste- en kostenneutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen
  7. minimaal 75% van de woningen ondervindt een geluidniveau van 48 dB of lager;
  8. minimaal 40% van de woningen ondervindt een geluidniveau van 43 dB of lager;
  9. maximaal 25% van de woningen ondervindt een geluidniveau van meer dan 48 dB of hoger tot maximaal 63 dB;
  10. het geluidniveau binnen alle woningen mag niet meer bedragen dan 33 dB.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 407 19.4.2 19.4.2 Algemene inrichtingsbepalingen sublid 5 NL.IMRO.s3010 NL.IMRO.s3013 NL.IMRO.s3011
  1. de situering alsmede de aard en omvang van (ontsluitings)wegen, woonstraten en de overige inrichting van het openbaar gebied wordt afgestemd op de omgeving;
  2. in het uitwerkingsplan worden de zogenaamde stedenbouwkundige dragers ruimtelijk bepaald en wordt bij de bebouwingsopzet rekening gehouden met zichtlijnen;
  3. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de (ontsluitings)weg(en) en langzaamverkeersverbindingen vastgelegd, waarbij:
  • de ontsluitingsstructuur in het gebied zoveel mogelijk overeenkomstig de ter plaatse of in de nabijheid van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – ontsluitings-structuur indicatief' wordt gerealiseerd;
  • de langzaamverkeersverbinding tussen Bredeweg en Noordeinde zoveel mogelijk overeenkomstig de ter plaatse of in de nabijheid van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - langzaamverkeersroute indicatief' wordt gerealiseerd;
  1. het woongebied wordt ingericht behorend bij een dorps woonmilieu;
  2. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de waterstructuur vastgelegd, waarbij de waterstructuur zoveel mogelijk overeenkomstig de ter plaatse of in de nabijheid van de aangegeven aanduiding 'specifieke vorm van water - waterstructuur indicatief' wordt vormgegeven;
  3. het woongebied wordt primair extern ontsloten door een hoofdaansluiting op de Zuidplasstraat. Tevens is rekening gehouden met de mogelijkheid om het gebied extern aan te haken op de Middelweg;
  4. in het uitwerkingsgebied wordt tenminste 3% aan groenvoorzieningen en speelvoorzieningen gerealiseerd (procenten steeds berekend ten opzichte van de bruto-oppervlakte van het totale uitwerkingsgebied);
  5. langs hoofdwatergangen dient rekening gehouden te worden met een vrijwaringszone ter weerszijden van de watergang van tenminste 5 meter;
  6. de openbare ruimte in het woongebied wordt ingericht volgens het principe 'Duurzaam Veilig' en uitgevoerd overeenkomstig een door de gemeente vastgesteld programma van eisen ten aanzien van de aan te leggen werken, dat in het uitwerkingsplan 'voor zover ruimtelijk relevant' gedetailleerd in regels zal worden vastgelegd. Daarbij wordt in elk geval vastgelegd:
  • de parkeernormen per te realiseren woning (op eigen terrein en in openbaar gebied), met dien verstande dat het parkeren bij woningen zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden;
  • de minimale rijbaanbreedte bij wegen (verkeersvrije wegen, gemengd verkeer, erftoegangswegen, gebiedsontsluitingswegen) en paden (voet- en fietspaden);
  1. het woongebied wordt ingericht als een formeel '30 km-gebied';
  2. in het uitwerkingsplan worden parkeernomen opgenomen waaraan getoetst dient te worden. Als uitgangspunt geldt dat de parkeervoorzieningen zoveel mogelijk uit het straatbeeld op eigen terrein dienen te worden aangelegd. Hiervan kan worden afgeweken indien aangetoond kan worden dat uitvoering op eigen terrein niet mogelijk is maar in het openbaar gebied voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. Voor de van toepassing te verklaren parkeernormering wordt gebruik gemaakt van de CROW die als minimum gelden;
  3. op de gronden zijn toegestaan vrijstaande, halfvrijstaande, geschakelde en aaneengebouwde woningen, patiowoningen, en in beperkte mate woongebouwen met dien verstande dat uitsluitend langs de stedenbouwkundige dragers deze gestapelde woningen/woongebouwen in de vorm van een appartementencomplex is toegestaan;
  4. in het kader van de na te streven beeldkwaliteit in het gebied worden strenge eisen gesteld aan de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  5. voorzieningen van algemeen nut dienen zodanig te worden gesitueerd en/of door beplanting te worden afgeschermd, dat de directe (woon)omgeving in voldoende mate wordt gevrijwaard van visuele en andere hinder;
  6. bij de inrichting van het woongebied wordt uitgegaan van emissievrij bouwen en energiezuinig bouwen;
  7. in het uitwerkingsplan wordt de ligging van de (ontsluitings)wegen en woonstraten vastgelegd in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3' als bedoeld in artikel 12
  8. in het uitwerkingsplan worden de groenvoorzieningen vastgelegd in de bestemming 'Groen' als bedoeld in artikel 5
  9. in het uitwerkingsplan wordt het water vastgelegd in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13
  10. in het uitwerkingsplan worden de voortuinen/gazons behorende bij de woning vastgelegd in de bestemming 'Tuin' als bedoeld in artikel 8
  11. bij de uitwerking naar wonen wordt het bepaalde ten aanzien van de bebouwings- en gebruikregels in artikel 14 voor woningen met inachtneming van de bepalingen in 19.4.3, voor zover toepasselijk zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing verklaard.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 408 19.4.3 19.4.3 Algemene bouwregels sublid 5 NL.IMRO.s3010 NL.IMRO.s3011
  1. in het uitwerkingsgebied worden ten minste 500 en ten hoogste 750 woningen gebouwd en deze mogen uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van het bepaalde in de Wet geluidhinder;
  2. de woningdichtheid in het uitwerkingsgebied bedraagt maximaal 25 woningen per hectare, met dien verstande dat het wenselijk wordt geacht om aan de randen een lage dichtheid te realiseren;
  3. maximaal 10% van de te bouwen woningen in het uitwerkingsgebied zal in gestapelde vorm gerealiseerd worden, met dien verstande dat dit percentage hoger of lager kan zijn afhankelijk van het exact aantal te realiseren c.q. gerealiseerde gestapelde woningen in het woongebied Moerkapelle-Zuid ('Woongebied – Uit te werken 2');
  4. de omvang aan maatschappelijke voorzieningen als bedoeld in 19.1 sub c bedraagt maximaal 2.500 m²;
  5. in het uitwerkingsplan worden de minimale en/of maximale bouwhoogten, het maximale bebouwingspercentages de overige maatvoeringeisen en de situering van de op te richten gebouwen vastgelegd, met inachtneming van de uitgangspunten als verwoord in de navolgende bepalingen;
  6. in het uitwerkingsplan worden bouwvlakken opgenomen waarbinnen de hoofdgebouwen (woningen), bedrijfsgebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de woningen dienen te worden gebouwd;
  7. de bouwhoogte van woningen bedraagt ten hoogste 10 meter en voor bebouwing aan de stedenbouwkundige dragers alsmede voor gestapelde woningen ten hoogste 13 meter;
  8. de hoofdgebouwen moeten worden gebouwd in of 1 meter achter de voorgevelrooilijn;
  9. in het uitwerkingsplan kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn onder voorwaarden ontheffing te verlenen voor verhoging van de maximale toegestane bouwhoogte met maximaal 3 meter, mits:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet wordt aangetast;
  2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van een doelmatig en/of efficiënt gebruik van de bebouwing op het bouwperceel;
  3. dit wordt noodzakelijk geacht om het aantal woningen te realiseren conform de gemeentelijke woonvisie en het gemeentelijke woningbouwprogramma;
  1. voorzieningen van algemeen nut zijn toegelaten tot een bouwhoogte van maximaal 4 meter en een oppervlak per gebouw van maximaal 40 m²;
  2. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waaronder begrepen lichtmasten, informatieborden, wegwijzers, verkeerstekens en –regelinstallaties, schakelkasten, straatmeubilair en (beeldende)kunstobjecten;
  3. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde in het openbaar gebied, bedraagt:
  1. maximaal 12 meter voor verlichting, masten, wegwijzers, verkeerstekensinstallaties, verkeersignaleringen en verkeersregelinstallaties, kunstwerken en geluidwerende voorzieningen;
  2. maximaal 5 meter voor overige andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op een woonkavel bedraagt::
  1. maximaal 1 meter voor bouwwerken, geen bouwwerken zijnde vóór de voorgevel en tot 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
  2. maximaal 2 meter voor erf- en terreinafscheidingen vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
  3. maximaal 5 meter voor vlaggemasten;
  4. maximaal 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
  1. ter uitvoering van de bestemmingsdoeleinden zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van dit plan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 409 19.5 19.5 Wijzigingsbevoegdheid – Sportvelden lid 4 NL.IMRO.s3006 NL.IMRO.s3007

In het uitwerkingsplan wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, ten behoeve van het aanleggen c.q bouwen van sportvelden met de daarbij behorende additionele voorzieningen, waaronder begrepen een kantine, was- en kleedruimten en ruimten ten dienste van beheer, met dien verstande, dat:

  1. in het wijzigingsplan een bouwvlak wordt opgenomen, waarbinnen gebouwen dienen te worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van gebouwen maximaal 6 meter bedraagt;
  3. in het wijzigingsplan de gronden voorzien worden van een op de functie toegesneden bestemming of specifieke functieaanduiding, met de daarbij behorende en op de functie afgestemde gebruiks- en bouwregels.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 410 artikel 20 Artikel 20 Woongebied - Uit te werken 2 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3023 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 411 20.1 20.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3015 NL.IMRO.s3017

De voor 'Woongebied - uit te werken 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. woningen, in de vorm van vrijstaande, halfvrijstaande en geschakelde woningen, patiowoningen, gestapelde en aaneengesloten woningen alsmede woongebouwen:
  1. met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen / (open) erven, brandgangen, in- en uitritten;
  2. in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot maximaal 70 m²;
  1. kleinschalige bedrijfsactiviteiten zoals genoemd in milieucategorie 1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 2;
  2. maatschappelijke voorzieningen al dan niet met bovenwoningen;
  3. sportvoorzieningen in de vorm van buitensport accommodaties met de daarbij behorende voorzieningen, waaronder in elk geval begrepen een kantine, was- en kleedruimten en ruimten ten dienste van beheer;
  4. toegangs- en ontsluitingswegen, fiets- en voetpaden, in- en uitritten;
  5. (boven – en ondergrondse) parkeervoorzieningen;
  6. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  7. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  8. groenvoorzieningen;
  9. voorzieningen voor waterzuivering en infiltratie;
  10. voorzieningen van algemeen nut;
  11. parkeervoorzieningen;
  12. leidingenzone(s) met de daarbij behorende vrijwaringszone(s);

alsmede ook voor

  1. de aanleg en ontwikkeling van kwaliteitszone binnen het vlak met de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van wonen - kwaliteitszone', bestaande uit:
  1. vrijstaande en halfvrijstaande woningen:
  • met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen / (open) erven, brandgangen, in- en uitritten;
  • in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot maximaal 70 m²;
  1. woon-werk combinaties, met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  2. toegangs- en ontsluitingswegen, fiets- en voetpaden, in- en uitritten;
  3. oppervlakte water, in de vorm van watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;

met de daarbij behorende:

  1. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  2. erven en terreinen;
  3. verhardingen;
  4. bermen, bermsloten en greppels;
  5. (boom)beplanting, oeverbeschoeiingen en overige groen;
  6. speelvoorzieningen en kunstobjecten;
  7. straatmeubilair;
  8. werken en werkzaamheden alsmede bruggen, duikers, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, ten dienste van de bestemming en wat betreft aard en afmetingen passend bij de bestemming;

met uitzondering van:

  1. risicovolle inrichtingen, die niet zijn toegestaan;
  2. verkooppunten voor motorbrandstoffen, die niet zijn toegestaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 412 20.2 20.2 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3015 NL.IMRO.s3018 NL.IMRO.s3016

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. bedrijven en bedrijfsactiviteiten anders dan genoemd in 20.1, sub b en 20.1, sub c ;
  2. geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
  3. detailhandel;
  4. horecabedrijven, anders dan genoemd in 20.1, sub d;
  5. verblijfsrecreatie;
  6. een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks;
  7. de opslag en verkoop van motorbrandstoffen (incl. LPG);
  8. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  9. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  10. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  11. seksinrichtingen;
  12. de opslag en verkoop van vuurwerk;
  13. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 413 20.3 20.3 Bouwen / aanleg van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden lid 4 NL.IMRO.s3015 NL.IMRO.s3019 NL.IMRO.s3016
  1. Op de gronden mogen bouwwerken uitsluitend worden gebouwd alsmede werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met een door burgemeester en wethouders uitgewerkt plan dat rechtskracht heeft.
  2. Zolang het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, kan worden gebouwd overeenkomstig het ontwerp uitwerkingsplan dat ter visie heeft gelegen en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.
  3. Zolang en voor zover het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, mogen werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke zijn gericht op realisering van de bestemming uitsluitend worden uitgevoerd onder de voorwaarden, dat:
  1. deze werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in overeenstemming zullen zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kunnen worden ingepast in een daarvoor opgesteld ontwerp uitwerkingsplan, dat ter visie heeft gelegen, en;
  2. en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 414 20.4 20.4 Uitwerkingsregels lid 4 NL.IMRO.s3015 NL.IMRO.s3016

Burgemeester en wethouders werken de bestemming uit in meerdere bestemmingen afgestemd op de geprojecteerde en te realiseren functies op de betreffende gronden in het uitwerkingsgebied en wel overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening en met inachtneming van de volgende bepalingen:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 415 20.4.1 20.4.1 Voorwaarden bij de uitwerking sublid 5 NL.IMRO.s3019 NL.IMRO.s3021
  1. bij de uitwerking van de stedenbouwkundige opzet wordt aangesloten bij de bestaande, reeds uitgewerkte of nog uit te werken aangrenzende gebieden. Uitgangspunt vormt een aansluiting bij de identiteit en opbouw van het bestaande dorp en de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. Gestreefd wordt naar een sfeer van dorps wonen in de zin van afwisseling in bebouwing ter voorkoming van gelijkvormigheid en massaliteit;
  2. burgemeester en wethouders stellen het uitwerkingsplan al dan niet gefaseerd, niet vast voordat er inzicht bestaat over de verkaveling en de exacte woningdifferentiatie in het gebied, alsmede de omvang en situering van het nieuw te realiseren sportpark;
  3. voor de vaststelling van het uitwerkingsplan dient vast te staan dat er een aanvaardbare milieuhygiënische woonsituatie zal zijn gewaarborgd. Dit betekent onder andere dat, de milieuhygiënische belemmeringen ten gevolge van binnen en buiten het plangebied aanwezige milieubelastende functies, op grond waarvan milieubelemmeringen zijn bepaald, genoegzaam dienen te zijn weggenomen en/of de voorwaarden in acht zijn genomen zoals neergelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende relevante leefmilieuaspecten;
  4. de geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten binnen het woongebied zal niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde door het bevoegde gezag conform de Beleidsregel Hogere waarden van de regio Midden Holland;
  5. de woningen worden in jaarfasen gerealiseerd afgestemd op het gemeentelijk woningbouwprogramma;
  6. gestreefd wordt naar de realisering van een gedifferentieerd woningaanbod voor alle doelgroepen, waarbij rekening wordt gehouden met 30% sociale woningbouw, met dien verstande dat dit percentage hoger of lager kan zijn afhankelijk van het exact aantal te realiseren c.q. gerealiseerde sociale woningbouw in het woongebied Moerkapelle-Oost ('Woongebied – Uit te werken 1');
  7. de aard, het aantal en de omvang van de te accommoderen en te realiseren voorzieningen in het woongebied wordt afgestemd op het te realiseren voorzieningenniveau voor de kern Moerkapelle;
  8. maatschappelijke voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan op bouwpercelen die gesitueerd zijn aan de aangegeven stedenbouwkundige drager of wijkontsluitingswegen;
  9. de ruimtelijke en architectonische vormgeving en de inrichtingsprincipes van het gebied worden neergelegd in beeldkwaliteitregels. In de beeldkwaliteitregels wordt onderscheid gemaakt in gebieden met een 'zware' en met een 'lichte' regie. Waar bebouwing opvallend in beeld is vanuit de openbare ruimte (langs de hoofdontsluitingsroute), zullen strikte randvoorwaarden aan de architectuur worden gesteld, waaronder begrepen de kleur van de bouwmaterialen, de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  10. bij het realiseren van het gebied geldt als doelstelling dat de inrichting zodanig wordt vormgegeven dat optimaal gebruik gemaakt kan worden van duurzaamheidprincipes. In verband hiermee wordt bij de verkaveling uitgegaan van een goed evenwicht tussen intensief gebruik en natuurlijk groene en openbare ruimte, mogelijkheden van natuurlijke zuivering van water en opwekking van duurzame energie;
  11. in het uitwerkingsplan wordt de normering voor het te hanteren vloerpeil opgenomen, met dien verstande dat het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard vooraf schriftelijk heeft ingestemd met de op te nemen normering.

Ter voorkoming van wateroverlast zal het te hanteren vloerpeil nader wordt bepaald op basis van het waterbergend vermogen van het peilgebied waarin het wijzigingsgebied is gesitueerd;

  1. in het uitwerkingsgebied wordt 8% water gerealiseerd ten behoeve van waterberging. Gestreefd wordt om een optimaal oppervlak aan water binnen het uitwerkingsgebied te realiseren;
  2. tenminste 20% van de oeverlengte van de watergangen in het uit te werken gebied dient te worden voorzien van natuurvriendelijke oevers. Hiervan kan worden afgeweken, door middel van een op te nemen ontheffingsregel in het uitwerkingsplan, indien de doelstellingen voor ecologisch gezond water ook op andere wijze kunnen worden geborgd, dit in nader overleg met en ter beoordeling van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;
  3. bij het realiseren van het woongebied geldt als doelstelling dat de inrichting zodanig wordt vormgegeven dat optimaal gebruik gemaakt kan worden van duurzaamheidprincipes. In verband hiermee wordt bij de verkaveling uitgegaan van een goed evenwicht tussen intensief gebruik en natuurlijk groene en openbare ruimte, mogelijkheden van natuurlijke zuivering van water en gebruik van duurzame energie. Daarnaast wordt bij de inrichting van het woongebied uitgegaan van emissievrij bouwen en energiezuinig bouwen;

In elk geval dient het te realiseren woongebied duurzaam ontwikkeld te worden met inachtneming van de volgende milieukwaliteiten:

  1. er geldt een te behalen energieprestatie op locatie (EPL) van 8 voor het te ontwikkelen gebied;
  2. de woningen worden uitgevoerd met een energieprestatiecoefficiënt (EPC) 20% lager dan de norm geldend ingevolge het Bouwbesluit;
  3. tenminste 20% van het totale energieverbruik in het gebied dient afkomstig te zijn van duurzame energiebronnen waaronder bijvoorbeeld van de glastuinbouwbedrijven uit het glastuinbouwbedrijvenlandschap;
  4. een GPR gebouwscore van 7 ten aanzien van duurzaamheid moet worden gerealiseerd;
  5. woningen worden zoveel mogelijk zongericht georiënteerd;
  6. woningen worden uitgevoerd met de vaste- en kostenneutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen
  7. minimaal 75% van de woningen ondervindt een geluidniveau van 48 dB of lager;
  8. minimaal 40% van de woningen ondervindt een geluidniveau van 43 dB of lager;
  9. maximaal 25% van de woningen ondervindt een geluidniveau van meer dan 48 dB of hoger tot maximaal 63 dB;
  10. het geluidniveau binnen alle woningen mag niet meer bedragen dan 33 dB.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 416 20.4.2 20.4.2 Algemene inrichtingsbepalingen sublid 5 NL.IMRO.s3019 NL.IMRO.s3022 NL.IMRO.s3020
  1. de situering alsmede de aard en omvang van (ontsluitings)wegen, woonstraten en de overige inrichting van het openbaar gebied wordt afgestemd op de omgeving;
  2. in het uitwerkingsplan worden de zogenaamde stedenbouwkundige dragers ruimtelijk bepaald en wordt bij de bebouwingsopzet rekening gehouden met zichtlijnen;
  3. het woongebied wordt ingericht behorend bij een dorps woonmilieu;
  4. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de (ontsluitings)weg(en) vastgelegd, waarbij de ontsluitingsstructuur in het gebied zoveel mogelijk overeenkomstig de ter plaatse of in de nabijheid van de aangegeven aanduiding 'specifieke vorm van verkeer ontsluitingsstructuur indicatief' wordt gerealiseerd;
  5. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van circa 60.000 m² aan sportvoorzieningen (buitensportaccommodaties inclusief de daarbij behorende additionele voorzieningen) vastgelegd;
  6. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de waterstructuur vastgelegd;
  7. in het uitwerkingsplan worden de bestaande woningen en bestaande functies mits legaal, met uitzondering van (glas)tuinbouwbedrijven, overige agrarische bedrijven en overige bedrijven voor zover niet passend binnen het bepaalde in 20.1, waar mogelijk met inachtneming van de te realiseren stedenbouwkundige uitwerking voor het gebied, zoveel mogelijk gehandhaafd en ingepast;
  8. in het uitwerkingsgebied wordt tenminste 3% aan groenvoorzieningen en speelvoorzieningen gerealiseerd (procenten steeds berekend ten opzichte van de oppervlakte van het totale uitwerkingsgebied);
  9. in het uitwerkingsgebied wordt water gerealiseerd ten behoeve van waterberging;
  10. langs hoofdwatergangen dient rekening gehouden te worden met een vrijwaringszone ter weerszijden van de watergang van tenminste 5 meter;
  11. in het uitwerkingsgebied wordt de omvang en situering van het sportpark voor Moerkapelle vastgelegd met de daarbij behorende sportvoorzieningen en overige voorzieningen (kantines, kleedkamers etc.), waarbij de omvang aan te realiseren sportvoorzieningen wordt afgestemd op het te realiseren voorzieningenniveau voor de kern Moerkapelle;
  12. de openbare ruimte in het woongebied wordt ingericht volgens het principe 'Duurzaam Veilig' en uitgevoerd overeenkomstig een door de gemeente vastgesteld programma van eisen ten aanzien van de aan te leggen werken, dat in het uitwerkingsplan 'voor zover ruimtelijk relevant' gedetailleerd in regels zal worden vastgelegd. Daarbij wordt in elk geval vastgelegd:
  • de parkeernormen per te realiseren woning (op eigen terrein en in openbaar gebied), met dien verstande dat het parkeren bij woningen zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden;
  • de minimale rijbaanbreedte bij wegen (verkeersvrije wegen, gemengd verkeer, erftoegangswegen, gebiedsontsluitingswegen) en paden (voet- en fietspaden);
  1. het woongebied wordt ingericht als een formeel '30 km-gebied';
  2. in het uitwerkingsplan worden parkeernomen opgenomen waaraan getoetst dient te worden. Als uitgangspunt geldt dat de parkeervoorzieningen zoveel mogelijk uit het straatbeeld op eigen terrein dienen te worden aangelegd. Hiervan kan worden afgeweken indien aangetoond kan worden dat uitvoering op eigen terrein niet mogelijk is maar in het openbaar gebied voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. Voor de van toepassing te verklaren parkeernormering wordt gebruik gemaakt van de CROW die als minimum gelden;
  3. op de gronden zijn toegestaan vrijstaande, halfvrijstaande, geschakelde en aaneengebouwde woningen, patiowoningen, en woongebouwen met dien verstande dat uitsluitend langs de stedenbouwkundige dragers gestapelde bebouwing/woongebouwen in de vorm van een appartementencomplex is toegestaan;
  4. in het kader van de na te streven beeldkwaliteit in het gebied worden strenge eisen gesteld aan de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  5. voorzieningen van algemeen nut dienen zodanig te worden gesitueerd en/of door beplanting te worden afgeschermd, dat de directe (woon)omgeving in voldoende mate wordt gevrijwaard van visuele en andere hinder;
  6. bij de inrichting van het woongebied wordt uitgegaan van emissievrij bouwen en energiezuinig bouwen;
  7. in het uitwerkingsplan wordt de ligging van de (ontsluitings)wegen en woonstraten vastgelegd in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3' als bedoeld in artikel 12;
  8. in het uitwerkingsplan worden de groenvoorzieningen vastgelegd in de bestemming 'Groen' als bedoeld in artikel 5;
  9. in het uitwerkingsplan wordt het water vastgelegd in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13;
  10. in het uitwerkingsplan worden de voortuinen/gazons behorende bij de woning vastgelegd in de bestemming 'Tuin' als bedoeld in artikel 8 ;
  11. bij de uitwerking naar wonen wordt het bepaalde ten aanzien van de bebouwings- en gebruikregels in artikel 14 voor woningen, met inachtneming van de bepalingen in 20.4.3, voor zover toepasselijk zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing verklaard.
  12. binnen het vlak met de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van wonen - kwaliteitszone' wijkt de inrichting af van het bepaalde in de voorafgaande bepalingen alsmede de algemene bouwregels als bedoeld in 20.4.3 en worden de volgende inrichtings- en bouwregels in acht genomen:
  1. de situering alsmede de aard en omvang van (ontsluitings)wegen, woonstraten en de overige inrichting van het openbaar gebied wordt afgestemd op de omgeving;
  2. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de (ontsluitings)weg(en) en langzaamverkeersverbindingen vastgelegd;
  3. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de waterstructuur vastgelegd;
  4. de woonstraten krijgen een rijloper van tenminste 3,50 meter breedte;
  5. de parkeervoorzieningen dienen te worden gerealiseerd op eigen terrein;
  6. de bouwpercelen hebben, voor vrijstaande woningen, een kavelbreedte op de voorgevellijn van ten minste 20 meter. De achterzijde van de kwaliteitszone sluit aan bij de verkaveling van WG-U2;
  7. de bouwpercelen hebben, voor halfvrijstaande woningen, een kavelbreedte op de voorgevellijn van ten minste 15 meter. De achterzijde van de kwaliteitszone sluit aan bij de verkaveling van WG-U2;
  8. in het kader van de na te streven beeldkwaliteit in het gebied worden strenge eisen gesteld aan de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  9. in het uitwerkingsplan worden de minimale en/of maximale bouwhoogten, het maximale bebouwingspercentages de overige maatvoeringeisen en de situering zoals onder meer de voorgevelrooilijn/voorgevelbouwgrens van de op te richten gebouwen vastgelegd, met inachtneming van de uitgangspunten als verwoord in de navolgende bepalingen;
  10. in het uitwerkingsplan kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn ontheffing te verlenen voor het toestaan van een grotere goot- en/of bouwhoogte voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 417 20.4.3 20.4.3 Algemene bouwregels sublid 5 NL.IMRO.s3019 NL.IMRO.s3020
  1. in het uitwerkingsgebied worden ten minste 100 ten hoogste 300 woningen gebouwd en deze mogen uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van het bepaalde in de Wet geluidhinder.

Het exact aantal woningen hangt af van de ruimtelijke invulling in het woongebied Moerkapelle-Oost ('Woongebied – Uit te werken 1') en de invulling van het uitwerkingsgebied met sportvoorzieningen (verplaatsing van bestaande sportvoorzieningen uit het 'Woongebied – Uit te werken 1' inclusief een uitbreiding);

  1. in het uitwerkingsplan worden de minimale en/of maximale bouwhoogten, het minimale en/of maximale bebouwingspercentages de overige maatvoeringeisen en de situering van de op te richten gebouwen vastgelegd met inachtneming van de uitgangspunten als verwoord in de navolgende bepalingen;
  2. maximaal 10% van de te bouwen woningen in het uitwerkingsgebied zal in gestapelde vorm gerealiseerd worden, met dien verstande dat dit percentage hoger of lager kan zijn afhankelijk van het exact aantal te realiseren c.q. gerealiseerde gestapelde woningen in het woongebied Moerkapelle-Oost ('Woongebied – Uit te werken 1');
  3. de omvang aan maatschappelijke voorzieningen als bedoeld in 20.1, sub c in het totale uitwerkingsgebied bedraagt maximaal 2.500 m²;
  4. in het uitwerkingsplan worden de minimale en/of maximale bouwhoogten, het maximale bebouwingspercentages de overige maatvoeringeisen en de situering van de op te richten gebouwen vastgelegd, met inachtneming van de uitgangspunten als verwoord in de navolgende bepalingen;
  5. in het uitwerkingsplan worden bouwvlakken opgenomen waarbinnen de hoofdgebouwen (woningen), aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de woningen dienen te worden gebouwd;
  6. de bouwhoogte van woningen bedraagt ten hoogste 10 meter en voor bebouwing aan de stedenbouwkundige dragers alsmede voor gestapelde woningen ten hoogste 13 meter;
  7. de hoofdgebouwen moeten worden gebouwd in of achter de voorgevelrooilijn;
  8. in het uitwerkingsplan kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn onder voorwaarden ontheffing te verlenen voor verhoging van de maximale toegestane bouwhoogte met maximaal 3 meter, mits:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet wordt aangetast;
  2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van een doelmatig en/of efficiënt gebruik van de bebouwing op het bouwperceel;
  3. dit wordt noodzakelijk geacht om het aantal woningen te realiseren conform de gemeentelijke woonvisie en het gemeentelijke woningbouwprogramma;
  1. voorzieningen van algemeen nut zijn toegelaten tot een bouwhoogte van maximaal 4 meter en een oppervlak per gebouw van maximaal 40 m²;
  2. op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waaronder begrepen lichtmasten, informatieborden, wegwijzers, verkeerstekens en –regelinstallaties, schakelkasten, straatmeubilair en (beeldende)kunstobjecten;
  3. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde in het openbaar gebied, bedraagt, voor:
  1. verlichting, masten, wegwijzers, verkeerstekensinstallaties, verkeersignaleringen en verkeersregelinstallaties, kunstwerken en geluidwerende voorzieningen maximaal 12 meter;
  2. overige andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 5 meter;
  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde in het openbaar gebied, bedraagt:
  1. maximaal 12 meter voor verlichting, masten, wegwijzers, verkeerstekensinstallaties, verkeersignaleringen en verkeersregelinstallaties, kunstwerken en geluidwerende voorzieningen;
  2. maximaal 5 meter voor overige andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op een woonkavel bedraagt:
  1. maximaal 1 meter voor bouwwerken, geen bouwwerken zijnde vóór de voorgevel en tot 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
  2. maximaal 2 meter voor erf- en terreinafscheidingen vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
  3. maximaal 5 meter voor vlaggemasten;
  4. maximaal 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
  1. de bouwhoogte van bouwwerken, ten behoeve van de sportvoorzieningen bedraagt voor:
  1. gebouwen maximaal 6 meter;
  2. erf- en terreinafscheidingen maximaal 2 meter;
  3. erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 2 meter
  4. vlaggemasten, ballenvangers en lichtmasten maximaal 12 meter;
  5. tribunes maximaal 8 meter;
  6. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3 meter;
  1. ter uitvoering van de bestemmingsdoeleinden zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van dit plan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 418 artikel 21 Artikel 21 Glastuinbouwbedrijvenlandschap - Uit te werken 1 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3049 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 419 21.1 21.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3023 NL.IMRO.s3025

De voor 'Glastuinbouwbedrijvenlandschap - Uit te werken 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. een grootschalig gesloten glastuinbouwgebied met volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (groenten, bloemen, substraat, belicht en niet-belicht), met de daarbij behorende kassen, klimaathallen, warenhuizen, of andere opstallen van glas, alsmede hulpgebouwen, stookhuizen en/of ketelhuizen;
  2. bedrijven, direct of indirect verbonden of ten dienste aan de glastuinbouw, waaronder in elk geval begrepen logistieke bedrijvigheid, voor zover deze voorkomen in milieucategorie 1 t/m 3.1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  3. bedrijven, of bedrijfsactiviteiten, voor zover deze voorkomen in milieucategorie 2 t/m 4.1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 4;
  4. (bedrijfs)woningen uitsluitend binnen de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van wonen - lintzone';

alsmede ook voor:

  1. gietwaterbassins en overige waterberging;
  2. ondergrondse leidingenstrook;
  3. groenvoorzieningen;
  4. ontsluitingswegen (bedrijfsstraten), in- en uitritten;
  5. parkeervoorzieningen;
  6. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  7. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  8. voorzieningen van algemeen nut behorende bij de glastuinbouwbedrijven en bedrijven als bedoeld in sub a tot en met sub c, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;
  9. de ontwikkeling en aanleg van collectieve energievoorzieningen, collectieve voorzieningen ten aanzien van KWO's alsmede collectieve en/of individuele voorzieningen ten aanzien van inzameling en verwijdering van afval;

met de daarbij behorende;

  1. gebouwen en bouwwerken;
  2. verhardingen;
  3. bermen, bermsloten en greppels;
  4. (boom)beplanting, oeverbeschoeiingen en overig groen;
  5. werken en werkzaamheden alsmede bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen ten dienste van de bestemming en wat betreft aard en afmetingen passend bij de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 420 21.2 21.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s3023 NL.IMRO.s3026 NL.IMRO.s3024

De voor 'Glastuinbouwbedrijvenlandschap - Uit te werken 1' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 421 21.3 21.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3023 NL.IMRO.s3027 NL.IMRO.s3024

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. andere bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 21.1, sub a tot en met sub c;
  2. geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
  3. woondoeleinden, anders dan de (bedrijfs)woningen als bedoeld in 21.1, sub d;
  4. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  5. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  6. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  7. seksinrichtingen;
  8. de opslag en verkoop van vuurwerk;
  9. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 422 21.4 21.4 Bouwen / aanleg van werken en werkzaamheden lid 4 NL.IMRO.s3023 NL.IMRO.s3028 NL.IMRO.s3024
  1. Op de gronden mogen bouwwerken uitsluitend worden gebouwd alsmede werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met een door burgemeester en wethouders uitgewerkt plan dat rechtskracht heeft.
  2. Zolang het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, kan worden gebouwd overeenkomstig het ontwerp uitwerkingsplan dat ter visie heeft gelegen en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.
  3. Zolang en voor zover het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, mogen werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke zijn gericht op realisering van de bestemming uitsluitend worden uitgevoerd onder de voorwaarden, dat:
  1. deze werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in overeenstemming zullen zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kunnen worden ingepast in een daarvoor opgesteld ontwerp uitwerkingsplan, dat ter visie heeft gelegen, en;
  2. gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 423 21.5 21.5 Uitwerkingsregels lid 4 NL.IMRO.s3023 NL.IMRO.s3024

Burgemeester en wethouders werken de bestemming uit in een bestemming 'Glastuinbouwbedrijvenlandschap' overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijk ordening en met inachtneming van de volgende bepalingen:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 424 21.5.1 21.5.1 Voorwaarden bij de uitwerking sublid 5 NL.IMRO.s3028 NL.IMRO.s3043
  1. bij de uitwerking van het glastuinbouwbedrijvenlandschap wordt rekening gehouden met de daarbij behorende stedenbouwkundige opzet (ruimtelijk/functioneel) alsmede de milieukwaliteiteisen die toegepast zullen worden op het gebied van energie, duurzame ontwikkeling en ruimtegebruik;
  2. het te ontwikkelen glastuinbouwbedrijvenlandschap dient duurzaam en hoogwaardig ingericht te worden. De duurzame inrichting betreft zowel een duurzame glastuinbouwontwikkeling (duurzaam in relatie tot thema's energie, waterhuishouding, afval) als een duurzame inpassing (duurzaam in relatie tot natuur, landschap, woon- en leefomgeving en ruimtegebruik);
  3. gestreefd wordt naar een flexibel te ontwikkelen duurzaam glastuinbouwbedrijvenlandschap mede om in te kunnen spelen op de technische ontwikkelingen in de glastuinbouw;
  4. de ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijvenlandschap wordt afgestemd op de marktontwikkelingen, uitgangspunt daarbij is in elk geval een geclusterde ontwikkeling van de glastuinbouwbedrijven;
  5. in het uitwerkingsplan worden de bestaande woningen, waar mogelijk met inachtneming van de te realiseren stedenbouwkundige uitwerking voor het gebied, zoveel mogelijk gehandhaafd en ingepast;
  6. in het uitwerkingsplan kunnen te verplaatsen bedrijven uit het Nijverheidscentrum, waar mogelijk met inachtneming van de te realiseren stedenbouwkundige uitwerking voor het gebied, worden ingepast;
  7. burgemeester en wethouders stellen het uitwerkingsplan niet vast voordat een definitief inzicht bestaat over de te realiseren ruimtelijke-functionele invulling;
  8. de ligging van de ontsluitingswegen en woonstraten wordt vastgelegd in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3-' als bedoeld in artikel 12;
  9. het water wordt vastgelegd in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 425 21.5.2 21.5.2 Inrichtings- en milieukwaliteitbepalingen sublid 5 NL.IMRO.s3028 NL.IMRO.s3044 NL.IMRO.s3029

Bij de uitwerking van het gebied wordt met de volgende inrichtings- en milieukwaliteit-bepalingen rekening gehouden:

Algemeen

  1. bij de inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap worden de gunstige eigenschappen van het gebied en de directe omgeving zoals schaal, rationele ligging, ligging ten opzichte van bestaande en nieuw aan te leggen infrastructuur en het potentieel om warmte en koude op te slaan in de bodem, geothermie, restwarmte en externe levering van CO2, zoveel mogelijk benut;
  2. het gebied wordt in zijn totaliteit binnen één cluster tot ontwikkeling gebracht en in zijn totale omvang in procedure gebracht door middel van één uitwerkingsplan;
  3. in het uitwerkingsplan wordt een milieuzonering ruimtelijk vastgelegd, waarbij wordt aangegeven op welke delen van het uitwerkingsgebied de bedrijven als bedoeld in 21.1, sub b en sub c toegestaan zijn;
  4. bij de inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap wordt rekening gehouden met de aanleg, instandhouding en bescherming van een buisleidingenstrook met een breedte van maximaal 15 meter;
  5. bij de ontwikkeling en inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap dient rekening gehouden te worden met een duurzaam gebruik van de ondergrond;
  6. bij de ruimtelijke inrichting van het uitwerkingsgebied dient de volgende ruimtelijke opgave betrokken te worden (verhouding glas – bedrijven):
  1. ten minste 65% van het uitwerkingsgebied wordt ingericht ten behoeve van glastuinbouwbedrijven, met dien verstande dat tenminste 20% ervan wordt ingericht met gecombineerde functies, zijnde glastuinbouwbedrijven en lokale bedrijven/bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 21.1, sub b;
  2. maximaal 35% van het uitwerkingsgebied wordt ingericht met bedrijven/bedrijfs-activiteiten als bedoeld in 21.1, sub c;
  1. bij de ruimtelijke inrichting van het gebied dient uitgegaan te worden van duurzaam ruimtegebruik. Dit betekent, dat ten minste 20% van het gebied, naast de genoemde 20% dubbel ruimtegebruik (gecombineerde functies) als intensief en meervoudig ruimtegebruik (dubbel ruimtegebruik) wordt ingericht, in de vorm van verticale stapeling van functies onder elkaar. Hierbij kan gedacht worden aan:
  • gietwaterberging in of onder de kas;
  • opslagruimten in of onder de kas;
  • bedrijven of bedrijfsfuncties in of onder de kas;
  • loodsen met een grotere hoogte zodat efficiënt gestapeld kan worden;
  • combi van bedrijven, waarbij beschikbare ruimte voor meerdere functies gezamenlijk worden gebruikt;
  1. in het uit te werken gebied dient ruimtebesparing plaats te vinden door uit te gaan van clustering van bedrijvigheid en voorzieningen Hierbij kan gedacht worden aan:
  • de aanleg en het gebruik van collectieve voorzieningen ten aanzien van de inzameling en afvoer van vrijkomende afvalstromen;
  • de aanleg en het gebruik van collectieve energiesystemen zoals warmtekracht-koppelingen (wkk) of Koude/Warmteopslag (KWO);
  • de aanleg en gebruik van gezamenlijke gietwaterbassins;
  • clustering van kassen;
  1. gestreefd wordt naar een flexibele inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap, waarbij met inachtneming van de dynamische technische ontwikkelingen kleinere kassen units geclusterd kunnen worden tot grotere kassen en grotere kassen gesplitst kunnen worden in kleinere kassen;
  2. de verkaveling wordt afgestemd op de rationele vormgeving van de kassen en de ruimtelijke duurzaamheid inrichtingsprincipes (een zo klein mogelijke afwijking ten aanzien van de situering van kassen in noord-zuid richting;
  3. nieuwe kassen dienen te voldoen aan de Groen Label Kas;

Duurzame milieukwaliteit

Milieukwaliteitaspect – energie

  1. er dient gebruik gemaakt te worden van duurzame kasdeksystemen, die zorgen voor meer licht in de kas en minder emissies;
  2. indien van toepassing zal gebruik gemaakt worden van energiezuinige kassystemen met gevelventilatiesystemen in combinatie met een (semi)gesloten kasventilatiesysteem;
  3. gestreefd wordt naar een zo laag mogelijke verhouding tussen kasomtrek en kasinhoud;
  4. bij de ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijvenlandschap in het gebied dient een Energie prestatie op locatie (EPL) behaald te worden van minimaal 8,0;
  5. er wordt naar gestreefd om optimaal gebruik te maken van duurzame energiebronnen, waarbij tenminste 20% van het energieverbruik afkomstig dient te zijn van duurzame energiebronnen;
  6. de mogelijkheden die Koude/Warmteopslag (KWO) biedt zullen optimaal worden benut, op basis van een hiervoor opgesteld masterplan KWO met een daarvoor voorgesteld grid voor een collectieve KWO, bij voorkeur op grootschalig clusterniveau;
  7. alle economisch-haalbare mogelijkheden betreffende het gebruiken van restwarmte van industriële bedrijvigheid in de omgeving dienen te worden benut;
  8. de mogelijkheden die geothermie en externe levering van CO2 kunnen bieden, zullen optimaal worden benut;


Milieukwaliteitaspect – (grond)watersysteem

  1. gestreefd wordt naar de ontwikkeling van een decentrale waterketensluiting (gesloten waterkringloopsysteem) voor de glastuinbouwbedrijven in het gebied. De uitvoering ervan zal gebaseerd worden op een ontwikkeld concept waterketensluiting voor de Zuidplaspolder;
  2. de bergingscapaciteit van de gietwaterbassins is minimaal 500 m³;
  3. de gietwaterberging dient zoveel mogelijk onder de kas aangebracht te worden of opgeslagen in het eerste watervoerend pakket, bij voorkeur op clusterniveau;
  4. gestreefd wordt het gietwater voor 100% uit hemelwater en condenswater te laten bestaan, waardoor geen aanvullend grondwater gebruik plaats hoeft te vinden;
  5. de gietwaterbassins worden voorzien van folie, zodat zoutrijke kwel en infiltratie van zoet hemelwater wordt tegengegaan;
  6. het benodigd oppervlak open water ten gevolge van de ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijvenlandschap in het gebied bedraagt ten minste 7% van het totale oppervlak van het uitwerkingsgebied (procenten steeds berekend ten opzichte van de bruto-oppervlakte van het totale uitwerkingsgebied);
  7. het te realiseren oppervlaktewater dient zoveel mogelijk aangelegd te worden binnen de gebiedsaanduiding 'Lintzone' of direct daarachter en/of in groen- en/of natuurzones en (te verbreden) watergangen;
  8. bij het toepassen van grondgebonden teelt dient het volgende in acht genomen te worden:
  1. de bestaande ecologische toestand van het watersysteem mag niet verslechteren (standstill);
  2. de teelt mag het realiseren van een goede ecologische (grond)water- en bodemkwaliteit niet in de weg staan;
  3. de teelt mag niet een toename van de zoute kwel tot gevolg hebben;
  4. er dient geen onderbemaling noodzakelijk te zijn;
  5. de teelt mag niet leiden tot een grote en sterk verdunde drainwaterstroom;
  1. regenwater van dakoppervlakken wordt afgevoerd naar waterbassins of direct afgekoppeld op het oppervlaktewater;
  2. op clusterniveau wordt gestreefd naar de realisatie van een collectief waterdistributiesysteem (aan- en afvoer) en een decentrale waterzuivering met de daarbij behorende voorzieningen;
  3. indien bestaande watergangen ten behoeve van de aanleg van kassen worden gedempt, worden de daarin aanwezige waterbodemverontreinigingen, indien die er zijn, verwijderd en afgevoerd;

Milieukwaliteitaspect – afval

  1. afvalverwerking dient op clusterniveau opgelost te worden via een decentrale afvalverwerkingsinstallatie, mogelijk gekoppeld aan een biovergassingsinstallatie;

Milieukwaliteitaspect – lichthinder

  1. bij toepassing van assimilatiebelichting in de kassen dienen de lichtuitstralingsbepalingen toegepast te worden als weergeven in bijlage 5;
  2. gestreefd wordt naar een optimale toepassing van LED-verlichting;

Ontsluiting

  1. ontsluiting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap vindt plaats via aan te leggen interne bedrijfsstraten die extern worden ontsloten op de bestaande en/of nieuw te realiseren regionale infrastructuur. De externe ontsluiting vindt plaats in het zuiden aanhakend op de N219 en aansluitend op de ontsluiting van het aangrenzende plantagekwadrant. Externe ontsluiting vindt niet plaats op de Knibbelweg en de Noordelijke Dwarsweg, met dien verstande dat ten behoeve van bereikbaarheid bij calamiteiten en wegonderhoud een aansluiting op de Noordelijke Dwarsweg zal worden gerealiseerd.
    In een externe ontsluiting voor langzaam verkeer op de bestaande linten wordt voorzien.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 426 21.5.3 21.5.3 Bouwregels sublid 5 NL.IMRO.s3028 NL.IMRO.s3045 NL.IMRO.s3029
  1. in het uitwerkingsplan worden de minimale en/of maximale hoogten, de maximale bouwdiepte, minimale en maximale bebouwingspercentages alsmede de overige maatvoeringeisen en de situering van de op te richten gebouwen vastgelegd, met inachtneming van de bepalingen als verwoord in de navolgende regels;
  2. (bedrijfs)woningen mogen uitsluitend binnen de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van wonen - lintzone' worden gesitueerd;
  3. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, waaronder begrepen kassen bedraagt maximaal 15 meter, mede uit een oogpunt van meervoudig ruimtegebruik, toepassing van meerlaagse teelt en optimale afscherming assimilatiebelichting en klimaatregeling bij verticale lichtafscherming bedekking;
  4. de afstand tussen (bedrijfs)woning en kassen bedraagt tenminste 25 meter;
  5. binnen de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van wonen - lintzone' mogen geen kassen en bedrijfsgebouwen gebouwd worden;
  6. de inhoud van de (bedrijfs)woning bedraagt inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en exclusief vrijstaande bijgebouwen en overkappingen maximaal 750 m³;
  7. aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen behorende bij de (bedrijfs)woning dienen gebouwd te worden op tenminste 3 meter afstand uit de voorgevellijn van de woning;
  8. de goothoogte van de (bedrijfs)woning bedraagt ten hoogste 7 meter;
  9. de bouwhoogte van de (bedrijfs)woning bedraagt ten hoogste 10 meter;
  10. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en overkappingen per (bedrijfs)woning mag niet meer bedragen dan 70 m²;
  11. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter;
  12. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt maximaal 5,50 meter.
  13. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter;
  14. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste 10 meter;
  15. het gezamenlijk oppervlak aan bedrijfsgebouwen per bouwperceel bedraagt maximaal 300 m²;
  16. de gebouwen moeten worden gebouwd in of achter de voorgevelrooilijn, die gesitueerd is op een afstand van 10 meter uit de as van de (aanliggende) weg;
  17. de afstand van het hoofdgebouw (woning/bedrijfswoning) en bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt tenminste 5 meter;
  18. de afstand van nieuwe bebouwing ten opzichte van al opgerichte bebouwing op de naastliggend kavel bedraagt tenminste 10 meter;
  19. de afstand van de (bedrijfs)woning tot de kassen bedraagt tenminste 25 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 427 21.5.4 21.5.4 Nadere eisen sublid 5 NL.IMRO.s3028 NL.IMRO.s3046 NL.IMRO.s3029

Ter uitvoering van de bestemmingsdoeleinden en milieukwaliteiteisen zijn burgemeester en wethouders bevoegd in het uitwerkingsplan een nadere eisenregeling op te nemen ten aanzien van maatvoeringeisen en inrichtingsaspecten (waaronder begrepen lichtafschermende afdekking) indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van:

  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  2. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de directe omgeving;
  3. de milieukwaliteit.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 428 21.5.5 21.5.5 Ontheffing bouwregels sublid 5 NL.IMRO.s3028 NL.IMRO.s3047 NL.IMRO.s3029

In het uitwerkingsplan kunnen regels opgenomen worden waarbij burgemeester en wethouders bevoegd zijn ontheffing te verlenen voor:

  1. een kleinere afstand van gebouwen tot de watergang, met dien verstande dat:
  • de afstand tot de watergang tenminste 2 meter dient te bedragen;
  • de ontheffing niet wordt verleend indien daardoor het belang dat met het vrijhouden van bebouwing binnen de betreffende strook wordt gediend, onevenredig wordt geschaad;
  • het college schriftelijk advies inwint bij de watergangbeheerder omtrent de toelaatbaarheid van de ontheffingsverlening.
  1. een hogere bouwhoogte van een bedrijfsgebouw als bedoeld in 21.1, sub b en sub c juncto 21.5.3, sub m, met dien verstande dat:
  • de ontheffing slechts wordt toegepast als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken;
  • de gebouwen met een dergelijke hoogte ter plaatse nodig dienen te zijn ten behoeve van de optimale bedrijfsvoering van het bedrijf of vanwege meervoudig ruimtegebruik.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 429 21.5.6 21.5.6 Ontheffing ander gebruik sublid 5 NL.IMRO.s3028 NL.IMRO.s3048 NL.IMRO.s3029

In het uitwerkingsplan kunnen regels opgenomen worden waarbij burgemeester en wethouders bevoegd zijn ontheffing te verlenen voor de vestiging van te verplaatsen bedrijven (géén nieuwvestiging) uit de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle met een hogere milieucategorie als bedoeld in 21.1, sub c, met dien verstande dat:

  1. de ontheffing mag uitsluitend worden verleend indien het bedrijf, gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving gelijk kan worden gesteld met de in 21.1, sub a rechtstreeks toegelaten milieucategorieën dan wel de milieubelasting ter plaatse verantwoord is en milieugevoelige functies en objecten niet in onevenredige mate aangetast worden;
  2. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluidhinder, geurproductie, stofuitworp, gevaar, het al dan niet continue karakter van de activiteit, visuele hinder, verontreiniging van lucht, bodem en water alsmede de verkeersaantrekking;
  3. om het bepaalde in sub b te kunnen beoordelen wordt voorafgaande aan het verlenen van ontheffing advies ingewonnen bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 430 21.5.7 21.5.7 Wijzigingsbevoegdheid – Lintzone sublid 5 NL.IMRO.s3028 NL.IMRO.s3029

In het uitwerkingsplan wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, ten behoeve van het oprichten/bouwen van nieuwe lintbebouwing of vernieuwing van lintbebouwing binnen de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van wonen - lintzone' met inbegrip van een indeling van de percelen, in de vorm van:

  1. vrijstaande en halfvrijstaande woningen:
  • met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen / (open) erven, brandgangen, in- en uitritten;
  • in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot maximaal 70 m²;
  1. woon-werk combinaties, waarbij de bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  2. de vestiging van maatschappelijke voorzieningen en/of kleinschalige bedrijven met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  3. weg(en), fiets- en voetpaden alsmede watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen;

met inachtneming van de volgende bepalingen:

  1. in het wijzigingsplan worden bouwvlakken opgenomen, waarbinnen de hoofdgebouwen (woning/bedrijfswoning), bedrijfsgebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de woningen dienen te worden gebouwd;
  2. de wijziging mag niet leiden tot een aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. bij de wijziging wordt nadrukkelijk aangesloten bij de bestaande stedenbouwkundige opzet in de aangrenzende gebieden. Uitgangspunt vormt een aansluiting bij de identiteit en opbouw van lintstructuur en de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving;
  4. voor de vaststelling van het uitwerkingsplan ten behoeve van de bouw van (nieuwe) woningen dient vast te staan dat er een aanvaardbare milieuhygiënische situatie zal zijn gewaarborgd ten aanzien van de milieugevoelige objecten/functies. Dit betekent onder andere dat, de milieuhygiënische belemmeringen ten gevolge van binnen en buiten het plangebied aanwezige milieubelastende functies, op grond waarvan milieubelemmeringen zijn bepaald, genoegzaam dienen te zijn weggenomen en/of de voorwaarden in acht zijn genomen zoals neergelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende relevante leefmilieuaspecten. In elk geval dient rekening gehouden te worden met de op verbeelding opgenomen 'milieuzone';
  5. de geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten binnen de lintzone mag niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde door het bevoegde gezag conform de Beleidsregel Hogere waarden van de regio Midden Holland;
  6. de te realiseren lintzone dient duurzaam ontwikkeld te worden met inachtneming van de volgende milieukwaliteiten:
  1. een te realiseren GPR gebouwscore van 7 ten aanzien van duurzaamheid;
  2. het uitvoeren van de woningen met de vaste- en kostenneutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen;
  3. het geluidniveau binnen alle woningen mag niet meer bedragen dan 33 dB;
  1. voor vaststelling van het uitwerkingsplan worden er beeldkwaliteitregels opgesteld waarin bepalingen voor de ruimtelijke en architectonische vormgeving en de inrichtingsprincipes voor de lintbebouwing zijn opgenomen.

Waar bebouwing opvallend in beeld is vanuit de openbare ruimte (langs de wegen), zullen strikte randvoorwaarden aan de architectuur worden gesteld, waaronder begrepen de kleur van de bouwmaterialen, de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;

  1. de watergangen in het gebied worden zoveel mogelijk voorzien van natuurvriendelijke oevers;
  2. in het wijzigingsplan wordt de exacte ligging van de weg(en), voet- en fietspaden en watergangen vastgelegd;
  3. de parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd;
  4. uitsluitend toegestaan zijn vrijstaande en halfvrijstaande woningen, bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen ten dienste van de bedrijven als bedoeld in 21.5.7, sub 2;
  5. ten aanzien van de bebouwings- en gebruikregels dient, voor zover van toepassing, het bepaalde in artikel 14 voor woningen in acht genomen te worden, met inachtneming van de bepalingen in sub m tot en met sub cc;
  6. het bouwperceel mag tot maximaal 30% bebouwd worden met gebouwen;
  7. de breedte van het bouwperceel bedraagt:

1. voor vrijstaande woningen ten minste 25 meter;

2. voor halfvrijstaande woningen ten minste 30 meter;

  1. de inhoud van de (bedrijfs)woning bedraagt inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en exclusief vrijstaande bijgebouwen en overkappingen maximaal 750 m³;
  2. aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen behorende bij de (bedrijfs)woning dienen gebouwd te worden op tenminste 3 meter afstand uit de voorgevellijn van de woning;
  3. de goothoogte van de (bedrijfs)woning bedraagt ten hoogste 7 meter;
  4. de bouwhoogte van de (bedrijfs)woning bedraagt ten hoogste 10 meter;
  5. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en overkappingen per (bedrijfs)woning mag niet meer bedragen dan 70 m²;
  6. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter;
  7. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt maximaal 5,50 meter.
  8. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter;
  9. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste 10 meter;
  10. het gezamenlijk oppervlak aan bedrijfsgebouwen per bouwperceel bedraagt maximaal 300 m²;
  11. de gebouwen moeten worden gebouwd in of achter de voorgevelrooilijn, die gesitueerd is op een afstand van tenminste 10 meter uit de as van de (aanliggende) weg;
  12. de afstand van het hoofdgebouw (woning/bedrijfswoning) en bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt tenminste 5 meter;
  13. de afstand van nieuwe bebouwing ten opzichte van al opgerichte bebouwing op de naastliggend kavel bedraagt tenminste 10 meter;
  14. de afstand van de (bedrijfs)woning tot de kassen bedraagt tenminste 25 meter;
  15. in het uitwerkingsplan kan bepaald worden dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn onder voorwaarden ontheffing te verlenen voor verhoging van de maximaal toegestane hoogte met maximaal 3 meter, mits:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet wordt aangetast;
  2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van een doelmatig en/of efficiënt gebruik van de bebouwing op het bouwperceel;
  1. ter uitvoering van de bestemmingsdoeleinden zijn burgemeester en wethouders zijn nadere eisen te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van dit plan;
  2. in het wijzigingsplan wordt de ligging van de ontsluitingsweg(en) en voet- en fietspad(en) in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3-' vastgelegd als bedoeld in artikel 12;
  3. in het wijzigingsplan wordt het water vastgelegd in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 431 artikel 22 Artikel 22 Glastuinbouwbedrijvenlandschap - Uit te werken 2 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3060 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 432 22.1 22.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3049 NL.IMRO.s3051

De voor 'Glastuinbouwbedrijvenlandschap - Uit te werken 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. een grootschalig gesloten glastuinbouwgebied met volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (groenten, bloemen, substraat, belicht en niet-belicht), met de daarbij behorende kassen, klimaathallen, warenhuizen, of andere opstallen van glas, alsmede hulpgebouwen, stookhuizen en/of ketelhuizen;
  2. uitsluitend ten behoeve van dubbel ruimtegebruik met glastuinbouwbedrijven, bedrijfsbebouwing niet zijnde kassen behorende bij de glastuinbouwbedrijven, waaronder begrepen vernieuwing van bestaande bedrijfsbebouwing met inbegrip van een (her)in-deling van de percelen, met dien verstande dat:
  1. de bedrijven of bedrijfsactiviteiten direct of indirect verbonden zijn aan de glastuinbouw danwel het agrogerelateerde bedrijvigheid betreft;
  2. de bedrijven of bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 t/m 3 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  1. uitsluitend ten behoeve van dubbel ruimtegebruik met glastuinbouwbedrijven, bedrijven direct of indirect verbonden of ten dienste aan de glastuinbouw, waaronder in elk geval begrepen logistieke bedrijvigheid, voor zover deze voorkomen in milieucategorie 1 t/m 3.1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;

alsmede ook voor:

  1. gietwaterbassins en overige waterberging;
  2. ondergrondse leidingenstrook;
  3. groenvoorzieningen;
  4. ontsluitingswegen (bedrijfsstraten), in- en uitritten;
  5. parkeervoorzieningen
  6. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  7. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  8. voorzieningen van algemeen nut behorende bij de glastuinbouwbedrijven en bedrijven als bedoeld in sub a, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;
  9. de ontwikkeling en aanleg van collectieve energievoorzieningen alsmede collectieve en/of individuele voorzieningen ten aanzien van inzameling en verwijdering van afval;

met de daarbij behorende;

  1. gebouwen en bouwwerken;
  2. verhardingen;
  3. bermen, bermsloten en greppels;
  4. (boom)beplanting, oeverbeschoeiingen en overig groen;
  5. werken en werkzaamheden alsmede bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen ten dienste van de bestemming en wat betreft aard en afmetingen passend bij de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 433 22.2 22.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s3049 NL.IMRO.s3052 NL.IMRO.s3050

De voor 'Glastuinbouwbedrijvenlandschap - Uit te werken 2' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding als bedoeld in artikel 27;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 434 22.3 22.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3049 NL.IMRO.s3053 NL.IMRO.s3050

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. andere bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 22.1, sub a en sub b;
  2. geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
  3. woondoeleinden;
  4. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  5. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  6. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  7. seksinrichtingen;
  8. de opslag en verkoop van vuurwerk;
  9. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 435 22.4 22.4 Bouwen / aanleg van werken en werkzaamheden lid 4 NL.IMRO.s3049 NL.IMRO.s3054 NL.IMRO.s3050
  1. Op de gronden mogen bouwwerken uitsluitend worden gebouwd alsmede werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met een door burgemeester en wethouders uitgewerkt plan dat rechtskracht heeft.
  2. Zolang het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, kan worden gebouwd overeenkomstig het ontwerp uitwerkingsplan dat ter visie heeft gelegen en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.
  3. Zolang en voor zover het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, mogen werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke zijn gericht op realisering van de bestemming uitsluitend worden uitgevoerd onder de voorwaarden, dat:
  1. deze werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in overeenstemming zullen zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kunnen worden ingepast in een daarvoor opgesteld ontwerp uitwerkingsplan, dat ter visie heeft gelegen, en;
  2. gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 436 22.5 22.5 Uitwerkingsregels lid 4 NL.IMRO.s3049 NL.IMRO.s3050

Burgemeester en wethouders werken de bestemming uit in een bestemming 'Glastuinbouwbedrijvenlandschap' overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijk ordening en met inachtneming van de volgende bepalingen:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 437 22.5.1 22.5.1 Voorwaarden bij de uitwerking sublid 5 NL.IMRO.s3054 NL.IMRO.s3056
  1. bij de uitwerking van het glastuinbouwbedrijvenlandschap wordt rekening gehouden met de daarbij behorende stedenbouwkundige opzet (ruimtelijk/functioneel) alsmede de milieukwaliteiteisen die toegepast zullen worden op het gebied van energie, duurzame ontwikkeling en ruimtegebruik;
  2. het te ontwikkelen glastuinbouwbedrijvenlandschap dient duurzaam en hoogwaardig ingericht te worden. De duurzame inrichting betreft zowel een duurzame glastuinbouwontwikkeling (duurzaam in relatie tot thema's energie, waterhuishouding, afval) als een duurzame inpassing (duurzaam in relatie tot natuur, landschap, woon- en leefomgeving en ruimtegebruik);
  3. gestreefd wordt naar een flexibel en gefaseerd te ontwikkelen duurzaam glastuinbouwbedrijvenlandschap mede om in te kunnen spelen op de technische ontwikkelingen in de glastuinbouw;
  4. de ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijvenlandschap wordt afgestemd op de marktontwikkelingen, uitgangspunt daarbij is in elk geval een mogelijke ontwikkeling per kavel met dien verstande dat gestreefd wordt naar een geclusterde ontwikkeling van de glastuinbouwbedrijven;
  5. burgemeester en wethouders stellen het uitwerkingsplan niet vast voordat een definitief inzicht bestaat over de te realiseren ruimtelijke-functionele invulling;
  6. burgemeester en wethouders stellen het uitwerkingsplan uitwerkingsplan(deel) voor de gronden binnen de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding – zone fasering' niet vast voordat de volledige Rottelaan (N456) als ontsluitingstructuur is aangelegd danwel vaststaat, door middel van een bestuurlijk besluit, dat de volledige Rottelaan (N456) zal worden aangelegd;
  7. de ligging van de ontsluitingswegen en woonstraten vastgelegd wordt in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3-' als bedoeld in artikel 12;
  8. het water wordt vastgelegd in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 438 22.5.2 22.5.2 Inrichtings- en milieukwaliteitbepalingen sublid 5 NL.IMRO.s3054 NL.IMRO.s3057 NL.IMRO.s3055

Bij de uitwerking van het gebied wordt met de volgende inrichtings- en milieukwaliteit-bepalingen rekening gehouden:

Algemeen

  1. bij de inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap worden de gunstige eigenschappen van het gebied en de directe omgeving zoals schaal, rationele ligging, ligging ten opzichte van bestaande en nieuw aan te leggen infrastructuur en het potentieel om warmte en koude op te slaan in de bodem, geothermie, restwarmte en externe levering van CO2, zoveel mogelijk benut;
  2. het uitwerkingsgebied kan door middel van één of meerdere uitwerkingsplannen tot ontwikkeling gebracht worden al dan niet per kavel of op clusterniveau;
  3. bij de inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap wordt rekening gehouden met de aanleg, instandhouding en bescherming van een buisleidingenstrook met een breedte van maximaal 15 meter;
  4. bij de ontwikkeling en inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap dient rekening gehouden te worden met een duurzaam gebruik van de ondergrond;
  5. bij de ruimtelijke inrichting van het gebied dient uitgegaan te worden van duurzaam ruimtegebruik. Dit betekent, dat ten minste 20% van het gebied als intensief en meervoudig ruimtegebruik (dubbel ruimtegebruik) wordt ingericht, in de vorm van verticale stapeling van functies onder elkaar. Hierbij kan gedacht worden aan:
  • gietwaterberging in of onder de kas;
  • oppervlaktewaterberging onder de kas (voor zover mogelijk), waarbij de berging niet boven maaiveld mag uitkomen;
  • opslagruimten in of onder de kas;
  • bedrijven of bedrijfsfuncties in of onder de kas;
  • loodsen met een grotere hoogte zodat efficiënt gestapeld kan worden;
  • combi van bedrijven, waarbij beschikbare ruimte voor meerdere functies gezamenlijk worden gebruikt;
  1. in het uit te werken gebied dient ruimtebesparing plaats te vinden door uit te gaan van clustering van bedrijvigheid en voorzieningen Hierbij kan gedacht worden aan:
  • de aanleg en het gebruik van collectieve en/of individuele voorzieningen ten aanzien van de inzameling en afvoer van vrijkomende afvalstromen;
  • de aanleg en het gebruik van collectieve energiesystemen zoals warmtekracht-koppelingen (wkk) of Koude/Warmteopslag (KWO);
  • de aanleg en gebruik van gezamenlijke gietwaterbassins;
  • clustering van kassen;
  1. gestreefd wordt naar een flexibele inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap, waarbij met inachtneming van de dynamische technische ontwikkelingen kleinere kassenunits geclusterd kunnen worden tot grotere kassen en grotere kassen gesplitst kunnen worden in kleinere kassen;
  2. de verkaveling wordt afgestemd op de rationele vormgeving van de kassen en de ruimtelijke duurzaamheid inrichtingsprincipes (een zo klein mogelijke afwijking ten aanzien van de situering van kassen in noord-zuid richting;
  3. nieuwe kassen dienen te voldoen aan de Groen Label Kas;

Duurzame milieukwaliteit

Milieukwaliteitaspect – energie

  1. er dient gebruik gemaakt te worden van duurzame kasdeksystemen, die zorgen voor meer licht in de kas en minder emissies;
  2. indien van toepassing wordt gebruik gemaakt van energiezuinige kassystemen met gevelventilatiesystemen in combinatie met een (semi)gesloten kasventilatiesysteem;
  3. er wordt naar gestreefd zoveel mogelijk aan te sluiten op het energieweb;
  4. bij de ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijvenlandschap in het uit te werken gebied dient een Energie prestatie op locatie (EPL) behaald te worden van minimaal 7,0;
  5. er wordt naar gestreefd om optimaal gebruik te maken van duurzame energiebronnen, waarbij tenminste 10% van het energieverbruik afkomstig dient te zijn van duurzame energiebronnen;
  6. er wordt naar gestreefd zoveel mogelijk aan te sluiten op het energieweb;
  7. de mogelijkheden die Koude/Warmteopslag (KWO) biedt zullen optimaal worden benut, op basis van een hiervoor opgesteld masterplan KWO met een daarvoor voorgesteld grid voor een collectieve KWO, bij voorkeur op grootschalig clusterniveau;
  8. alle economisch-haalbare mogelijkheden betreffende het gebruiken van restwarmte van industriële bedrijvigheid in de omgeving dienen te worden benut;
  9. de mogelijkheden die geothermie en externe levering van CO2 kunnen bieden, zullen optimaal worden benut;

Milieukwaliteitaspect – (grond)watersysteem

  1. gestreefd wordt naar de ontwikkeling en aansluiting op een decentrale waterketensluiting (gesloten waterkringloopsysteem) voor de glastuinbouwbedrijven in het uitwerkingsgebied. De uitvoering ervan wordt gebaseerd op een ontwikkelingconcept waterketensluiting voor de Zuidplaspolder;
  2. de bergingscapaciteit van de gietwaterbassins is minimaal 500 m³;
  3. de gietwaterberging dient zoveel mogelijk onder de kas aangebracht te worden of opgeslagen in het eerste watervoerend pakket, bij voorkeur op clusterniveau;
  4. gestreefd wordt het gietwater voor 100% uit hemelwater en condenswater te laten bestaan, waardoor geen aanvullend grondwater gebruik plaats hoeft te vinden;
  5. de gietwaterbassins worden voorzien van folie, zodat zoutrijke kwel en infiltratie van zoet hemelwater wordt tegengegaan;
  6. het benodigd oppervlak open water ten gevolge van de ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijvenlandschap in het gebied bedraagt ten minste 7% van het totale oppervlak van het wijzigingsgebied (procenten steeds berekend ten opzichte van de bruto-oppervlakte van het totale wijzigingsgebied);
  7. het te realiseren oppervlaktewater dient zoveel mogelijk aangelegd te worden binnen het vlak met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kwaliteitszone' of direct daarachter en/of in groen- en/of natuurzones en (te verbreden) watergangen;
  8. op clusterniveau wordt gestreefd naar de realisatie van een collectief waterdistributiesysteem (aan- en afvoer) en een decentrale waterzuivering met de daarbij behorende voorzieningen;
  9. bij het toepassen van grondgebonden teelt dient het volgende in acht genomen te worden:
  1. de bestaande ecologische toestand van het watersysteem mag niet verslechteren (standstill);
  2. de teelt mag het realiseren van een goede ecologische (grond)water- en bodemkwaliteit niet in de weg staan;
  3. de teelt mag niet een toename van de zoute kwel tot gevolg hebben;
  4. er dient geen onderbemaling noodzakelijk te zijn;
  5. de teelt mag niet leiden tot een grote en sterk verdunde drainwaterstroom;
  1. indien bestaande watergangen ten behoeve van de aanleg van kassen worden gedempt, worden de daarin aanwezige waterbodemverontreinigingen, indien die er zijn, verwijderd en afgevoerd;

Milieukwaliteitaspect – afval

  1. afvalverwerking mag op kavelniveau opgelost worden via de reguliere afvalverwerkingsinstallatie ofschoon een oplossing op clusterniveau via een decentrale afvalwaterzuiveringsinstallatie de voorkeur verdient, eventueel met aansluiting op een biovergassingsinstallatie;

Milieukwaliteitaspect – lichthinder

  1. bij toepassing van assimilatiebelichting in de kassen dienen de lichtuitstralingsbepalingen toegepast te worden als weergeven in bijlage 5;
  2. gestreefd wordt naar een optimale toepassing van LED-verlichting;


Ontsluiting

  1. de ontsluiting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap vindt plaats via aan te leggen interne bedrijfsstraten die via een centraal punt extern aansluit op de Julianaweg met een verbinding naar de bestaande en/of nieuw te realiseren regionale infrastructuur.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 439 22.5.3 22.5.3 Bouwregels sublid 5 NL.IMRO.s3054 NL.IMRO.s3058 NL.IMRO.s3055
  1. in het uitwerkingsplan worden de minimale en/of maximale hoogten, de maximale bouwdiepte, minimale en maximale bebouwingspercentages alsmede de overige maatvoeringeisen en de situeringeisen van de op te richten gebouwen vastgelegd, met inachtneming van de bepalingen als verwoord in de navolgende regels;
  2. géén kassen mogen gebouwd worden binnen het vlak met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kwaliteitszone';
  3. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, waaronder begrepen kassen bedraagt maximaal 15 meter, mede uit een oogpunt van meervoudig ruimtegebruik, toepassing van meerlaagse teelt en optimale afscherming assimilatiebelichting en klimaatregeling bij verticale lichtafscherming bedekking;
  4. in afwijking van het bepaalde in sub d, geldt dat binnen de gebiedsaanaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kwaliteitszone' een maximale bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen van 10 meter van toepassing is;
  5. de afstand tussen (bedrijfs)woning en kassen bedraagt tenminste 25 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 440 22.5.4 22.5.4 Nadere eisen sublid 5 NL.IMRO.s3054 NL.IMRO.s3059 NL.IMRO.s3055

Ter uitvoering van de bestemmingsdoeleinden en milieukwaliteiteisen zijn burgemeester en wethouders bevoegd in het uitwerkingsplan een nadere eisenregeling op te nemen ten aanzien van maatvoeringeisen en inrichtingeisen (waaronder begrepen lichtafschermende afdekking) indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van:

  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  2. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de directe omgeving;
  3. de milieukwaliteit.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 441 22.5.5 22.5.5 Ontheffing bouwregels sublid 5 NL.IMRO.s3054 NL.IMRO.s3055

In het uitwerkingsplan kunnen regels opgenomen worden waarbij burgemeester en wethouders bevoegd zijn ontheffing te verlenen voor:

  1. een kleinere afstand van gebouwen tot de watergang, met dien verstande dat:
  • de afstand tot de watergang tenminste 2 meter dient te bedragen;
  • de ontheffing niet wordt verleend indien daardoor het belang dat met het vrijhouden van bebouwing binnen de betreffende strook wordt gediend, onevenredig wordt geschaad;
  • het college schriftelijk advies inwint bij de watergangbeheerder omtrent de toelaatbaarheid van de ontheffingsverlening.
  1. het bouwen van kassen in de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – kwaliteitszone', indien dit vanuit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk is en aangetoond kan worden dat de ruimtelijke kwaliteit, in relatie tot de ringvaartzone, niet wordt aangetast.
    Dit zal getoets worden aan, in het kader van de na te streven beeldkwaliteit in het gebied geformuleerde beeldkwaliteitregels, met betrekking tot onder meer de presentatie (vormgeving) en bebouwingsopzet van de ter plaatse op te richten kassen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 442 artikel 23 Artikel 23 Glastuinbouwbedrijvenlandschap - Uit te werken 3 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3072 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 443 23.1 23.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3060 NL.IMRO.s3062

De voor 'Glastuinbouwbedrijvenlandschap - Uit te werken 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. een grootschalig gesloten glastuinbouwgebied met volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (groenten, bloemen, substraat, belicht en niet-belicht), met de daarbij behorende kassen, klimaathallen, warenhuizen, of andere opstallen van glas, alsmede hulpgebouwen, stookhuizen en/of ketelhuizen;
  2. uitsluitend ten behoeve van dubbel ruimtegebruik met glastuinbouwbedrijven, bedrijfsbebouwing niet zijnde kassen behorende bij de glastuinbouwbedrijven, waaronder begrepen vernieuwing van bestaande bedrijfsbebouwing met inbegrip van een (her)in-deling van de percelen, met dien verstande dat:
  1. de bedrijven of bedrijfsactiviteiten direct of indirect verbonden zijn aan de glastuinbouw danwel het agrogerelateerde bedrijvigheid betreft;
  2. de bedrijven of bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 t/m 3 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  1. uitsluitend ten behoeve van dubbel ruimtegebruik met glastuinbouwbedrijven, bedrijven, direct of indirect verbonden of ten dienste aan de glastuinbouw, waaronder in elk geval begrepen logistieke bedrijvigheid, voor zover deze voorkomen in milieucategorie 1 t/m 3.1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  2. bedrijven, of bedrijfsactiviteiten, voor zover deze voorkomen in milieucategorie 2 t/m 4.1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 4;

alsmede ook voor:

  1. gietwaterbassins en overige waterberging;
  2. ondergrondse leidingenstrook;
  3. groenvoorzieningen;
  4. ontsluitingswegen (bedrijfsstraten), in- en uitritten;
  5. parkeervoorzieningen
  6. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  7. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  8. voorzieningen van algemeen nut behorende bij de glastuinbouwbedrijven als bedoeld in sub a, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen;
  9. de ontwikkeling en aanleg van collectieve energievoorzieningen, collectieve voorzieningen ten aanzien van KWO's alsmede collectieve voorzieningen ten aanzien van inzameling en verwijdering van afval;

met de daarbij behorende;

  1. gebouwen en bouwwerken;
  2. verhardingen;
  3. bermen, bermsloten en greppels;
  4. (boom)beplanting, oeverbeschoeiingen en overig groen;
  5. werken en werkzaamheden alsmede bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen ten dienste van de bestemming en wat betreft aard en afmetingen passend bij de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 444 23.2 23.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s3060 NL.IMRO.s3063 NL.IMRO.s3061

De voor 'Glastuinbouwbedrijvenlandschap - Uit te werken 3' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' de bescherming en veiligstelling van een ondergrondse DPO-brandstofleiding als bedoeld in artikel 26;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding – Gas' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding als bedoeld in artikel 27.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 445 23.3 23.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3060 NL.IMRO.s3064 NL.IMRO.s3061

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:

  1. andere bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 23.1, sub a tot en met sub c;
  2. geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
  3. woondoeleinden;
  4. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  5. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  6. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  7. seksinrichtingen;
  8. de opslag en verkoop van vuurwerk;
  9. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 446 23.4 23.4 Bouwen / aanleg van werken en werkzaamheden lid 4 NL.IMRO.s3060 NL.IMRO.s3065 NL.IMRO.s3061
  1. Op de gronden mogen bouwwerken uitsluitend worden gebouwd alsmede werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met een door burgemeester en wethouders uitgewerkt plan dat rechtskracht heeft.
  2. Zolang het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, kan worden gebouwd overeenkomstig het ontwerp uitwerkingsplan dat ter visie heeft gelegen en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.
  3. Zolang en voor zover het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, mogen werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke zijn gericht op realisering van de bestemming uitsluitend worden uitgevoerd onder de voorwaarden, dat:
  1. deze werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in overeenstemming zullen zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kunnen worden ingepast in een daarvoor opgesteld ontwerp uitwerkingsplan, dat ter visie heeft gelegen, en;
  2. gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 447 23.5 23.5 Uitwerkingsregels lid 4 NL.IMRO.s3060 NL.IMRO.s3061

Burgemeester en wethouders werken de bestemming uit in een bestemming 'Glastuinbouwbedrijvenlandschap' overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijk ordening en met inachtneming van de volgende bepalingen:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 448 23.5.1 23.5.1 Voorwaarden bij de uitwerking sublid 5 NL.IMRO.s3065 NL.IMRO.s3067
  1. bij de uitwerking van het glastuinbouwbedrijvenlandschap wordt rekening gehouden met de daarbij behorende stedenbouwkundige opzet (ruimtelijk/functioneel) alsmede de milieukwaliteiteisen die toegepast zullen worden op het gebied van energie, duurzame ontwikkeling en ruimtegebruik;
  2. het te ontwikkelen glastuinbouwbedrijvenlandschap dient duurzaam en hoogwaardig ingericht te worden. De duurzame inrichting betreft zowel een duurzame glastuinbouwontwikkeling (duurzaam in relatie tot thema's energie, waterhuishouding, afval) als een duurzame inpassing (duurzaam in relatie tot natuur, landschap, woon- en leefomgeving en ruimtegebruik);
  3. gestreefd wordt naar een flexibel en gefaseerd te ontwikkelen duurzaam glastuinbouwbedrijvenlandschap mede om in te kunnen spelen op de technische ontwikkelingen in de glastuinbouw;
  4. de ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijvenlandschap wordt afgestemd op de marktontwikkelingen, uitgangspunt daarbij is in elk geval een de mogelijkheid van ontwikkeling per kavel met dien verstande dat gestreefd wordt naar een geclusterde ontwikkeling van de glastuinbouwbedrijven, niet per kavel;
  5. burgemeester en wethouders stellen het uitwerkingsplan niet vast voordat een definitief inzicht bestaat over de te realiseren ruimtelijke-functionele invulling;
  6. burgemeester en wethouders stellen het uitwerkingsplan niet vast voordat de volledige Rottelaan (N245) als ontsluitingstructuur is aangelegd danwel vaststaat, door middel van een bestuurlijk besluit, dat de volledige Rottelaan (N245) zal worden aangelegd;
  7. de ligging van de ontsluitingswegen en woonstraten vastgelegd wordt in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3-' als bedoeld in artikel 12;
  8. het water wordt vastgelegd in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 449 23.5.2 23.5.2 Inrichtings- en milieukwaliteitbepalingen sublid 5 NL.IMRO.s3065 NL.IMRO.s3068 NL.IMRO.s3066

Bij de inrichting van het gebied wordt met de volgende inrichtings- en milieukwaliteit-bepalingen rekening gehouden:

Algemeen

  1. bij de inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap worden de gunstige eigenschappen van het gebied en de directe omgeving zoals schaal, rationele ligging, ligging ten opzichte van bestaande en nieuw aan te leggen infrastructuur en het potentieel om warmte en koude op te slaan in de bodem, geothermie, restwarmte en externe levering van CO2, zoveel mogelijk benut;
  2. voor vaststelling van de uitwerking van het gebied worden beeldkwaliteitregels opgesteld, waarin bepalingen voor de ruimtelijke en architectonische vormgeving en de inrichtingsprincipes voor het gebied zijn neergelegd, die van toepassing worden verklaard bij de uitwerking van dit gebied;
  3. het gebied kan door middel van één of meerdere uitwerkingsplannen tot ontwikkeling gebracht worden al dan niet per kavel of op clusterniveau;
  4. bij de inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap wordt rekening gehouden met de aanleg, instandhouding en bescherming van een buisleidingenstrook met een breedte van maximaal 15 meter;
  5. bij de ontwikkeling en inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap dient rekening gehouden te worden met een duurzaam gebruik van de ondergrond;
  6. bij de ruimtelijke inrichting van het gebied dient uitgegaan te worden van duurzaam ruimtegebruik. Dit betekent, dat ten minste 20% van het gebied als (intensief) meer-voudig ruimtegebruik (dubbel ruimtegebruik) wordt ingericht, in de vorm van verticale stapeling van functies onder elkaar. Hierbij kan gedacht worden aan:
  • waterberging in of onder de kas;
  • opslagruimten in of onder de kas;
  • bedrijven of bedrijfsfuncties in of onder de kas;
  • loodsen met een grotere hoogte zodat efficiënt gestapeld kan worden;
  • combi van bedrijven, waarbij beschikbare ruimte voor meerdere functies gezamenlijk worden gebruikt;
  1. in het gebied dient ruimtebesparing plaats te vinden door uit te gaan van clustering van bedrijvigheid en voorzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan:
  • de aanleg en het gebruik van collectieve en/of individuele voorzieningen ten aanzien van de inzameling en afvoer van vrijkomende afvalstromen;
  • de aanleg en het gebruik van collectieve energiesystemen zoals warmtekracht-koppelingen (wkk) of Koude/Warmteopslag (KWO);
  • de aanleg en gebruik van gezamenlijke gietwaterbassins;
  • clustering van kassen;
  1. gestreefd wordt naar een flexibele inrichting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap, waarbij met inachtneming van de dynamische technische ontwikkelingen kleinere kassenunits geclusterd kunnen worden tot grotere kassen en grotere kassen gesplitst kunnen worden in kleinere kassen;
  2. de verkaveling wordt afgestemd op de rationele vormgeving van de kassen en de ruimtelijke duurzaamheid inrichtingsprincipes (een zo klein mogelijke afwijking ten aanzien van de situering van kassen in noord-zuid richting;
  3. nieuwe kassen dienen te voldoen aan de Groen Label Kas;

Duurzame milieukwaliteit

Milieukwaliteitaspect – energie

  1. er dient gebruik gemaakt te worden van duurzame kasdeksystemen, die zorgen voor meer licht in de kas en minder emissies;
  2. indien van toepassing wordt gebruik gemaakt van energiezuinige kassystemen met gevelventilatiesystemen in combinatie met een (semi)gesloten kasventilatiesysteem;
  3. gestreefd wordt naar een zo laag mogelijke verhouding tussen kasomtrek en kasinhoud;
  4. bij de ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijvenlandschap in het gebied dient een Energie prestatie op locatie (EPL) behaald te worden van minimaal 7,0;
  5. er wordt naar gestreefd om optimaal gebruik te maken van duurzame energiebronnen, waarbij tenminste 10% van het energieverbruik afkomstig dient te zijn van duurzame energiebronnen;
  6. de mogelijkheden die Koude/Warmteopslag (KWO) biedt zullen optimaal worden benut, op basis van een hiervoor opgesteld masterplan KWO met een daarvoor voorgesteld grid voor een collectieve KWO, bij voorkeur op grootschalig clusterniveau;
  7. er wordt naar gestreefd zoveel mogelijk aan te sluiten op het energieweb;
  8. alle economisch-haalbare mogelijkheden betreffende het gebruiken van restwarmte van industriële bedrijvigheid in de omgeving dienen te worden benut;
  9. de mogelijkheden die geothermie en externe levering van CO2 kunnen bieden, zullen optimaal worden benut;

Milieukwaliteitaspect – (grond)watersysteem 

  1. gestreefd wordt naar de ontwikkeling en aansluiting op een decentrale waterketensluiting (gesloten waterkringloopsysteem) voor de glastuinbouwbedrijven in het gebied. De uitvoering ervan wordt gebaseerd op een ontwikkelingsconcept waterketensluiting voor de Zuidplaspolder;
  2. de bergingscapaciteit van de gietwaterbassins is minimaal 500 m³;
  3. de gietwaterberging dient zoveel mogelijk onder de kas aangebracht te worden of opgeslagen in het eerste watervoerend pakket, bij voorkeur op clusterniveau;
  4. gestreefd wordt het gietwater voor 100% uit hemelwater en condenswater te laten bestaan, waardoor geen aanvullend grondwater gebruik plaats hoeft te vinden;
  5. de gietwaterbassins worden voorzien van folie, zodat zoutrijke kwel en infiltratie van zoet hemelwater wordt tegengegaan;
  6. het benodigd oppervlak open water ten gevolge van de ontwikkeling van het glastuinbouwbedrijvenlandschap in het gebied bedraagt ten minste 7% van het totale oppervlak van het uitwerkingsgebied (procenten steeds berekend ten opzichte van de bruto-oppervlak van het totale wijzigingsgebied);
  7. het te realiseren oppervlaktewater dient zoveel mogelijk gerealiseerd te worden binnen de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kwaliteitszone' of direct daarachter en/of in groen- en/of natuurzones en (te verbreden) watergangen en infrastructuur;
  8. bij het toepassen van grondgebonden teelt dient het volgende in acht genomen te worden:
  1. de bestaande ecologische toestand van het watersysteem mag niet verslechteren (standstill);
  2. de teelt mag het realiseren van een goede ecologische (grond)water- en bodemkwaliteit niet in de weg staan;
  3. de teelt mag niet een toename van de zoute kwel tot gevolg hebben;
  4. er dient geen onderbemaling noodzakelijk te zijn;
  5. de teelt mag niet leiden tot een grote en sterk verdunde drainwaterstroom;
  1. indien bestaande watergangen ten behoeve van de aanleg van kassen worden gedempt, worden de daarin aanwezige waterbodemverontreinigingen, indien die er zijn, verwijderd en afgevoerd;

Milieukwaliteitaspect – afval

  1. afvalverwerking mag op kavelniveau opgelost worden via de reguliere afvalverwerkingsinstallatie ofschoon een oplossing op clusterniveau via een decentrale afvalwaterzuiveringsinstallatie de voorkeur verdient, eventueel met aansluiting op een biovergassingsinstallatie;

Milieukwaliteitaspect – lichthinder

  1. bij toepassing van assimilatiebelichting in de kassen dienen de lichtuitstralingsbepalingen worden toegepast als weergeven in bijlage 5.
  2. gestreefd wordt naar een optimale toepassing van LED-verlichting;

Ontsluiting

  1. de ontsluiting van het glastuinbouwbedrijvenlandschap vindt plaats via aan te leggen interne bedrijfsstraten die aanhaken op een gebiedsontsluitingsweg die extern wordt ontsloten op de bestaande infrastructuur, met uitzondering van de Knibbelweg, en/of nieuw te realiseren (regionale) infrastructuur.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 450 23.5.3 23.5.3 Bouwregels sublid 5 NL.IMRO.s3065 NL.IMRO.s3069 NL.IMRO.s3066
  1. In het uitwerkingsplan worden de minimale en/of maximale hoogten, de maximale bouwdiepte, minimale en maximale bebouwingspercentages alsmede de overige maatvoeringeisen en de situering van de op te richten gebouwen vastgelegd, met inachtneming van de bepalingen als verwoord in de navolgende regels;
  2. géén kassen mogen gebouwd worden binnen het vlak met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kwaliteitszone';
  3. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, waaronder begrepen kassen bedraagt maximaal 15 meter, die opgericht worden uit een oogpunt van meervoudig ruimtegebruik, toepassing van meerlaagse teelt en optimale afscherming assimilatiebelichting en klimaatregeling bij verticale lichtafscherming bedekking;
  4. voor bedrijfsgebouwen anders dan bedoeld in sub d, alsmede voor bedrijfsgebouwen te bouwen binnen het vlak met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kwaliteitszone' bedraagt de bouwhoogte ten hoogste 10 meter;
  5. de afstand tussen (bedrijfs)woning en kassen bedraagt tenminste 25 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 451 23.5.4 23.5.4 Ontheffing bouwregels sublid 5 NL.IMRO.s3065 NL.IMRO.s3070 NL.IMRO.s3066

In het uitwerkingsplan kunnen regels opgenomen worden waarbij burgemeester en wethouders bevoegd zijn ontheffing te verlenen voor:

  1. een kleinere afstand van gebouwen tot de watergang, met dien verstande dat:
  • de afstand tot de watergang tenminste 2 meter dient te bedragen;
  • de ontheffing niet wordt verleend indien daardoor het belang dat met het vrijhouden van bebouwing binnen de betreffende strook wordt gediend, onevenredig wordt geschaad;
  • het college schriftelijk advies inwint bij de watergangbeheerder omtrent de toelaatbaarheid van de ontheffingsverlening.
  1. het bouwen van kassen in de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – kwaliteitszone', indien dit vanuit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk is en aangetoond kan worden dat de ruimtelijke kwaliteit, in relatie tot de ringvaartzone, niet wordt aangetast.
    Dit zal getoets worden aan, in het kader van de na te streven beeldkwaliteit in het gebied geformuleerde beeldkwaliteitregels, met betrekking tot onder meer de presentatie (vormgeving) en bebouwingsopzet van de ter plaatse op te richten kassen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 452 23.5.5 23.5.5 Nadere eisen sublid 5 NL.IMRO.s3065 NL.IMRO.s3071 NL.IMRO.s3066

Ter uitvoering van de doeleinden en milieukwaliteiteisen zijn burgemeester en wethouders bevoegd in het uitwerkingsplan een nadere eisenregeling op te nemen ten aanzien van maatvoeringeisen en inrichtingeisen (waaronder begrepen lichtafschermende afdekking) indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van:

  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  2. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de directe omgeving;
  3. de milieukwaliteit.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 453 23.5.6 23.5.6 Wijzigingsbevoegdheid - Bedrijven sublid 5 NL.IMRO.s3065 NL.IMRO.s3066

In het uitwerkingsplan wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het plan te wijzigen ten behoeve van de vestiging van bedrijven, of bedrijfsactiviteiten uit het Nijverheidscentrum, voor zover deze voorkomen in milieucategorie 2 t/m 4.1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 4;

met dien verstande dat:

  1. bij vestiging er sprake moet zijn van een streven naar dubbel ruimtegebruik met glastuinbouwbedrijven;
  2. de vestiging gewenst is ter uitvoering en realisering van duurzaam meervoudig ruimtegebruik, in de vorm van verticale stapeling van bedrijfsfuncties in of onder de kas;
  3. de vestiging noodzakelijk is ter accommodatie van het te verplaatsen bedrijf uit het Nijverheidscentrum.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 454 artikel 24 Artikel 24 Lintzone - Uit te werken 1 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3081 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 455 24.1 24.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3072 NL.IMRO.s3074

De voor 'Lintzone - uit te werken 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. lintbebouwing in de vorm van grondgebonden vrijstaande en halfvrijstaande woningen:
  1. met de daarbij behorende bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen / (open) erven, brandgangen, in- en uitritten;
  2. in combinatie met de uitoefening van aan huis gebonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw;
  1. woon-werk combinaties, met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  2. bedrijven en bedrijfsactiviteiten zoals genoemd in milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  3. behoud, herstel en ontwikkeling van de waardevolle openheid en structuur van de lintzone (laanstructuur);

alsmede ook voor:

  1. toegangs- en ontsluitingswegen, woonstraten, fiets- en voetpaden, in- en uitritten;
  2. (boven – en ondergrondse) parkeervoorzieningen;
  3. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  4. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  5. groenvoorzieningen;
  6. voorzieningen van algemeen nut;
  7. leidingenstrook (ondergrondse kabels en leidingen) met de daarbij behorende vrijwaringszone('s);
  8. parkeervoorzieningen;

met de daarbij behorende;

  1. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  2. erven en terreinen;
  3. verhardingen;
  4. bermen, bermsloten en greppels;
  5. (boom)beplanting, oeverbeschoeiingen en overige groen;
  6. straatmeubilair;
  7. werken en werkzaamheden alsmede bruggen, duikers, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, ten dienste van de bestemming en wat betreft aard en afmetingen passend bij de bestemming.

met uitzondering van:

  1. risicovolle inrichtingen, die niet zijn toegestaan;
  2. verkooppunten voor motorbrandstoffen, die niet zijn toegestaan

 

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 456 24.2 24.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s3072 NL.IMRO.s3075 NL.IMRO.s3073

De voor 'Lintzone - uit te werken' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterloop' de bescherming en instandhouding van de watergang als bedoeld in artikel 31.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 457 24.3 24.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3072 NL.IMRO.s3076 NL.IMRO.s3073

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend:

  1. de uitoefening van handel (inclusief detailhandel), nijverheid en dienstverlening (zoals kantoren, horeca, administratieve en publieksgerichte dienstverlening), een aan-huis verbonden beroep of aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteit daaronder niet begrepen als bedoeld in 24.1, sub a;
  2. bedrijven en bedrijfsactiviteiten anders dan bedoeld 24.1, sub b en sub c;
  3. geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
  4. een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks;
  5. de opslag en verkoop van motorbrandstoffen (incl. LPG);
  6. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  7. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  8. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  9. seksinrichtingen;
  10. de opslag en verkoop van vuurwerk;
  11. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 458 24.4 24.4 Bouwen / aanleg van werken en werkzaamheden lid 4 NL.IMRO.s3072 NL.IMRO.s3077 NL.IMRO.s3073
  1. Op de gronden mogen bouwwerken uitsluitend worden gebouwd alsmede werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met een door burgemeester en wethouders uitgewerkt plan dat rechtskracht heeft.
  2. Zolang het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, kan worden gebouwd overeenkomstig het ontwerp uitwerkingsplan dat ter visie heeft gelegen en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.
  3. Zolang en voor zover het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, mogen werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke zijn gericht op realisering van de bestemming uitsluitend worden uitgevoerd onder de voorwaarden, dat:
  1. deze werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in overeenstemming zullen zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kunnen worden ingepast in een daarvoor opgesteld ontwerp uitwerkingsplan, dat ter visie heeft gelegen, en;
  2. gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 459 24.5 24.5 Uitwerkingsregels lid 4 NL.IMRO.s3072 NL.IMRO.s3073

Burgemeester en wethouders werken de bestemming uit in meerdere bestemmingen afgestemd op de geprojecteerde en te realiseren functies op de betreffende gronden in het uitwerkingsgebied en wel overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening en met inachtneming van de volgende bepalingen:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 460 24.5.1 24.5.1 Voorwaarden bij de uitwerking sublid 5 NL.IMRO.s3077 NL.IMRO.s3079
  1. bij de uitwerking van de stedenbouwkundige opzet wordt aangesloten bij de bestaande, reeds uitgewerkte of nog uit te werken aangrenzende gebieden. Uitgangspunt vormt een aansluiting bij de identiteit en opbouw van lintstructuur en de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving;
  2. burgemeester en wethouders stellen het uitwerkingsplan al dan niet gefaseerd (per bouwperceel of groep bouwpercelen), niet vast voordat er een definitief inzicht bestaat over de verkaveling in het gebied;
  3. voor de vaststelling van het uitwerkingsplan ten behoeve van de bouw van (nieuwe) woningen vast dient te staan dat er een aanvaardbare milieuhygiënische situatie zal zijn gewaarborgd ten aanzien van de milieugevoelige objecten/functies. Dit betekent onder andere dat, de milieuhygiënische belemmeringen ten gevolge van binnen en buiten het plangebied aanwezige milieubelastende functies, op grond waarvan milieubelemmeringen zijn bepaald, genoegzaam dienen te zijn weggenomen en/of de voorwaarden in acht zijn genomen zoals neergelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende relevante leefmilieuaspecten. In elk geval dient rekening gehouden te worden met de op de verbeelding opgenomen 'milieuzone';
  4. de geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten binnen de lintzone niet meer zal bedragen dan de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde door het bevoegde gezag conform de Beleidsregel Hogere waarden van de regio Midden Holland;
  5. de ruimtelijke en architectonische vormgeving en de inrichtingsprincipes van het gebied worden neergelegd in beeldkwaliteitregels. In de beeldkwaliteitregels wordt onderscheid gemaakt in gebieden met een 'zware' en met een 'lichte' regie. Waar bebouwing opvallend in beeld is vanuit de openbare ruimte (langs de hoofdontsluitingsroute), zullen strikte randvoorwaarden aan de architectuur worden gesteld, waaronder begrepen de kleur van de bouwmaterialen, de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  6. in het uitwerkingsplan wordt de normering voor het te hanteren vloerpeil opgenomen. Daarbij geldt dat, ter voorkoming van wateroverlast op basis van het waterbergend vermogen van het peilgebied waarin het uitwerkingsgebied is gesitueerd, het te hanteren vloerpeil nader wordt bepaald, met dien verstande dat vooraf het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard schriftelijk heeft ingestemd met de op te nemen normering;
  7. bij het realiseren van het gebied geldt als doelstelling dat de inrichting zodanig wordt vormgegeven dat optimaal gebruik gemaakt kan worden van duurzaamheidprincipes. In verband hiermee wordt bij de verkaveling uitgegaan van een goed evenwicht tussen intensief gebruik en natuurlijk groene en openbare ruimte, mogelijkheden van natuurlijke zuivering van water en gebruik van duurzame energie. Daarnaast wordt bij de inrichting van het woongebied uitgegaan van emissievrij bouwen en energiezuinig bouwen;
  8. de te realiseren lintzone dient duurzaam ontwikkeld te worden met inachtneming van de volgende milieukwaliteiten:
  1. een te realiseren GPR gebouwscore van 7 ten aanzien van duurzaamheid;
  2. het uitvoeren van de woningen met de vaste- en kostenneutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen;
  3. minimaal 80% van de woningen ondervindt een geluidniveau van 48 dB of lager;
  4. minimaal 50% van de woningen ondervindt een geluidniveau van 43 dB of lager;
  5. maximaal 20% van de woningen ondervindt een geluidniveau van meer dan 48 dB of hoger tot maximaal 53 dB;
  6. het geluidniveau binnen alle woningen mag niet meer bedragen dan 33 dB.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 461 24.5.2 24.5.2 Inrichtingsbepalingen sublid 5 NL.IMRO.s3077 NL.IMRO.s3080 NL.IMRO.s3078
  1. de situering alsmede de aard en omvang van (ontsluitings)wegen, fietspaden en de overige inrichting van het openbaar gebied wordt afgestemd op de omgeving;
  2. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de (ontsluitings)wegen en langzaamverkeersverbindingen vastgelegd met inachtneming van het bepaalde in sub a;
  3. de bouwpercelen worden in ieder geval aan de voorkanten begrensd met watergangen, en worden van de openbare weg ontsloten door middel van bruggen over de bermsloten/bestaande watergangen;
  4. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de waterstructuur vastgelegd, daarbij dient de waterstructuur aan te sluiten op de waterstructuur van de aangrenzende percelen;
  5. water op het bouwperceel dient aaneengesloten aangelegd te worden (d.w.z. niet doodlopend en geen afzonderlijke waterpartijen) en zoveel mogelijk aan de voorzijde (de naar de naar weg georiënteerde zijde) van het perceel gesitueerd te worden;
  6. in het uitwerkingsgebied wordt tenminste 10% aan water gerealiseerd (procenten steeds berekend ten opzichte van de bruto-oppervlakte van het totale uitwerkingsgebied);
  7. de lokale (dwars)ontsluitingen hebben een rijloper van tenminste 3,50 meter breedte;
  8. de parkeervoorzieningen dienen te worden gerealiseerd op eigen terrein;
  9. de bouwpercelen hebben een breedte van maximaal 50 meter;
  10. op de gronden zijn uitsluitend toegestaan vrijstaande, halfvrijstaande woningen en bedrijfsgebouwen ten dienste van de bedrijven als bedoeld in 24.1, sub a tot en met sub c;
  11. in het kader van de na te streven beeldkwaliteit in het gebied worden strenge eisen gesteld aan de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  12. voorzieningen van algemeen nut en dienen zo mogelijk zodanig te worden gesitueerd en/of door beplanting te worden afgeschermd, dat de directe (woon)omgeving in voldoende mate wordt gevrijwaard van visuele en andere hinder;
  13. bij de inrichting van het gebied wordt uitgegaan van emissievrij bouwen en energiezuinig bouwen;
  14. in het uitwerkingsplan wordt de ligging van de (ontsluitings)wegen vastgelegd in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3' als bedoeld in artikel 12;
  15. in het uitwerkingsplan worden de groenvoorzieningen vastgelegd in de bestemming 'Groen' als bedoeld in artikel 5
  16. in het uitwerkingsplan wordt het water vastgelegd in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13;
  17. bij de uitwerking naar wonen wordt het bepaalde ten aanzien van de bebouwings- en gebruikregels in artikel 14 voor woningen, met inachtneming van de bepalingen in 24.5.3 voor zover toepasselijk zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing verklaard.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 462 24.5.3 24.5.3 Bouwregels sublid 5 NL.IMRO.s3077 NL.IMRO.s3078
  1. in het uitwerkingsplan worden de minimale en/of maximale bouwhoogten, het maximale bebouwingspercentages de overige maatvoeringeisen en de situering zoals onder meer de voorgevelrooilijn/voorgevelbouwgrens van de op te richten gebouwen vastgelegd, met inachtneming van de uitgangspunten als verwoord in de navolgende bepalingen;
  2. in het uitwerkingsplan worden bouwvlakken opgenomen waarbinnen de hoofdgebouwen (woningen), (bedrijfs)gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de woningen dienen te worden gebouwd;
  3. het bouwperceel voor woningen (vrijstaande en halfvrijstaande) en/of bedrijfsbebouwing mag tot maximaal 30% bebouwd worden met gebouwen;
  4. de breedte van het bouwperceel voor woningen en/of bedrijfsbebouwing bedraagt ten hoogste 50 meter;
  5. de inhoud van de woning bedraagt, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en exclusief vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, maximaal 750 m³;
  6. de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen behorende bij de woning dienen gebouwd te worden op tenminste 3 meter afstand uit de voorgevellijn van de woning;
  7. het maximale oppervlak aan bedrijfsgebouwen per bouwperceel bedraagt ten hoogste 30 %;
  8. de goothoogte van woningen bedraagt maximaal 7 meter;
  9. de bouwhoogte van woningen bedraagt maximaal 10 meter;
  10. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en overkappingen per woning bedraagt maximaal 70 m²;
  11. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter;
  12. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen behorende bij de woning bedraagt maximaal 3,50 meter;
  13. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen behorende bij de woning bedraagt maximaal 5,50 meter;
  14. de bouwhoogte van gebouwen, niet zijnde woningen bedraagt ten hoogste 10 meter;
  15. de gebouwen moeten worden gebouwd in of achter de voorgevelrooilijn, die gesitueerd is op een afstand van 10 meter uit de as van de (aanliggende) weg;
  16. de afstand van het hoofdgebouw (woning), uitgezonderd voor halfvrijstaande woningen wat betreft de zijde waar de woningen aan elkaar zijn verbonden, en bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt tenminste 5 meter;
  17. de afstand van nieuw op te richten hoofdbebouwing tot bestaande hoofdbebouwing op de naastliggende kavel bedraagt ten minste 10 meter, uitgezonderd voor halfvrijstaande woningen wat betreft de zijde waar de woningen aan elkaar zijn verbonden;
  18. de bedrijfsgebouwen moeten worden gebouwd op tenminste 5 meter achter de voorgevellijn van de woning op het betreffende bouwperceel;
  19. de onderlinge afstand tussen bedrijfsgebouwen en de afstand tussen bedrijfsgebouw en woning dient minimaal 2,50 meter te bedragen;
  20. de onderlinge afstand tussen woningen (ten opzichte van woningen op naastliggende bouwpercelen) dient minimaal 10 meter te bedragen, uitgezonderd voor halfvrijstaande woningen waar de afstandsnorm slechts aan een zijde geldt;
  21. in het uitwerkingsplan kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn onder voorwaarden ontheffing te verlenen voor verhoging van de maximaal toegestane hoogte van bouwwerken met ten hoogste 3 meter, mits:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet wordt aangetast;
  2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van een doelmatig en/of efficiënt gebruik van de bebouwing op het bouwperceel;
  1. voorzieningen van algemeen nut zijn toegelaten tot een bouwhoogte van maximaal 3 meter en een oppervlak per gebouw van maximaal 25 m²;
  2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen bouwwerken zijnde vóór de voorgevel en tot 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter;
  3. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 meter;
  4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal bedraagt maximaal 3 meter;
  5. de hoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 5 meter;
  6. ter uitvoering van de bestemmingsdoeleinden zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van het plan.

 

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 463 artikel 25 Artikel 25 Lintzone - Uit te werken 2 artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3090 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 464 25.1 25.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3081 NL.IMRO.s3083

De voor 'Lintzone - uit te werken 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. lintbebouwing in de vorm van bedrijven en bedrijfsactiviteiten zoals genoemd in milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  2. behoud, herstel en ontwikkeling van de waardevolle openheid en structuur van de lintzone (laanstructuur);

alsmede ook voor:

  1. toegangs- en ontsluitingswegen, woonstraten, fiets- en voetpaden, in- en uitritten;
  2. (boven – en ondergrondse) parkeervoorzieningen;
  3. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen;
  4. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  5. groenvoorzieningen;
  6. voorzieningen van algemeen nut;
  7. leidingenstrook (ondergrondse kabels en leidingen) met de daarbij behorende vrijwaringszone('s);
  8. parkeervoorzieningen;

met de daarbij behorende;

  1. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  2. erven en terreinen;
  3. verhardingen;
  4. bermen, bermsloten en greppels;
  5. (boom)beplanting, oeverbeschoeiingen en overige groen;
  6. straatmeubilair;
  7. werken en werkzaamheden alsmede bruggen, duikers, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecovoorzieningen, ten dienste van de bestemming en wat betreft aard en afmetingen passend bij de bestemming;

met uitzondering van:

  1. risicovolle inrichtingen, die niet zijn toegestaan;
  2. verkooppunten voor motorbrandstoffen, die niet zijn toegestaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 465 25.2 25.2 Dubbelbestemmingen lid 4 NL.IMRO.s3081 NL.IMRO.s3084 NL.IMRO.s3082

De voor 'Lintzone - uit te werken' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  1. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' de bescherming en veiligstelling van een ondergrondse DPO-brandstofleiding als bedoeld in artikel 26;
  2. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding – Gas' de bescherming en veiligstelling van de ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding als bedoeld in artikel 27;
  3. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden als bedoeld in artikel 29;
  4. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterloop' de bescherming en instandhouding van de watergang als bedoeld in artikel 31.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 466 25.3 25.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3081 NL.IMRO.s3085 NL.IMRO.s3082

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend:

  1. de uitoefening van handel (inclusief detailhandel), nijverheid en dienstverlening (zoals kantoren, horeca, administratieve en publieksgerichte dienstverlening) als bedoeld in 25.1, sub a;
  2. bedrijven en bedrijfsactiviteiten anders dan bedoeld 25.1, sub a;
  3. woondoeleinden;
  4. geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
  5. een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks;
  6. de opslag en verkoop van motorbrandstoffen (incl. LPG);
  7. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  8. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  9. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter;
  10. seksinrichtingen;
  11. de opslag en verkoop van vuurwerk;
  12. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 467 25.4 25.4 Bouwen / aanleg van werken en werkzaamheden lid 4 NL.IMRO.s3081 NL.IMRO.s3086 NL.IMRO.s3082
  1. Op de gronden mogen bouwwerken uitsluitend worden gebouwd alsmede werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met een door burgemeester en wethouders uitgewerkt plan dat rechtskracht heeft.
  2. Zolang het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, kan worden gebouwd overeenkomstig het ontwerp uitwerkingsplan dat ter visie heeft gelegen en gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.
  3. Zolang en voor zover het uitwerkingsplan of een gedeelte daarvan nog niet onherroepelijk is, mogen werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke zijn gericht op realisering van de bestemming uitsluitend worden uitgevoerd onder de voorwaarden, dat:
  1. deze werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in overeenstemming zullen zijn met, dan wel op verantwoorde wijze kunnen worden ingepast in een daarvoor opgesteld ontwerp uitwerkingsplan, dat ter visie heeft gelegen, en;
  2. gedurende de termijn van ter visie legging geen zienswijzen tegen het ontwerp uitwerkingsplan zijn ingediend.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 468 25.5 25.5 Uitwerkingsregels lid 4 NL.IMRO.s3081 NL.IMRO.s3082

Burgemeester en wethouders werken de bestemming uit in meerdere bestemmingen afgestemd op de geprojecteerde en te realiseren functies op de betreffende gronden in het uitwerkingsgebied en wel overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening en met inachtneming van de volgende bepalingen:

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 469 25.5.1 25.5.1 Voorwaarden bij de uitwerking sublid 5 NL.IMRO.s3086 NL.IMRO.s3088
  1. bij de uitwerking van de stedenbouwkundige opzet wordt aangesloten bij de bestaande, reeds uitgewerkte of nog uit te werken aangrenzende gebieden. Uitgangspunt vormt een aansluiting bij de identiteit en opbouw van lintstructuur en de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving;
  2. burgemeester en wethouders stellen het uitwerkingsplan al dan niet gefaseerd (per bouwperceel of groep bouwpercelen), niet vast voordat er een definitief inzicht bestaat over de verkaveling in het gebied;
  3. de ruimtelijke en architectonische vormgeving en de inrichtingsprincipes van het gebied worden neergelegd in beeldkwaliteitregels. In de beeldkwaliteitregels wordt onderscheid gemaakt in gebieden met een 'zware' en met een 'lichte' regie. Waar bebouwing opvallend in beeld is vanuit de openbare ruimte (langs de hoofdontsluitingsroute), zullen strikte randvoorwaarden aan de architectuur worden gesteld, waaronder begrepen de kleur van de bouwmaterialen, de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  4. in het uitwerkingsplan wordt de normering voor het te hanteren vloerpeil opgenomen. Daarbij geldt dat, ter voorkoming van wateroverlast op basis van het waterbergend vermogen van het peilgebied waarin het uitwerkingsgebied is gesitueerd, het te hanteren vloerpeil nader wordt bepaald, met dien verstande dat vooraf het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard schriftelijk heeft ingestemd met de op te nemen normering;
  5. bij het realiseren van het gebied geldt als doelstelling dat de inrichting zodanig wordt vormgegeven dat optimaal gebruik gemaakt kan worden van duurzaamheidprincipes. In verband hiermee wordt bij de verkaveling uitgegaan van een goed evenwicht tussen intensief gebruik en natuurlijk groene en openbare ruimte, mogelijkheden van natuurlijke zuivering van water en gebruik van duurzame energie. Daarnaast wordt bij de inrichting van het woongebied uitgegaan van emissievrij bouwen en energiezuinig bouwen;
  6. de te realiseren lintzone dient duurzaam ontwikkeld te worden met inachtneming van de volgende milieukwaliteiten:
  1. een te realiseren GPR gebouwscore van 7 ten aanzien van duurzaamheid;
  2. het uitvoeren van de woningen met de vaste- en kostenneutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 470 25.5.2 25.5.2 Inrichtingsbepalingen sublid 5 NL.IMRO.s3086 NL.IMRO.s3089 NL.IMRO.s3087
  1. de situering alsmede de aard en omvang van (ontsluitings)wegen, fietspaden en de overige inrichting van het openbaar gebied wordt afgestemd op de omgeving;
  2. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de (ontsluitings)weg(en) en langzaamverkeersverbindingen vastgelegd met inachtneming van het bepaalde in sub a;
  3. de bouwpercelen worden in ieder geval aan de voorkanten begrensd met watergangen, en worden van de openbare weg ontsloten door middel van bruggen over de bermsloten/bestaande watergangen;
  4. in het uitwerkingsplan wordt de exacte ligging van de waterstructuur vastgelegd, daarbij dient de waterstructuur aan te sluiten op de waterstructuur van de aangrenzende percelen;
  5. water op het bouwperceel dient aaneengesloten aangelegd te worden (d.w.z. niet doodlopend en geen afzonderlijke waterpartijen) en zoveel mogelijk aan de voorzijde (naar de naar weg georiënteerde zijde) van het bouwperceel gesitueerd te worden;
  6. in het uitwerkingsgebied wordt tenminste 10% aan water gerealiseerd (procenten steeds berekend ten opzichte van de bruto-oppervlakte van het totale uitwerkingsgebied);
  7. de lokale (dwars)ontsluitingen hebben een rijloper van tenminste 3,50 meter breedte;
  8. de parkeervoorzieningen dienen te worden gerealiseerd op eigen terrein;
  9. in het kader van de na te streven beeldkwaliteit in het gebied worden strenge eisen gesteld aan de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  10. voorzieningen van algemeen nut en dienen zo mogelijk zodanig te worden gesitueerd en/of door beplanting te worden afgeschermd, dat de directe (woon)omgeving in voldoende mate wordt gevrijwaard van visuele en andere hinder;
  11. bij de inrichting van het gebied wordt uitgegaan van emissievrij bouwen en energiezuinig bouwen;
  12. in het uitwerkingsplan wordt de ligging van de (ontsluitings)wegen en langzaamverkeersverbindingen vastgelegd in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3' als bedoeld in artikel 12;
  13. in het uitwerkingsplan worden de groenvoorzieningen vastgelegd in de bestemming 'Groen' als bedoeld in artikel 5;
  14. in het uitwerkingsplan wordt het water vastgelegd in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 471 25.5.3 25.5.3 Bouwregels sublid 5 NL.IMRO.s3086 NL.IMRO.s3087
  1. in het uitwerkingsplan worden de minimale en/of maximale bouwhoogten, het maximale bebouwingspercentages de overige maatvoeringeisen en de situering zoals onder meer de voorgevelrooilijn/voorgevelbouwgrens van de op te richten gebouwen vastgelegd, met inachtneming van de uitgangspunten als verwoord in de navolgende bepalingen;
  2. in het uitwerkingsplan worden bouwvlakken opgenomen waarbinnen de (bedrijfs)gebouwen dienen te worden gebouwd;
  3. het bouwperceel voor de bedrijfsbebouwing mag tot maximaal 30% bebouwd worden met gebouwen;
  4. de gebouwen moeten worden gebouwd in of achter de voorgevelrooilijn, die gesitueerd is op een afstand van 10 meter uit de as van de (aanliggende) weg;
  5. de onderlinge afstand tussen bedrijfsgebouwen dient minimaal 10 meter te bedragen;
  6. de afstand van nieuw op te richten bebouwing tot bestaande bebouwing op de naastliggende kavel bedraagt ten minste 10 meter;
  7. de bouwhoogte gebouwen bedraagt ten hoogste 10 meter;
  8. in het uitwerkingsplan kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn onder voorwaarden ontheffing te verlenen voor verhoging van de maximaal toegestane hoogte van bouwwerken met ten hoogste 3 meter, mits:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet wordt aangetast;
  2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van een doelmatig en/of efficiënt gebruik van de bebouwing op het bouwperceel;
  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen bouwwerken zijnde vóór de voorgevel en tot 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter;
  2. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 meter;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal bedraagt maximaal 3 meter.
  4. de hoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 5 meter;
  5. ter uitvoering van de bestemmingsdoeleinden zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van het plan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 472 artikel 26 Artikel 26 Leiding - Brandstof (dubbelbestemming) artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3103 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 473 26.1 26.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3090 NL.IMRO.s3092

De voor 'Leiding - Brandstof' aangeduide gronden binnen een afstand van 5 meter ter weerszijden van de aanduiding 'Hartlijn leiding - brandstof' (vrijwaringszone) zijn – bij wijze van dubbelbestemming - naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor de aanleg, het herstel en de instandhouding van een ondergrondse DPO-brandstofleiding ten behoeve van het transport van K2 & K3 brandbare vloeistoffen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 474 26.2 26.2 Regel vanwege samenvallende bestemmingen lid 4 NL.IMRO.s3090 NL.IMRO.s3093 NL.IMRO.s3091

Waar een basisbestemming samenvalt met een dubbelbestemming, zoals aangegeven, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.
De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 475 26.3 26.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3090 NL.IMRO.s3094 NL.IMRO.s3091

Op de tot 'Leiding – Brandstof' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de leidingen met een maximale hoogte van 3 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 476 26.4 26.4 Ontheffing van de bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3090 NL.IMRO.s3095 NL.IMRO.s3091

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 26.3 en toestaan dat in de andere bestemming bouwwerken worden gebouwd, mits:

  1. door de bouwwerken geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;
  2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

Een ontheffing kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 477 26.5 26.5 Aanlegvergunning lid 4 NL.IMRO.s3090 NL.IMRO.s3099 NL.IMRO.s3091 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 478 26.5.1 26.5.1 Verbod sublid 5 NL.IMRO.s3095 NL.IMRO.s3097

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming leidingen zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  1. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen;
  2. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  3. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  4. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen;
  5. het aanleggen van andere kabels en leidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  6. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, watergangen, vijvers en andere wateren;
  7. het aanleggen van geluidswallen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 479 26.5.2 26.5.2 Uitzondering sublid 5 NL.IMRO.s3095 NL.IMRO.s3098 NL.IMRO.s3096

Het verbod als bedoeld in 26.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  3. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning;
  4. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor ontheffing is verleend, zoals bedoeld in 26.4.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 480 26.5.3 26.5.3 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3095 NL.IMRO.s3096

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 26.5 zijn slechts toelaatbaar, mits:

  1. door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;
  2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 481 26.6 26.6 Wijziging – dubbelbestemming 'Leiding – Brandstof' lid 4 NL.IMRO.s3090 NL.IMRO.s3091 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 482 26.6.1 26.6.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3099 NL.IMRO.s3101

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' te wijzigen door het bestemmingsvlak met de dubbelbestemming 'Leiding – Brandstof' aan te passen, toe te voegen of te verwijderen met inachtneming van het bepaalde in 26.6.2.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 483 26.6.2 26.6.2 Voorwaarden sublid 5 NL.IMRO.s3099 NL.IMRO.s3102 NL.IMRO.s3100

De wijzigingsbevoegdheid kan alleen worden toegepast:

  1. voor verwijdering: als de leiding definitief is verwijderd;
  2. voor aanpassing: als de leiding niet is verwijderd, mits:
  1. geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;
  2. de 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico binnen de belemmeringenstrook van de desbetreffende leiding ligt
  3. na voorafgaand advies van de betreffende leidingbeheerder;
  1. voor het toevoegen van nieuwe leidingen:
  1. de 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico binnen de belemmeringenstrook van de desbetreffende leiding ligt;
  2. de veiligheid van de andere aanwezige leidingen niet wordt geschaad;
  3. het groepsrisico is verantwoord;
  4. na voorafgaand advies van de betreffende leidingbeheerder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 484 26.6.3 26.6.3 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3099 NL.IMRO.s3100

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 26.6.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 485 artikel 27 Artikel 27 Leiding - Gas (dubbelbestemming) artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3116 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 486 27.1 27.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3103 NL.IMRO.s3105

De voor 'Leiding - Gas' aangeduide gronden binnen een afstand van 5 meter ter weerszijden van de aanduiding 'Hartlijn leiding - gas' (vrijwaringszone) zijn – bij wijze van dubbelbestemming - naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor de aanleg, het herstel en de instandhouding van een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding met een diameter van ten hoogste 36 inch en een druk van ten hoogste 66.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 487 27.2 27.2 Regel vanwege samenvallende bestemmingen lid 4 NL.IMRO.s3103 NL.IMRO.s3106 NL.IMRO.s3104

Waar een basisbestemming samenvalt met een dubbelbestemming, zoals aangegeven, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.
De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 488 27.3 27.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3103 NL.IMRO.s3107 NL.IMRO.s3104

Op de in 27.1 bestemde gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de leidingen met een maximale hoogte van 3 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 489 27.4 27.4 Ontheffing van de bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3103 NL.IMRO.s3108 NL.IMRO.s3104

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 27.3 en toestaan dat in de ander daar voorkomende bestemming(en) bouwwerken worden gebouwd, mits:

  1. door de bouwwerken geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig functioneren van de leiding;
  2. door de bouwwerken de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad;
  3. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

Een ontheffing kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 490 27.5 27.5 Aanlegvergunning lid 4 NL.IMRO.s3103 NL.IMRO.s3112 NL.IMRO.s3104 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 491 27.5.1 27.5.1 Verbod sublid 5 NL.IMRO.s3108 NL.IMRO.s3110

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming leidingen zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  1. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen;
  2. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  3. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  4. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen;
  5. het aanleggen van andere kabels en leidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  6. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, watergangen, vijvers en andere wateren;
  7. het aanleggen van geluidswallen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 492 27.5.2 27.5.2 Uitzondering sublid 5 NL.IMRO.s3108 NL.IMRO.s3111 NL.IMRO.s3109

Het verbod als bedoeld in 27.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  3. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning;
  4. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor ontheffing is verleend, zoals bedoeld in 27.4.4.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 493 27.5.3 27.5.3 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3108 NL.IMRO.s3109

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 27.5 zijn slechts toelaatbaar, mits:

  1. door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;
  2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 494 27.6 27.6 Wijziging – dubbelbestemming 'Leiding – Gas' lid 4 NL.IMRO.s3103 NL.IMRO.s3104 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 495 27.6.1 27.6.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3112 NL.IMRO.s3114

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' te wijzigen door de bestemmingsvlakken met de dubbelbestemming 'Leiding – Gas' aan te passen, toe te voegen of te verwijderen met inachtneming van het bepaalde in 27.6.2.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 496 27.6.2 27.6.2 Voorwaarden sublid 5 NL.IMRO.s3112 NL.IMRO.s3115 NL.IMRO.s3113

De wijzigingsbevoegdheid kan alleen worden toegepast:

  1. voor verwijdering: als de leiding definitief buiten gebruik is gesteld of verwijderd;
  2. voor aanpassing: als de leiding niet is verwijderd, mits:
  1. geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;
  2. de 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico binnen de vrijwaringszone van de desbetreffende leiding ligt;
  3. na voorafgaand advies van de betreffende leidingbeheerder;
  1. voor het toevoegen van nieuwe leidingen:
  1. de 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico binnen de vrijwaringszone van de desbetreffende leiding ligt;
  2. de veiligheid van de andere aanwezige leidingen niet wordt geschaad;
  3. het groepsrisico is verantwoord;
  4. na voorafgaand advies van de betreffende leidingbeheerder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 497 27.6.3 27.6.3 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3112 NL.IMRO.s3113

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 27.6.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 498 artikel 28 Artikel 28 Leiding - Rivierwatertransport (dubbelbestemming) artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3129 NL.IMRO.s2839

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 499 28.1 28.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3116 NL.IMRO.s3118

De voor 'Leiding - Rivierwatertransport' aangeduide gronden binnen een afstand van 3 meter ter weerszijden van de aanduiding 'Hartlijn leiding – rivierwatertransport Bal 1' zijn – bij wijze van dubbelbestemming - naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor de aanleg, het herstel en de instandhouding van een ondergrondse rioolwaterpersleiding ten behoeve van het transport van water ter plaatse van de weergegeven 'Hartlijn leiding - rivierwatertransport Bal 1'.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 500 28.2 28.2 Regel vanwege samenvallende bestemmingen lid 4 NL.IMRO.s3116 NL.IMRO.s3119 NL.IMRO.s3117

Waar een basisbestemming samenvalt met een dubbelbestemming, zoals aangegeven, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.
De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 501 28.3 28.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3116 NL.IMRO.s3120 NL.IMRO.s3117

Op de tot 'Leiding – Rivierwatertransport' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de leidingen met een maximale hoogte van 3 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 502 28.4 28.4 Ontheffing van de bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3116 NL.IMRO.s3121 NL.IMRO.s3117

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 28.3 en toestaan dat in de andere bestemming bouwwerken worden gebouwd, mits:

  1. door de bouwwerken geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;
  2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 503 28.5 28.5 Aanlegvergunning lid 4 NL.IMRO.s3116 NL.IMRO.s3125 NL.IMRO.s3117 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 504 28.5.1 28.5.1 Verbod sublid 5 NL.IMRO.s3121 NL.IMRO.s3123

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming leidingen zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  1. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen;
  2. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  3. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  4. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen;
  5. het aanleggen van andere kabels en leidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  6. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, watergangen, vijvers en andere wateren;
  7. het aanleggen van geluidswallen;
  8. het opslaan van zaken (waaronder mede begrepen afvalstoffen).

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 505 28.5.2 28.5.2 Uitzondering sublid 5 NL.IMRO.s3121 NL.IMRO.s3124 NL.IMRO.s3122

Het verbod als bedoeld in 28.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  3. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning;
  4. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor ontheffing is verleend, zoals bedoeld in 28.4.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 506 28.5.3 28.5.3 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3121 NL.IMRO.s3122

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 28.5 zijn slechts toelaatbaar, mits:

  1. door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;
  2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 507 28.6 28.6 Wijziging dubbelbestemming 'Leiding – Rivierwatertransport' lid 4 NL.IMRO.s3116 NL.IMRO.s3117 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 508 28.6.1 28.6.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3125 NL.IMRO.s3127

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Rivierwatertransport' te wijzigen door het bestemmingsvlak met de dubbelbestemming 'Leiding – Rivierwatertransport' aan te passen, toe te voegen of te verwijderen met inachtneming van het bepaalde in 28.6.2.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 509 28.6.2 28.6.2 Voorwaarden sublid 5 NL.IMRO.s3125 NL.IMRO.s3128 NL.IMRO.s3126

De wijzigingsbevoegdheid kan alleen worden toegepast:

  1. voor verwijdering: als de leiding definitief is verwijderd;
  2. voor aanpassing: als de leiding niet is verwijderd, mits:
  1. geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding;
  2. na voorafgaand advies van de betreffende leidingbeheerder;
  1. voor het toevoegen van nieuwe leidingen:

I. na voorafgaand advies van de betreffende leidingbeheerder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 510 28.6.3 28.6.3 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3125 NL.IMRO.s3126

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 28.6.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 511 artikel 29 Artikel 29 Waarde - Archeologie (dubbelbestemming) artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3144 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 512 29.1 29.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3129 NL.IMRO.s3131

De voor 'Waarde - Archeologie' aangeduide gronden zijn – bij wijze van dubbelbestemming - bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de in deze gronden voorkomende archeologische waarden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 513 29.2 29.2 Regel vanwege samenvallende bestemmingen lid 4 NL.IMRO.s3129 NL.IMRO.s3132 NL.IMRO.s3130

Waar een basisbestemming samenvalt met een dubbelbestemming, zoals aangegeven, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.
De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 514 29.3 29.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3129 NL.IMRO.s3133 NL.IMRO.s3130

Ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:

  1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
  2. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 515 29.4 29.4 Ontheffing van bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3129 NL.IMRO.s3138 NL.IMRO.s3130 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 516 29.4.1 29.4.1 Ontheffing bouwregels sublid 5 NL.IMRO.s3133 NL.IMRO.s3135
  1. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de bouwregels indien:
  2. uit een archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk waarvoor ontheffing wordt gevraagd niet zal leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal; en
  3. wordt voldaan aan de bepalingen van andere ter plaatse geldende bestemmingen, al dan niet na gebruik van de bij die bestemmingen opgenomen ontheffingsregels.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 517 29.4.2 29.4.2 Voorwaarden sublid 5 NL.IMRO.s3133 NL.IMRO.s3136 NL.IMRO.s3134

Indien het oprichten van het bouwwerk waarvoor ontheffing wordt gevraagd wel kan leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kunnen burgemeester en wethouders de ontheffing toch verlenen indien:

  1. uit nader onderzoek zodanig geringe archeologische waarden zijn gebleken dat bescherming daarvan in het bestemmingsplan redelijkerwijs niet langer noodzakelijk is; of
  2. indien wel zodanige waarden zijn gebleken:
  1. door het opstellen van een nadere eis aan de plaats van (bouw)werken het archeologisch materiaal niet zal worden verstoord; dan wel
  2. aan de ontheffing een of meer van de volgende regels worden verbonden:
  1. de verplichting tot het treffen van maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; en/of
  2. de verplichting tot het doen van opgravingen; en/of
  3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties;
  1. en wordt voldaan aan de bepalingen van andere ter plaatse geldende bestemmingen, al dan niet na gebruik van de bij die bestemmingen opgenomen ontheffingen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 518 29.4.3 29.4.3 Beoordeling sublid 5 NL.IMRO.s3133 NL.IMRO.s3137 NL.IMRO.s3134

Indien burgemeester en wethouders niet beschikken over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om bouwvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 519 29.4.4 29.4.4 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3133 NL.IMRO.s3134

Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het ontheffingsverzoek als bedoeld in 29.4 laten burgemeester en wethouders zich adviseren door een archeoloog conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 520 29.5 29.5 Aanlegvergunning lid 4 NL.IMRO.s3129 NL.IMRO.s3141 NL.IMRO.s3130 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 521 29.5.1 29.5.1 Verbod sublid 5 NL.IMRO.s3138 NL.IMRO.s3140

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde – Archeologie' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) en keurontheffing de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  1. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of bouwhoogte dan 30 centimeter, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  2. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen;
  3. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
  4. het aanleggen en verharden van bedrijfswegen, paden en andere oppervlakteverhardingen;
  5. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 522 29.5.2 29.5.2 Uitzonderingen sublid 5 NL.IMRO.s3138 NL.IMRO.s3139

Het verbod als bedoeld in 29.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  1. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel die toebehoren tot het op de bestemming van de gronden gerichte normale onderhoud en beheer;
  2. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan, waarvoor ontheffing is verleend, zoals bedoeld in 29.5.1;
  3. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m²;
  4. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  5. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
  6. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 523 29.6 29.6 Wijziging dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' lid 4 NL.IMRO.s3129 NL.IMRO.s3130 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 524 29.6.1 29.6.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3141 NL.IMRO.s3143

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' op één of meerdere locaties te wijzigen, door het verwijderen van deze dubbelbestemming ter plaatse indien:

  1. uit archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse géén archeologische waarden aanwezig zijn en de gronden daarom géén bescherming behoeven;
  2. de archeologische waarden in voldoende mate zijn opgegraven en/of gedocumenteerd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 525 29.6.2 29.6.2 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3141 NL.IMRO.s3142

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 29.6.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeoloog conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA..

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 526 artikel 30 Artikel 30 Waterstaat - Waterkering (dubbelbestemming) artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s3155 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 527 30.1 30.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3144 NL.IMRO.s3146

De voor Waterstaat-Waterkering aangewezen gronden zijn – bij wijze van dubbelbestemming - bestemd voor:

  1. waterstaatkundige doeleinden, in het bijzonder de bescherming, het keren van water door dijken en kaden en het in standhouden en het onderhoud van die dijken en kaden;
  2. waterstaatkundige voorzieningen ten behoeve van de waterkering;
  3. dijksloten en watersystemen als fysiek systeem van waterlopen en andere met de waterhuishouding samenhangende voorzieningen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 528 30.2 30.2 Regel vanwege samenvallende bestemmingen lid 4 NL.IMRO.s3144 NL.IMRO.s3147 NL.IMRO.s3145

Waar een basisbestemming samenvalt met een dubbelbestemming, zoals aangegeven, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.
De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn uitsluitend van toepassing/toelaatbaar voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming en het voor zover zulks, gehoord de beheerder van de waterkering, verenigbaar is met het belang van de waterkering/het waterstaatsbelang.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 529 30.3 30.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3144 NL.IMRO.s3150 NL.IMRO.s3145 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 530 30.3.1 30.3.1 Bouwen algemeen sublid 5 NL.IMRO.s3147 NL.IMRO.s3149

Op de gronden mogen ten behoeve van de bestemming, zoals bedoeld in 30.1, geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 531 30.3.2 30.3.2 Bouwen bijzonder sublid 5 NL.IMRO.s3147 NL.IMRO.s3148

Ten behoeve van andere voor deze gronden geldende bestemmingen mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 532 30.4 30.4 Ontheffing van de bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3144 NL.IMRO.s3151 NL.IMRO.s3145

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 30.3 en toestaan dat in de andere bestemming wordt gebouwd, mits:

  1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering;
  2. het waterstaatsbelang niet onevenredig wordt geschaad;
  3. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende waterkering.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 533 30.5 30.5 Aanlegvergunning lid 4 NL.IMRO.s3144 NL.IMRO.s3145 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 534 30.5.1 30.5.1 Verbod sublid 5 NL.IMRO.s3151 NL.IMRO.s3153

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waterstaat - Waterkering zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  1. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen;
  2. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  3. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  4. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen;
  5. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 535 30.5.2 30.5.2 Uitzondering sublid 5 NL.IMRO.s3151 NL.IMRO.s3154 NL.IMRO.s3152

Het verbod als bedoeld in 30.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 536 30.5.3 30.5.3 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3151 NL.IMRO.s3152

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 30.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:

  1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering/het waterstaatsbelang;
  2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de waterkering.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 537 artikel 31 Artikel 31 Waterstaat - Waterloop (dubbelbestemming) artikel 3 NL.IMRO.s2838 NL.IMRO.s2839 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 538 31.1 31.1 Bestemmingsomschrijving lid 4 NL.IMRO.s3155 NL.IMRO.s3157

De voor 'Waterstaat - Waterloop' aangeduide gronden, zijn – bij wijze van dubbelbestemming - naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming, tevens bestemd voor de bescherming, het beheer en het onderhoud van een watergang met de daarbij behorende oevers.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 539 31.2 31.2 Regels vanwege samenvallende bestemmingen lid 4 NL.IMRO.s3155 NL.IMRO.s3158 NL.IMRO.s3156

Waar een basisbestemming samenvalt met een dubbelbestemming, zoals hiervoor aangegeven, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.
De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 540 31.3 31.3 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3155 NL.IMRO.s3159 NL.IMRO.s3156

Op de gronden als bedoeld in 31.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van:

  1. bouwwerken waarvoor vergunning is verleend door de beheersinstantie van de watergang;
  2. bouwwerken waartegen de Keur van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard zich niet verzet;
  3. bouwwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige doeleinden, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 541 31.4 31.4 Aanlegvergunning lid 4 NL.IMRO.s3155 NL.IMRO.s3156 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 542 31.4.1 31.4.1 Verbod sublid 5 NL.IMRO.s3159 NL.IMRO.s3161

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming leidingen zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) en keurontheffing de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  1. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de gronden;
  2. het aanleggen en verharden van bedrijfswegen, paden en andere oppervlakteverhardingen;
  3. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verbandhoudende constructies.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 543 31.4.2 31.4.2 Uitzondering sublid 5 NL.IMRO.s3159 NL.IMRO.s3162 NL.IMRO.s3160

Het verbod als bedoeld in 31.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 544 31.4.3 31.4.3 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3159 NL.IMRO.s3160

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 31.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:

  1. daardoor geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de belangen van de watergang c.q. waterhuishouding;
  2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheersinstantie van de watergang.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 545 hoofdstuk 3 Hoofdstuk 3 Algemene regels hoofdstuk 2 NL.IMRO.s2601 NL.IMRO.s3351 NL.IMRO.s2602

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 546 artikel 32 Artikel 32 Milieuzone artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3174 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 547 32.1 32.1 Milieuhinder van bestaande bedrijven lid 4 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.s3169 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 548 32.1.1 32.1.1 Milieuhindercontouren sublid 5 NL.IMRO.s3165 NL.IMRO.s3167

Bij de uitvoering van het plan en toepassing van regels als opgenomen in hoofdstuk 2 dienen de milieuhinder contouren van de bestaande bedrijven, weergegeven met de gebiedsaanduiding 'milieuzone', in acht genomen te worden, in die zin dat milieuhinder gevoelige objecten of functies niet binnen deze contouren mogen worden gerealiseerd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 549 32.1.2 32.1.2 Ontheffing sublid 5 NL.IMRO.s3165 NL.IMRO.s3168 NL.IMRO.s3166

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 32.1.1 voor het realiseren van milieuhinder gevoelige functies binnen de hiervoor bedoelde contouren, indien – als gevolg van het treffen van maatregelen of anderszins – is komen vast te staan dat ter plaatse geen sprake meer is van in planologisch opzicht relevante milieuhinder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 550 32.1.3 32.1.3 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3165 NL.IMRO.s3166

Bij de beoordeling van het ontheffingsverzoek als bedoeld in 32.1.2 laten burgemeester en wethouders zich adviseren door een deskundige van de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 551 32.2 32.2 Wijziging 'milieuzone' lid 4 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.s3165 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 552 32.2.1 32.2.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3169 NL.IMRO.s3171

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het plan te wijzigen, door de gebiedsaanduiding 'milieuzone' te verkleinen of te verwijderen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 553 32.2.2 32.2.2 Verwijdering zone sublid 5 NL.IMRO.s3169 NL.IMRO.s3172 NL.IMRO.s3170

De zone mag alleen worden verwijderd als de relevante inrichting als zodanig blijvend is beëindigd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 554 32.2.3 32.2.3 Verkleining zone sublid 5 NL.IMRO.s3169 NL.IMRO.s3173 NL.IMRO.s3170

De zone mag alleen worden verkleind:

  1. als door reducerende maatregelen of blijvende gewijzigde verandering in de bedrijfsvoering de hinder zodanig verandert dat de milieuzone niet meer de werkelijke situatie representeert of zal representeren;
  2. als door een veranderde wettelijke normstelling een andere milieucontour alsnog aanvaardbaar moet worden geacht.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 555 32.2.4 32.2.4 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3169 NL.IMRO.s3170

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 32.2.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 556 artikel 33 Artikel 33 Veiligheidszone - bevi - risicozone artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3185 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 557 33.1 33.1 Veiligheidszone lid 4 NL.IMRO.s3174 NL.IMRO.s3176

De voor 'veiligheidszone - bevi - risicozone' aangeduide gronden zijn – naast de voor die gronden van toepassing zijnde basisbestemming en eventuele andere dubbelbestemmingen – aangewezen om:

  • de vestiging van bijzonder kwetsbare objecten tegen te gaan;
  • (beperkt) kwetsbare objecten aan het plaatsgebonden risico te toetsen;
  • een toename van het groepsrisico beperkt te houden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 558 33.2 33.2 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3174 NL.IMRO.s3179 NL.IMRO.s3175 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 559 33.2.1 33.2.1 Bouwregels algemeen sublid 5 NL.IMRO.s3176 NL.IMRO.s3178

Milieugevoelige nieuwe bijzonder kwetsbare objecten zijn, in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, niet toegestaan op de gronden met de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone – bevi - risicozone'.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 560 33.2.2 33.2.2 Bouwregels bijzonder sublid 5 NL.IMRO.s3176 NL.IMRO.s3177

Nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten, niet zijnde bijzonder kwetsbare objecten, mogen in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, slechts worden gerealiseerd na het toetsen aan het plaatsgebonden risico en het verantwoorden van het groepsrisico.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 561 33.3 33.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3174 NL.IMRO.s3180 NL.IMRO.s3175

Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend, het gebruik van niet (beperkt) kwetsbare objecten als (beperkt) kwetsbare objecten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 562 33.4 33.4 Wijziging 'veiligheidszone bevi risicozone' lid 4 NL.IMRO.s3174 NL.IMRO.s3175 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 563 33.4.1 33.4.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3180 NL.IMRO.s3182

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het plan te wijzigen, door de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone – bevi - risicozone' te verkleinen of te verwijderen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 564 33.4.2 33.4.2 Verwijdering zone sublid 5 NL.IMRO.s3180 NL.IMRO.s3183 NL.IMRO.s3181

De zone mag alleen worden verwijderd als de externe veiligheid (EV) relevante inrichting als zodanig blijvend is beëindigd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 565 33.4.3 33.4.3 Verkleining zone sublid 5 NL.IMRO.s3180 NL.IMRO.s3184 NL.IMRO.s3181

De zone mag alleen worden verkleind:

  1. als door risicoreducerende maatregelen of veranderingen in de gesteldheid van de omgeving het risico zodanig verandert dat het de veiligheidszone niet meer de werkelijke situatie representeert of zal representeren;
  2. om de risicozone met de nieuwe werkelijke situatie in overeenstemming te brengen;
  3. als uit onderzoek blijkt dat na aanpassing van de zone, vanwege de externe veiiligheid (EV) relevante inrichting, geen significante toename van het groepsrisico kan optreden door (beperkt) kwetsbare objecten die gerealiseerd kunnen worden door verkleining van de zone.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 566 33.4.4 33.4.4 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3180 NL.IMRO.s3181

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 33.4.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 567 artikel 34 Artikel 34 Veiligheidszone - leiding - brandstof - risicozone 1 artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3196 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 568 34.1 34.1 Veiligheidszone lid 4 NL.IMRO.s3185 NL.IMRO.s3187

De gronden binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding - brandstof - risicozone 1' zijn – naast voor de voor die gronden van toepassing zijnde basisbestemming en andere dubbelbestemmingen – tevens aangewezen om de vestiging van bijzonder kwetsbare objecten tegen te gaan en om een toename van het groepsrisico beperkt te houden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 569 34.2 34.2 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3185 NL.IMRO.s3190 NL.IMRO.s3186 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 570 34.2.1 34.2.1 Bouwregels algemeen sublid 5 NL.IMRO.s3187 NL.IMRO.s3189

Milieugevoelige nieuwe bijzonder kwetsbare objecten zijn niet toegestaan op de gronden aangewezen als 'veiligheidszone - leiding - risicozone 1'.

(Beperkt) kwetsbare objecten, niet zijnde zeer kwetsbare objecten, mogen slechts worden gerealiseerd na het verantwoorden van het groepsrisico.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 571 34.2.2 34.2.2 Bouwregels bijzonder sublid 5 NL.IMRO.s3187 NL.IMRO.s3188

Milieugevoelige nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten, niet zijnde zeer kwetsbare objecten, mogen slechts worden gerealiseerd na het verantwoorden van het groepsrisico.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 572 34.3 34.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3185 NL.IMRO.s3191 NL.IMRO.s3186

Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend, het gebruik van (beperkt) kwetsbare objecten als bijzonder kwetsbare objecten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 573 34.4 34.4 Wijziging 'veiligheidszone - leiding - brandstof - risicozone 1' lid 4 NL.IMRO.s3185 NL.IMRO.s3186 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 574 34.4.1 34.4.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3191 NL.IMRO.s3193

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het plan te wijzigen, door de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding - brandstof - risicozone 1' te verkleinen of te verwijderen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 575 34.4.2 34.4.2 Verwijdering zone sublid 5 NL.IMRO.s3191 NL.IMRO.s3194 NL.IMRO.s3192

De zone mag alleen worden verwijderd als de externe veiligheid (EV) relevante leiding blijvend buiten gebruik is gesteld of vaststaat dat binnen een periode van twee jaar na vaststelling van de wijziging de leiding verwijderd zal worden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 576 34.4.3 34.4.3 Verkleining zone sublid 5 NL.IMRO.s3191 NL.IMRO.s3195 NL.IMRO.s3192

De zone mag alleen worden verkleind:

  1. als door risicoreducerende maatregelen of veranderingen in de gesteldheid van de omgeving die van invloed zijn op de spreiding van het risico het risico zodanig verandert dat het de veiligheidszone niet meer de werkelijke situatie representeert of zal representeren;
  2. om de veiligheidszone met de nieuwe werkelijke situatie in overeenstemming te brengen;
  3. als uit onderzoek blijkt dat na aanpassing van de zone het groepsrisico niet significant zal toenemen door de mogelijkheid van extra (beperkt) kwetsbare objecten te realiseren als gevolg van verkleining van de zone.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 577 34.4.4 34.4.4 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3191 NL.IMRO.s3192

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 34.4.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 578 artikel 35 Artikel 35 Veiligheidszone - leiding - brandstof - risicozone 2 artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3205 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 579 35.1 35.1 Veiligheidszone lid 4 NL.IMRO.s3196 NL.IMRO.s3198

De voor 'veiligheidszone - leiding - brandstof - risicozone 2' aangeduide gronden zijn – naast voor de voor die gronden van toepassing zijnde basisbestemming en andere dubbelbestemmingen – aangewezen om een toename van het groepsrisico beperkt te houden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 580 35.2 35.2 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3196 NL.IMRO.s3199 NL.IMRO.s3197

Milieugevoelige nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten op de gronden aangewezen als 'veiligheidszone - leiding - brandstof - risicozone 2', mogen slechts worden gerealiseerd na het verantwoorden van het groepsrisico.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 581 35.3 35.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3196 NL.IMRO.s3200 NL.IMRO.s3197

Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend, het gebruik van (beperkt) kwetsbare objecten als bijzonder kwetsbare objecten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 582 35.4 35.4 Wijziging 'veiligheidszone - leiding - brandstof - risicozone 2' lid 4 NL.IMRO.s3196 NL.IMRO.s3197 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 583 35.4.1 35.4.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3200 NL.IMRO.s3202

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het plan te wijzigen, door de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding - brandstof - risicozone 2' te verkleinen of te verwijderen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 584 35.4.2 35.4.2 Verwijdering zone sublid 5 NL.IMRO.s3200 NL.IMRO.s3203 NL.IMRO.s3201

De zone mag alleen worden verwijderd als de externe veiligheid (EV) relevante leiding als zodanig blijvend buiten gebruik is gesteld of vaststaat dat binnen een periode van twee jaar na vaststelling van de wijziging de leiding verwijderd zal worden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 585 35.4.3 35.4.3 Verkleining zone sublid 5 NL.IMRO.s3200 NL.IMRO.s3204 NL.IMRO.s3201

De zone mag alleen worden verkleind:

  1. als door risicoreducerende maatregelen of veranderingen in de gesteldheid van de omgeving die van invloed zijn op de spreiding van het risico het risico zodanig verandert dat het de veiligheidszone niet meer de werkelijke situatie representeert of zal representeren;
  2. om de veiligheidszone met de nieuwe werkelijke situatie in overeenstemming te brengen;
  3. als uit onderzoek blijkt dat na aanpassing van de zone het groepsrisico niet significant zal kunnen toenemen door de mogelijkheid van extra (beperkt) kwetsbare objecten te realiseren als gevolg van verkleining van de zone.

 

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 586 35.4.4 35.4.4 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3200 NL.IMRO.s3201

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 35.4.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 587 artikel 36 Artikel 36 Veiligheidszone - leiding - gas 1 artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3214 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 588 36.1 36.1 Veiligheidszone lid 4 NL.IMRO.s3205 NL.IMRO.s3207

De gronden binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding - gas 1' zijn – naast voor de voor die gronden van toepassing zijnde basisbestemming en andere dubbelbestemmingen – tevens aangewezen om de vestiging van (beperkt of bijzonder) kwetsbare objecten/functies welke voorzien in een regelmatig verblijf van personen tegen te gaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 589 36.2 36.2 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3205 NL.IMRO.s3208 NL.IMRO.s3206

Milieugevoelige nieuwe (beperkt of bijzonder) kwetsbare objecten zijn niet toegestaan op de gronden aangewezen als 'veiligheidszone - leiding - gas 1'.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 590 36.3 36.3 Ontheffing van de bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3205 NL.IMRO.s3211 NL.IMRO.s3206 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 591 36.3.1 36.3.1 Ontheffing sublid 5 NL.IMRO.s3208 NL.IMRO.s3210

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 36.2.1 voor de bouw van beperkt kwetsbare objecten binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone – leiding - gas 1' indien op grond van technische, planologische, bedrijfseconomische en/of bedrijfsdoelmatige redenen vestiging van beperkt kwetsbare objecten binnen de in 36.1 juncto 36.2.1 bedoelde zone gewenst of noodzakelijk is

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 592 36.3.2 36.3.2 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3208 NL.IMRO.s3209

Alvorens ontheffing te verlenen met betrekking tot de veiligheidsaspecten dient door burgemeester en wethouders advies te worden ingewonnen bij (onder meer) de leidingbeheerder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 593 36.4 36.4 Wijziging – 'veiligheidszone - leiding - gas 1' lid 4 NL.IMRO.s3205 NL.IMRO.s3206 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 594 36.4.1 36.4.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3211 NL.IMRO.s3213

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het plan te wijzigen, door:

  1. de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding - gas 1' te verkleinen of te verwijderen;

en/of

  1. de bepalingen in dit artikel aan te passen;

indien:

  1. dit gewenst is in verband met een gewijzigde situering van de bijbehorende leiding en/of andere fysieke maatregelen die een aanpassing/bijstelling van de veiligheidszone rechtvaardigt
  2. nieuwe (landelijke) regelgeving inzake veiligheidsaspecten in zones ter weerszijden van de leidingen hiertoe aanleiding geven.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 595 36.4.2 36.4.2 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3211 NL.IMRO.s3212

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 36.4.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij onder meer de leidingbeheerder of de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 596 artikel 37 Artikel 37 Veiligheidszone - leiding - gas 2 artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3223 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 597 37.1 37.1 Veiligheidszone lid 4 NL.IMRO.s3214 NL.IMRO.s3216

De gronden binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding - gas 2' zijn – naast voor de voor die gronden van toepassing zijnde basisbestemming en andere dubbelbestemmingen – tevens aangewezen om de vestiging van beperkt of bijzonder kwetsbare objecten/functies welke voorzien in een regelmatig verblijf van personen tegen te gaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 598 37.2 37.2 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3214 NL.IMRO.s3217 NL.IMRO.s3215

Milieugevoelige nieuwe beperkt of bijzonder kwetsbare objecten zijn niet toegestaan op de gronden aangewezen als 'veiligheidszone – leiding - gas 2'.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 599 37.3 37.3 Ontheffing van de bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3214 NL.IMRO.s3220 NL.IMRO.s3215 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 600 37.3.1 37.3.1 Ontheffing sublid 5 NL.IMRO.s3217 NL.IMRO.s3219

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 37.2 voor de bouw van beperkt of bijzonder kwetsbare objecten binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone – leiding – gas 2' indien op grond van technische, planologische, bedrijfseconomische en/of bedrijfsdoelmatige redenen vestiging van kwetsbare objecten binnen de in 37.2 bedoelde zone gewenst of noodzakelijk is

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 601 37.3.2 37.3.2 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3217 NL.IMRO.s3218

Alvorens ontheffing te verlenen met betrekking tot de veiligheidsaspecten dient door burgemeester en wethouders advies te worden ingewonnen bij (onder meer) de leidingbeheerder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 602 37.4 37.4 Wijziging 'veiligheidszone - leiding - gas 2' lid 4 NL.IMRO.s3214 NL.IMRO.s3215 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 603 37.4.1 37.4.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3220 NL.IMRO.s3222

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het plan te wijzigen, door:

  1. de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone – leiding - gas 2' te verkleinen of te verwijderen;

en/of

  1. de bepalingen in dit artikel aan te passen;

indien:

  1. dit gewenst is in verband met een gewijzigde situering van de bijbehorende leiding en/of andere fysieke maatregelen die een aanpassing/bijstelling van de veiligheidszone rechtvaardigt
  2. nieuwe (landelijke) regelgeving inzake veiligheidsaspecten in zones ter weerszijden van de leidingen hiertoe aanleiding geven.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 604 37.4.2 37.4.2 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3220 NL.IMRO.s3221

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 37.4.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij onder meer de leidingbeheerder of de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 605 artikel 38 Artikel 38 Veiligheidszone - leiding - gas - risicozone 1 artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3234 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 606 38.1 38.1 Veiligheidszone lid 4 NL.IMRO.s3223 NL.IMRO.s3225

De gronden binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding – gas - risicozone 1' zijn – naast voor de voor die gronden van toepassing zijnde basisbestemming en andere dubbelbestemmingen – tevens aangewezen om de vestiging van bijzonder kwetsbare objecten tegen te gaan en om een toename van het groepsrisico beperkt te houden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 607 38.2 38.2 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3223 NL.IMRO.s3228 NL.IMRO.s3224 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 608 38.2.1 38.2.1 Bouwregels algemeen sublid 5 NL.IMRO.s3225 NL.IMRO.s3227

Milieugevoelige nieuwe bijzonder kwetsbare objecten zijn niet toegestaan op de gronden aangewezen als 'veiligheidszone - leiding - gas - risicozone 1'.
(Beperkt) kwetsbare objecten, niet zijnde zeer kwetsbare objecten, mogen slechts worden gerealiseerd na het verantwoorden van het groepsrisico.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 609 38.2.2 38.2.2 Bouwregels bijzonder sublid 5 NL.IMRO.s3225 NL.IMRO.s3226

Milieugevoelige nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten, niet zijnde zeer kwetsbare objecten, mogen slechts worden gerealiseerd na het verantwoorden van het groepsrisico.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 610 38.3 38.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3223 NL.IMRO.s3229 NL.IMRO.s3224

Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend, het gebruik van (beperkt) kwetsbare objecten als bijzonder kwetsbare objecten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 611 38.4 38.4 Wijziging 'veiligheidszone - leiding - gas - risicozone 1' lid 4 NL.IMRO.s3223 NL.IMRO.s3224 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 612 38.4.1 38.4.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3229 NL.IMRO.s3231

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het plan te wijzigen, door de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding - gas - risicozone 1' te verkleinen of te verwijderen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 613 38.4.2 38.4.2 Verwijderijng zone sublid 5 NL.IMRO.s3229 NL.IMRO.s3232 NL.IMRO.s3230

De zone mag alleen worden verwijderd als de externe veiligheid (EV) relevante leiding blijvend buiten gebruik is gesteld of vaststaat dat binnen een periode van twee jaar na vaststelling van de wijziging de leiding verwijderd zal worden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 614 38.4.3 38.4.3 Verkleining zone sublid 5 NL.IMRO.s3229 NL.IMRO.s3233 NL.IMRO.s3230

De zone mag alleen worden verkleind:

  1. als door risicoreducerende maatregelen of veranderingen in de gesteldheid van de omgeving die van invloed zijn op de spreiding van het risico het risico zodanig verandert dat het de veiligheidszone niet meer de werkelijke situatie representeert of zal representeren;
  2. om de veiligheidszone met de nieuwe werkelijke situatie in overeenstemming te brengen;
  3. als uit onderzoek blijkt dat na aanpassing van de zone het groepsrisico niet significant zal toenemen door de mogelijkheid van extra (beperkt) kwetsbare objecten te realiseren als gevolg van verkleining van de zone.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 615 38.4.4 38.4.4 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3229 NL.IMRO.s3230

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 38.4.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 616 artikel 39 Artikel 39 Veiligheidszone - leiding - gas - risicozone 2 artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3243 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 617 39.1 39.1 Veiligheidszone lid 4 NL.IMRO.s3234 NL.IMRO.s3236

De voor 'veiligheidszone - leiding - gas - risicozone 2' aangeduide gronden zijn – naast voor de voor die gronden van toepassing zijnde basisbestemming en andere dubbelbestemmingen – aangewezen om een toename van het groepsrisico beperkt te houden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 618 39.2 39.2 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3234 NL.IMRO.s3237 NL.IMRO.s3235

Milieugevoelige nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten op de gronden aangewezen als 'veiligheidszone - leiding - gas - risicozone 2', mogen slechts worden gerealiseerd na het verantwoorden van het groepsrisico.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 619 39.3 39.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3234 NL.IMRO.s3238 NL.IMRO.s3235

Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend, het gebruik van (beperkt) kwetsbare objecten als bijzonder kwetsbare objecten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 620 39.4 39.4 Wijziging 'veiligheidszone - leiding - gas - risicozone 2' lid 4 NL.IMRO.s3234 NL.IMRO.s3235 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 621 39.4.1 39.4.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3238 NL.IMRO.s3240

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het plan te wijzigen, door de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding - gas - risicozone 2' te verkleinen of te verwijderen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 622 39.4.2 39.4.2 Verwijdering zone sublid 5 NL.IMRO.s3238 NL.IMRO.s3241 NL.IMRO.s3239

De zone mag alleen worden verwijderd als de externe veiligheid (EV) relevante leiding als zodanig blijvend buiten gebruik is gesteld of vaststaat dat binnen een periode van twee jaar na vaststelling van de wijziging de leiding verwijderd zal worden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 623 39.4.3 39.4.3 Verkleining zone sublid 5 NL.IMRO.s3238 NL.IMRO.s3242 NL.IMRO.s3239

De zone mag alleen worden verkleind:

  1. als door risicoreducerende maatregelen of veranderingen in de gesteldheid van de omgeving die van invloed zijn op de spreiding van het risico het risico zodanig verandert dat het de veiligheidszone niet meer de werkelijke situatie representeert of zal representeren;
  2. om de veiligheidszone met de nieuwe werkelijke situatie in overeenstemming te brengen;
  3. als uit onderzoek blijkt dat na aanpassing van de zone het groepsrisico niet significant zal kunnen toenemen door de mogelijkheid van extra (beperkt) kwetsbare objecten te realiseren als gevolg van verkleining van de zone.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 624 39.4.4 39.4.4 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3238 NL.IMRO.s3239

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 39.4.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 625 artikel 40 Artikel 40 Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen - weg - risicozone 1 artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3254 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 626 40.1 40.1 Veiligheidszone lid 4 NL.IMRO.s3243 NL.IMRO.s3245

De voor 'veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen - weg - risicozone 1' aangeduide gronden zijn – naast voor de voor die gronden van toepassing zijnde basisbestemming en andere dubbelbestemmingen – aangewezen om:

  1. de vestiging van bijzonder kwetsbare objecten tegen te gaan;
  2. (beperkt) kwetsbare objecten aan het plaatsgebonden risico te toetsen
  3. een toename van het groepsrisico beperkt houden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 627 40.2 40.2 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3243 NL.IMRO.s3248 NL.IMRO.s3244 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 628 40.2.1 40.2.1 Bouwregels algemeen sublid 5 NL.IMRO.s3245 NL.IMRO.s3247

Milieugevoelige nieuwe bijzonder kwetsbare objecten zijn niet toegestaan op de gronden aangewezen als 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen - weg - risicozone 1'.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 629 40.2.2 40.2.2 Bouwregels bijzonder sublid 5 NL.IMRO.s3245 NL.IMRO.s3246

Milieugevoelige nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten, niet zijnde bijzonder kwetsbare objecten, mogen slechts worden gerealiseerd na het toetsen aan het plaatsgebonden risico en het verantwoorden van het groepsrisico.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 630 40.3 40.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3243 NL.IMRO.s3249 NL.IMRO.s3244

Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend, het gebruik van (beperkt) kwetsbare objecten als bijzonder kwetsbare objecten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 631 40.4 40.4 Wijziging – 'veiligheidszone vervoer gevaarlijke stoffen risicozone 1' lid 4 NL.IMRO.s3243 NL.IMRO.s3244 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 632 40.4.1 40.4.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3249 NL.IMRO.s3251

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het plan te wijzigen, door de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen - risicozone 1' te verkleinen of te verwijderen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 633 40.4.2 40.4.2 Verwijdering zone sublid 5 NL.IMRO.s3249 NL.IMRO.s3252 NL.IMRO.s3250

De zone mag alleen worden verwijderd als de externe veiligheid (EV) relevante transporten als zodanig blijvend zijn beëindigd of als in redelijkheid kan worden aangenomen dat de transporten op jaarbasis zodanig blijvend zullen afnemen dat het groepsrisico niet groter dan 0,1 x de oriëntatiewaarde zal worden of als door risicobeperkende maatregelen aan de externe veiligheid (EV) relevante transporten in redelijkheid kan worden aangenomen dat het groepsrisico niet groter dan 0,1 x de oriëntatiewaarde zal worden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 634 40.4.3 40.4.3 Verkleining zone sublid 5 NL.IMRO.s3249 NL.IMRO.s3253 NL.IMRO.s3250

De zone mag alleen worden verkleind:

  1. als door risicoreducerende maatregelen of veranderingen in de gesteldheid van de omgeving het risico zodanig verandert dat het de risicozone niet meer de werkelijke situatie representeert of zal representeren;
  2. om de risicozone met de nieuwe werkelijke situatie in overeenstemming te brengen;
  3. als uit onderzoek blijkt dat na aanpassing van de zone, vanwege de externe veiligheid (EV) relevante transporten, geen significante toename van het groepsrisico zal kunnen optreden door (beperkt) kwetsbare objecten die gerealiseerd kunnen worden door verkleining van de zone.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 635 40.4.4 40.4.4 Adveis sublid 5 NL.IMRO.s3249 NL.IMRO.s3250

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 40.4.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 636 artikel 41 Artikel 41 Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen - weg - risicozone 2 artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3255 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 637 41.1 41.1 Veiligheidszone lid 4 NL.IMRO.s3254 NL.IMRO.s3257

De voor 'Veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen - weg - risicozone 2' aangewezen gronden zijn – naast voor de voor die gronden aangewezen basisbestemming en andere dubbelbestemmingen – aangewezen om een toename van het groepsrisico beperkt te houden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 638 41.2 41.2 Bouwregels lid 4 NL.IMRO.s3254 NL.IMRO.s3258 NL.IMRO.s3256

Milieugevoelige nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten, mogen slechts worden gerealiseerd na het verantwoorden van het groepsrisico.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 639 41.3 41.3 Gebruiksregels lid 4 NL.IMRO.s3254 NL.IMRO.s3259 NL.IMRO.s3256

Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend, het gebruik van (beperkt) kwetsbare objecten als bijzonder kwetsbare objecten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 640 41.4 41.4 Wijziging 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen - weg - risicozone 2' lid 4 NL.IMRO.s3254 NL.IMRO.s3256 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 641 41.4.1 41.4.1 Wijziging sublid 5 NL.IMRO.s3259 NL.IMRO.s3261

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) het plan te wijzigen, door de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen - weg - risicozone 2' te verkleinen of te verwijderen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 642 41.4.2 41.4.2 Verwijdering zone sublid 5 NL.IMRO.s3259 NL.IMRO.s3262 NL.IMRO.s3260

De zone mag alleen worden verwijderd als de externe veiligheid (EV) relevante transporten als zodanig blijvend zijn beëindigd of als in redelijkheid kan worden aangenomen dat de transporten op jaarbasis zodanig blijvend zullen afnemen dat het groepsrisico niet groter dan 0,1 x de oriëntatiewaarde zal worden of als door risicobeperkende maatregelen aan de externe veiligheid (EV) relevante transporten in redelijkheid kan worden aangenomen dat het groepsrisico niet groter dan 0,1 x de oriëntatiewaarde zal worden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 643 41.4.3 41.4.3 Verkleining zone sublid 5 NL.IMRO.s3259 NL.IMRO.s3263 NL.IMRO.s3260

De zone mag alleen worden verkleind:

  1. als door risicoreducerende maatregelen of veranderingen in de gesteldheid van de omgeving het risico zodanig verandert dat het de risicozone niet meer de werkelijke situatie representeert of zal representeren;
  2. om de risicozone met de nieuwe werkelijke situatie in overeenstemming te brengen;
  3. als uit onderzoek blijkt dat na aanpassing van de zone, vanwege de externe veiligheid (EV) relevante transporten, geen significante toename van het groepsrisico zal kunnen optreden door (beperkt) kwetsbare objecten die gerealiseerd kunnen worden door verkleining van de zone.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 644 41.4.4 41.4.4 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3259 NL.IMRO.s3260

Alvorens toepassing te geven aan de bepaling 41.4.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Milieudienst Midden Holland.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 645 artikel 42 Artikel 42 Vrijwaringszone weg artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3266 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 646 42.1 42.1 Vrijwaringszone weg lid 4 NL.IMRO.s3255 NL.IMRO.s3265

Binnen de aanduiding 'vrijwaringszone weg' mogen geen andere bouwwerken worden gebouwd dan bouwwerken ten behoeve van het wegverkeer.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 647 42.2 42.2 Ontheffing lid 4 NL.IMRO.s3255 NL.IMRO.s3264

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 42.1 voor de bouw van bouwwerken die zijn toegestaan op basis van de aan de gronden gegeven bestemming, mits geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van het wegverkeer.
Daartoe wordt vooraf advies ingewonnen bij de wegbeheerder.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 648 artikel 43 Artikel 43 Vrijwaringszone spoor artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3269 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 649 43.1 43.1 Vrijwaringszone spoor lid 4 NL.IMRO.s3266 NL.IMRO.s3268

Binnen de aanduiding 'vrijwaringszone spoor' mogen geen andere bouwwerken worden gebouwd dan bouwwerken ten behoeve van het railverkeer.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 650 43.2 43.2 Ontheffing lid 4 NL.IMRO.s3266 NL.IMRO.s3267

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 43.1 voor de bouw van bouwwerken die zijn toegestaan op basis van de aan de gronden gegeven bestemming, mits geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van het railverkeer.
Daartoe wordt vooraf advies ingewonnen bij de beheerder van het spoor.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 651 artikel 44 Artikel 44 Anti-dubbeltelbepaling artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3270 NL.IMRO.s3164

Grond, die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 652 artikel 45 Artikel 45 Algemene bouwregels artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3292 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 653 45.1 45.1 Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen lid 4 NL.IMRO.s3270 NL.IMRO.s3272

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens de bestemmingsregels in hoofdstuk 2 alsmede de in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 654 45.2 45.2 Ondergrondse werken lid 4 NL.IMRO.s3270 NL.IMRO.s3274 NL.IMRO.s3271 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 655 45.2.1 45.2.1 Bouwen ondergronds sublid 5 NL.IMRO.s3272

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, die niet aangemerkt kunnen of zullen worden als woonruimten/-vertrekken, gelden voor zover in de bestemmingsregels als bedoeld in hoofdstuk 2 hieraan geen basiseisen zijn geformuleerd, de volgende bepalingen:

  1. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  2. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²;
  3. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding (bergbassin) of gietwaterbassin tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden;
  4. bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen;
  5. in aanvulling op het bepaalde in sub a en sub b is maximaal één niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden:
  1. een zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of achtergevellijn en op een afstand van ten minste 3 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens;
  2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen in acht wordt genomen;
  3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut;
  4. per perceel mag maximaal 1 zwembad worden gebouwd;
  5. bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 656 45.3 45.3 Ontheffing ondergrondse bouwwerken lid 4 NL.IMRO.s3270 NL.IMRO.s3277 NL.IMRO.s3271 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 657 45.3.1 45.3.1 Voorwaarden sublid 5 NL.IMRO.s3274 NL.IMRO.s3276

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in .2.1, sub c voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat:

  1. de waterhuishouding niet wordt verstoord;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 658 45.3.2 45.3.2 Advies sublid 5 NL.IMRO.s3274 NL.IMRO.s3275

Voorafgaande aan het verlenen van ontheffing wordt advies ingewonnen bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 659 45.4 45.4 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten lid 4 NL.IMRO.s3270 NL.IMRO.s3281 NL.IMRO.s3271 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 660 45.4.1 45.4.1 Maximale maatvoering sublid 5 NL.IMRO.s3277 NL.IMRO.s3279

In die gevallen dat afstanden tot en/of bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 661 45.4.2 45.4.2 Minimale maatvoering sublid 5 NL.IMRO.s3277 NL.IMRO.s3280 NL.IMRO.s3278

In die gevallen dat afstanden tot en/of bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 662 45.4.3 45.4.3 Heroprichting sublid 5 NL.IMRO.s3277 NL.IMRO.s3278

In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 45.4.1 en 45.4.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 663 45.5 45.5 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening lid 4 NL.IMRO.s3270 NL.IMRO.s3282 NL.IMRO.s3271

De regels van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9, lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen:

  1. de richtlijnen voor het verlenen van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen;
  2. de parkeernormen;
  3. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer;
  4. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;
  5. de parkeergelegenheid en de laad- en losmogelijkheden;
  6. de ruimte tussen bouwwerken ter waarborging van de lichttoetreding van bestaande gebouwen en bestaande erven;
  7. het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 664 45.6 45.6 Vloerpeilen lid 4 NL.IMRO.s3270 NL.IMRO.s3283 NL.IMRO.s3271

Ter bescherming van nieuwe gebouwen gelden, in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, de volgende bepalingen:

  1. ter voorkoming van wateroverlast dient het vloerpeil van de bebouwing te liggen op een hoogte van 1,20 meter boven zowel het door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard gehanteerde zomerpeil als toekomstige peil in het/de peilgebied(en) binnen dit plan;
  2. in het belang van de waterveiligheid binnen het plangebied mag de aanleghoogte van woonbebouwing niet minder bedragen dan NAP –5,00 meter;
  3. in afwijking van het bepaalde in sub b mogen ruimten die volgens de wettelijke regelingen niet aangemerkt kunnen of zullen worden als woonruimten/-vertrekken zich onder het NAP –5,00 meter niveau bevinden;
  4. in afwijking van het bepaalde in sub b kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor een afwijkende normering mits de waterveiligheid is gewaarborgd en vooraf het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard schriftelijk heeft ingestemd met een afwijkende normering.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 665 45.7 45.7 Overschrijding bouwgrenzen lid 4 NL.IMRO.s3270 NL.IMRO.s3284 NL.IMRO.s3271

De bouwgrenzen, niet zijde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van de verbeelding en de bepalingen in hoofdstuk 2, uitsluitend worden overschreden door:

  1. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 2,50 meter bedraagt;
  2. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt;
  3. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1 meter bedraagt.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 666 45.8 45.8 Afdekking lid 4 NL.IMRO.s3270 NL.IMRO.s3285 NL.IMRO.s3271

Voor zover in deze regels geen bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de afdekking van gebouwen, mogen deze gebouwen zowel met een kap als plat worden afgedekt.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 667 45.9 45.9 Dakterras lid 4 NL.IMRO.s3270 NL.IMRO.s3286 NL.IMRO.s3271

Ten behoeve van het realiseren van een dakterras is voor de daktoegang op het dak een gebouwde voorziening toegestaan, met een oppervlak van maximaal 4 m² en een hoogte van maximaal 3 meter.
Deze voorziening dient minimaal 1,50 meter uit de dakrand te liggen. Een hekwerk dient minimaal 1 meter uit de dakrand te staan met een hoogte van maximaal 1,50 meter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 668 45.10 45.10 Monumenten lid 4 NL.IMRO.s3270 NL.IMRO.s3271 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 669 45.10.1 45.10.1 Gemeentelijk monument sublid 5 NL.IMRO.s3286 NL.IMRO.s3288

Voor wat betreft de in het plangebied gesitueerde gemeentelijke monumenten met 'specifieke bouwaanduiding – gemeentelijk monument' geldt, in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, dat het bouwen zodanig plaats dient te vinden dat, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, de aanwezige uitwendige architectonische vormgeving, beeldbepalende karakter en de cultuurhistorische waarden, niet wezenlijk worden aangetast, tenzij het betreft herstel van de oorspronkelijke waarden en of het beeldbepalend karakter.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 670 45.10.2 45.10.2 Ontheffing sublid 5 NL.IMRO.s3286 NL.IMRO.s3289 NL.IMRO.s3287

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in 45.10.1 teneinde de bestaande bebouwing te vergroten en/of te veranderen, mits:

  1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarde van het pand gelet op:
  1. bouwmassa naar hoofdafmetingen onderlinge verhoudingen;
  2. dakvorm, nokrichting, dakhelling, dakoverstekken, goot- en daklijsten en schoorstenen;
  3. gevelindelingen naar ramen, deuren en erkers.
  1. burgemeester en wethouders zich schriftelijk laten adviseren door een deskundige op het gebied van de monumentenzorg bij de beoordeling van het ontheffingsverzoek;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 671 45.10.3 45.10.3 Verbod sublid 5 NL.IMRO.s3286 NL.IMRO.s3290 NL.IMRO.s3287

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de in 45.10.1, genoemde bebouwing geheel of gedeeltelijk af te breken c.q. te slopen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 672 45.10.4 45.10.4 Uitzondering sublid 5 NL.IMRO.s3286 NL.IMRO.s3291 NL.IMRO.s3287

Het in 45.10.3 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden, die:

  1. normaal onderhoud en beheer betreffen;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 673 45.10.5 45.10.5 Sloop sublid 5 NL.IMRO.s3286 NL.IMRO.s3287

Sloop als bedoeld in 45.10.3. is slechts toelaatbaar:

  1. ingeval van sloop van het gehele pand of object, dit gepaard gaat met herbouw van een vergelijkbaar pand of object, gelet op bouwmassa naar hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen, en gelet op dakvorm, nokrichting, dakoverstekken, goot-, daklijsten, schoorstenen en gevelindelingen door ramen, deuropeningen en erkers;
  2. ingeval van sloop van een gedeelte van het pand of object, het resterende gedeelte van het pand of object bescherming geniet, indien het te slopen gedeelte zelf niet beschermenswaardig is.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 674 artikel 46 Artikel 46 Bijzondere beperkende regels artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3299 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 675 46.1 46.1 Geluidzone langs verkeerswegen lid 4 NL.IMRO.s3292 NL.IMRO.s3296 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 676 46.1.1 46.1.1 Regelgeving sublid 5 NL.IMRO.s3293 NL.IMRO.s3295

Bij de uitvoering van het plan dienen voor het bouwen van woningen (nieuwbouw of herbouw) of andere geluidsgevoelige objecten de voorkeursgrenswaarde vanwege het wegverkeer, volgens het bepaalde in de Wet geluidhinder te worden gerespecteerd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 677 46.1.2 46.1.2 Afwijking sublid 5 NL.IMRO.s3293 NL.IMRO.s3294

In afwijking van het bepaalde in 46.1.1 mogen woningen en andere geluidsgevoelige objecten worden gerealiseerd, indien geheel of gedeeltelijk op de woningen of andere geluidsgevoelige objecten geen grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder van toepassing zijn (zoals bijvoorbeeld het geval is bij de z.g. 'dove gevel') dan wel een hogere grenswaarde is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag..

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 678 46.2 46.2 Geluidzone langs spoorwegen lid 4 NL.IMRO.s3292 NL.IMRO.s3293 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 679 46.2.1 46.2.1 Regelgeving sublid 5 NL.IMRO.s3296 NL.IMRO.s3298

Bij de uitvoering van het plan dienen voor het bouwen van woningen (nieuwbouw of herbouw) en de aanleg van geluidgevoelige terreinen de voorkeursgrenswaarden van 55 dB en voor de realisering van andere geluidgevoelige bestemmingen de voorkeursgrenswaarden van 53 dB vanwege het spoorwegverkeer te worden gerespecteerd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 680 46.2.2 46.2.2 Afwijking sublid 5 NL.IMRO.s3296 NL.IMRO.s3297

In afwijking van het bepaalde in 46.2.1 mogen woningen en andere geluidsgevoelige objecten worden gerealiseerd, indien geheel of gedeeltelijk op de woningen of andere geluidsgevoelige objecten geen grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder van toepassing zijn (zoals bijvoorbeeld het geval is bij de z.g. 'dove gevel') dan wel een hogere grenswaarde is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 681 artikel 47 Artikel 47 Andere wettelijk regelingen artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3301 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 682 47.1 47.1 Inwerkingtreding plan lid 4 NL.IMRO.s3299

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wetten, besluiten, verordeningen en andere regelingen, dienen deze wetten, besluiten, verordeningen en andere regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, tenzij het betreffende voorschrift expliciet anders bepaalt.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 683 artikel 48 Artikel 48 Nadere eisen artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3305 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 684 48.1 48.1 Nadere eisen lid 4 NL.IMRO.s3301 NL.IMRO.s3303

Burgemeester en wethouders kunnen, voor zover in de bestemmingsregels als bedoeld in hoofdstuk 2 basiseisen zijn geformuleerd, nadere eisen stellen aan:

  1. de bouwhoogte en/of de goothoogte van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde;
  2. de situering van gebouwen;
  3. de situering van bouwwerken, geen gebouwen;
  4. de situering van verlichting (bouwwerken, geen gebouwen zijnde) en het plaatsen van verlichting op of aan bouwwerken ter voorkoming van lichthinder/lichtverstoring;
  5. het aantal, de situering en omvang van parkeergelegenheid;
  6. de bebouwingsdichtheid;
  7. de situering van in- en uitritten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 685 48.2 48.2 Voorwaarden lid 4 NL.IMRO.s3301 NL.IMRO.s3304 NL.IMRO.s3302

De nadere eisen als bedoeld in dit artikel mogen slechts worden gesteld indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van een of meerdere van de hieronder opgenomen items:

  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  2. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de directe omgeving;
  3. de milieukwaliteit;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de sociale veiligheid;
  6. de brandveiligheid en rampenbestrijding;
  7. het woon- en leefklimaat;
  8. een ecologisch en landschappelijk verantwoorde inrichting.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 686 48.3 48.3 Verwijzing naar algemeen toetsingskader lid 4 NL.IMRO.s3301 NL.IMRO.s3302

Voor de aspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij toetsing van de gehanteerde begrippen, wordt verwezen naar artikel 42.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 687 artikel 49 Artikel 49 Algemene ontheffingsregels artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 688 49.1 49.1 Ontheffing algemeen lid 4 NL.IMRO.s3305 NL.IMRO.s3307

Indien niet op grond van een andere bepaling van de regels ontheffing kan worden verleend, kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van/voor:

  1. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, mits het afwijkingen van geringe betekenis betreft ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan, waarbij:
  1. geen wijziging wordt aangebracht in de ligging van de as van de weg die is vermeld;
  2. geen belangen van derden worden geschaad;.
  3. de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft;
  4. de aanpassing niet leidt tot overschrijding van de voorkeursgrenswaarde dan wel de hogere grenswaarde op enig geluidgevoelig object;
  1. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat de vorm van het bouwvlak voor zover zulks bij de definitieve uitmeting, bij de verkaveling of bij de nadere detaillering noodzakelijk en/of wenselijk is, mits de genoemde afwijkingen niet meer dan 10% bedragen;
  2. de maten en eigenschappen van gebouwen ten behoeve van een welstandtechnisch beter verantwoord gebouw of gebouwenensemble, indien zonder de ontheffing niet of moeilijk aan redelijke eisen van welstand zou kunnen worden voldaan;
  3. de hoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in verband met het bouwen op een hoger peil met ten hoogste 1 meter, teneinde:
  1. de hoogte van de begane grondvloer in overeenstemming te brengen met de omringende bebouwing;
  2. voldoende drooglegging te creëren ten opzichte van de grondwaterspiegel;
  1. de bestemmingsbepalingen voor het oprichten van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten behoeve van het (weg)verkeer en de waterhuishouding of ten dienste van het openbaar nut - met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen -, mits deze bouwwerken geen grotere oppervlakte dan 15 m2 en geen grotere goothoogte dan 3 meter hebben;
  2. de bestemmingsbepalingen ten aanzien voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op de openbare weg die niet behoren tot de specifieke uitrusting van een weg, alsmede op openbare groenvoorzieningen tot ten hoogste 10 meter;
  3. de bestemmingsbepalingen voor het oprichten bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten dienste van het telecommunicatieverkeer – waaronder begrepen antennes en zend- en ontvangstmasten en/of sirenemasten, al dan niet van openbare orde tot ten hoogste 40 meter;
  4. Wat betreft zend- en ontvang- en/of sirenemasten gelden nog de volgende voorwaarden:
  1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten alsmede op bedrijventerreinen en sportparken;
  2. installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan:
  • op gebouwen met een hoogte van tenminste 15 meter; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen geheel dienen te worden ontzien;
  • tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten;
  1. de bestemmingsbepalingen voor de situering, aanleg of bouw van geluidwerende voorzieningen, tot maximaal de voorgeschreven hoogte zoals deze op basis van regelgeving is bepaald c.q. conform de daarop gebaseerde besluitvorming is vastgelegd;
  2. het oprichten van gebouwtjes als jongeren ontmoetingsplaats (=jop), mits deze bouwwerken geen grotere oppervlakte dan 40 m² en geen groter bouwhoogte dan 3 meter hebben;
  3. het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ter wering van geluidhinder anders dan aangegeven onder j, luchtverontreiniging, brand- en explosiegevaar, mits de hoogte ten hoogste 6 meter bedraagt;
  4. het realiseren van voorzieningen ten behoeve van de verkeers- en waterinfrastructuur alsmede de waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie, waaronder in elk geval begrepen (riool)gemalen;
  5. het realiseren van visstoepen, te waterlaatplaatsen voor vaartuigen, waterinnamepunten ten behoeve van brandweer en landbouw en daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
  6. het oprichten van gedenktekens, beeldhouwwerken en andere kunstuitingen, geen gebouw zijnde;
  7. het aanbrengen/oprichten van oeververbindingen (bruggen) voor fietsers en voetgangers, met dien verstande dat de hoogte, gemeten vanaf waterpeil ter plaatse, niet meer mag bedragen dan 5 meter;
  8. het oprichten van kleine, niet voor bewoning bestemde, gebouwtjes voor zakelijke doeleinden, zoals kiosken en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen gebouwtjes tot een maximale inhoud van 50 m³;
  9. overschrijdingen van de krachtens de bepalingen in dit plan toegelaten hoogte van bouwwerken, voor de bouw van dakopbouwen voor technische installaties, zoals liftopbouwen, ventilatie-installaties en soortgelijke bouwwerken, die anders hun functie niet kunnen niet vervullen;
  10. het plaatsen van vrijstaande reclameobjecten (zuilen en/of borden) met een maximale bouwhoogte van 10 m¹;
  11. het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde alsmede het uitvoeren van werkzaamheden alsmede het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de aanleg en instandhouding van boven- als ondergrondse ecovoorzieningen, zoals faunapassages en ecoduikers, binnen de in het plan gelegen bestemmingen, mits de bestemmingsbepalingen hierin niet voorzien, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken maximaal 2 meter bedraagt.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 689 49.2 49.2 Voorwaarden lid 4 NL.IMRO.s3305 NL.IMRO.s3308 NL.IMRO.s3306

Een ontheffing als bedoeld in 49.1 mag slechts worden verleend als daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  1. het straat- en bebouwingsbeeld;
  2. het landschapsbeeld;
  3. de woonsituatie;
  4. de milieusituatie
  5. de verkeersveiligheid;
  6. de sociale veiligheid;
  7. de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 690 49.3 49.3 Nadere eisen lid 4 NL.IMRO.s3305 NL.IMRO.s3309 NL.IMRO.s3306

Burgemeester en wethouders kunnen bij de ontheffing als bedoeld in 49.1 nadere eisen (voorwaarden) stellen teneinde een ruimtelijk verantwoorde plaatsing ten opzichte van de omgeving te waarborgen, ten aanzien van:

  1. de situering van bouwwerken;
  2. de situering van parkeervoorzieningen;
  3. de hoogte van bouwwerken;
  4. de situering, aard en omvang van werken, geen bouwwerken zijnde.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 691 49.4 49.4 Ontheffing Bed&Breakfast lid 4 NL.IMRO.s3305 NL.IMRO.s3306

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen om Bed&Breakfast toe te staan in (burger)woningen en (agrarische)bedrijfswoningen binnen de bestemmingen als bedoeld in hoofdstuk 2, indien dit niet op grond van een andere bepaling in dit plan toegestaan is, met dien verstande dat:

  1. de woonfunctie als hoofdfunctie gehandhaafd dient te blijven;
  2. de woning door de hoofdgebruiker dient te worden bewoond;
  3. de Bed&Breakfast voorziening binnen de ter plaatse, op grond van de bouwregelgeving, toegestane bebouwing (hoofdgebouw met de daarbij behorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen) gerealiseerd dient te worden;
  4. de voorziening door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet mag (kunnen) functioneren als een zelfstandige woning;
  5. de ruimten binnen de woning waarin Bed&Breakfast wordt aangeboden dienen te voldoen aan de geldende bouwregelgeving, waaronder begrepen de gemeentelijke Bouwverordening en het Bouwbesluit;
  6. het parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden, waarbij als parkeernorm geldt 1 parkeerplaats per kamer, tenzij blijkt dat het parkeren binnen het openbaar gebied niet leidt tot een onevenredige hinder voor de woonomgeving;
  7. de Bed&Breakfast voorziening geen onevenredige afbreuk mag veroorzaken aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  8. permanente bewoning niet is toegestaan;
  9. de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het pand, perceel of complex behouden dienen te blijven;
  10. Bed&Breakfast eigenaren een nachtregister moeten bijhouden, als bedoeld in de APV.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 692 artikel 50 Artikel 50 Algemene verwijzingsregels artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3334 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 693 50.1 50.1 Wijziging – Algemeen lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3312

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), ten behoeve van:

  1. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein.

De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 5 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot;

  1. het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen en/of andere grenslijnen en aanduidingen ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan met dien verstande dat de afwijking ten hoogste 5 meter mag bedragen, mits het wijzigingen betreft waarbij geen belangen van derden worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of anderszins een meetverschil of indien de situatie ter plekke daartoe aanleiding geeft;
  2. het wijzigen van de in in dit plan geformuleerde uitwerkings- en/of wijzigingsbepalingen betreffende het te realiseren % aan water in de uit te werken plandelen of te wijzigen plandelen (wijzigingsbevoegdheid), indien dit op basis van de op dat moment geldende klimaatscenario's noodzakelijk wordt geacht voor vaststelling van het uitwerkingsplan of wijzigingsplan;
  3. een andere situering en/of begrenzing van de bouwpercelen, dan wel bouwvlakken, bouwzones, bouwgrenzen en/of andere aangeduide zones, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken, dat de verschuivingen in verband met de ingekomen bouwaanvragen nodig zijn ter uitvoering van een bouwplan, mits de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, dan wel bebouwingsvlak met niet meer dan 10% zal worden gewijzigd;

met dien verstande dat:

  • de verwerkelijking van de in het plan begrepen gronden dient gewaarborgd te zijn. Dit betekent dat de bestemmingen door de wijziging niet onevenredig mogen worden aangetast.
  • de wijziging mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 694 50.2 50.2 Wijziging – Lijst van bedrijfsactiviteiten lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3313 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 2, bijlage 3 en bijlage 4 te wijzigen, ten behoeve van het toevoegen en/of schrappen van soorten bedrijven en/of het veranderen van de categorie-indeling van bedrijven, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten ten aanzien van de milieugevolgen van bedrijven hiertoe aanleiding geven.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 695 50.3 50.3 Wijziging – Regelgeving lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3314 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), ten behoeve van het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van tervisielegging van het ontwerp van het plan worden gewijzigd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 696 50.4 50.4 Wijziging – Normstelling lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3315 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het plan te wijzigen indien dit uit stedenbouwkundig oogpunt noodzakelijk is en voor zover zulks het belang van een goede ruimtelijke ordening niet schaadt, en voor zover niet reeds voorzien in de regels, door het afwijken van de in het plan voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 20%, met dien verstande dat:

  • de verwerkelijking van de in het plan begrepen gronden gewaarborgd blijft. Dit betekent dat de bestemmingen door de wijziging niet onevenredig mogen worden aangetast;
  • de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 697 50.5 50.5 Wijziging – Nutsvoorzieningen lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3316 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het plan te wijzigen ten behoeve van het oprichten van transformatorgebouwen, gasdrukmeet- en regelstations, rioolgemalen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken van algemeen nut met een inhoud van ten hoogste 400 m3 en een bouwhoogte van maximaal 4 meter, welke in het kader van de nutsvoorzieningen nodig zijn en welke op grond van het bepaalde in de voorafgaande artikelen niet kunnen worden gebouwd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 698 50.6 50.6 Wijziging – Fietspaden- en ruiterpaden lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3317 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het plan te wijzigen ten behoeve van de aanleg van recreatieve fietsverbindingen en ruiterpaden door wijziging van enige bestemming in een bestemming 'Groen' met nadere aanduiding 'fietspaden' en/of 'ruiterpaden', waarbij na toepassing van de wijzing de bepalingen in artikel 5 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing zijn.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 699 50.7 50.7 Wijziging – Verkeer lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3318 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het plan te wijzigen voor incidentele verbredingen, verleggingen, bochtafsnijdingen e.d. van wegen en paden op basis van verkeers(bouw)technische en verkeerveiligheidsoverwegingen, door wijziging van enige bestemming in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3', waarbij na toepassing van de wijzing de bepalingen in artikel 12 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing zijn.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 700 50.8 50.8 Wijziging – Water lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3319 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het plan te wijzigen voor de incidentele aanleg van tochten, verbredingen van watergangen ten behoeve van de waterberging of noodwaterberging en/of de aanleg van natuurvriendelijke oevers, bochtafsnijdingen, kleine verleggingen e.d., door wijziging van enige bestemming in een bestemming 'Water', waarbij na toepassing van de wijzing de bepalingen in artikel 13 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing zijn.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 701 50.9 50.9 Wijziging – Leidingenzone lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3320 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het plan te wijzigen voor het aanbrengen van de bestemming 'Leidingenzone' met een daarbij behorende vrijwaringszone en een daarop afgestemde set aan bestemmingsregels met betrekking tot de bestemmingomschrijving, de bouwregels, de ontheffingen en het aanlegvergunningstelsel, ten behoeve van de aanleg en instandhouding van leidingen, mits er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de (externe) veiligheid, de gevolgen voor het landschap, het reliëf en het agrarisch gebruik van de gronden, en er geen belemmeringen optreden voor overige functies en er geen verstoring optreedt van telecommunicatie en radarontvangst.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 702 50.10 50.10 Wijziging – Geluidwerende voorzieningen lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3321 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het plan te wijzigen ten aanzien van het aanbrengen/ aanleggen/oprichten van een geluidwerende voorziening (geluidschermen of geluidswallen) om te voldoen aan het bepaalde in de Wet geluidhinder ter zake het aspect wegverkeerslawaai in relatie tot milieugevoelige bestemmingen en objecten met inachtneming van de in een akoestisch onderzoek te bepalen maatvoerings- en situeringeisen en onder voorwaarde dat de betreffende voorziening landschappelijk inpasbaar is.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 703 50.11 50.11 Wijziging – Ruimte voor Ruimte regeling lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3322 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de agrarische bestemmingen te wijzigen met inbegrip van een herindeling van de percelen, naar een bestemming 'Wonen' en 'Tuin', met inachtneming van de volgende bepalingen:

  1. de (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt, met dien verstande dat deze gebouwen en kassen zijn gebouwd voor 1 januari 2003;
  2. op het perceel dient alle (voormalige) bedrijfsbebouwing te zijn gesloopt, met uitzondering van bebouwing dat aangemerkt kan worden als 'gemeentelijk monument' of 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing';
  3. voor de sloop van iedere 1.000 m² aan bedrijfsbebouwing of 5.000 m² kassen ten hoogste één woning kan worden teruggebouwd;
  4. het totaal aantal woningen (als gevolg van sloop) mag na wijziging niet meer dan 4 bedragen;
  5. de bestaande bedrijfswoning mag worden omgezet in een burgerwoning en telt mee voor het totaal aantal toegestane woningen als bedoeld in sub d;
  6. indien er sprake is van sloop op meerdere percelen dient per perceel minimaal 250 m² bedrijfsbebouwing of 1.000 m² kassen te worden gesloopt;
  7. per 100 m² sloop aan kassen boven op de in sub c genoemde bebouwing mag de gezamenlijke inhoud aan woningen worden vermeerderd met 100 m³, waarbij het maximum van 750 m³ mag worden overschreden;
  8. er mag geen aantasting plaatsvinden van de bestaande of de te ontwikkelen waarden;
  9. door nieuwbouw de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verbetert en er geen aantasting plaatsvindt van de bestaande of de te ontwikkelen (bijzondere) waarden (landschappelijk, cultuurhistorisch of natuurwetenschappellijke waarden) op het perceel of in de directe omgeving daarvan;
  10. ter plaatse van de te realiseren woning(en) dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat mogelijk te zijn;

Dit betekent dat, voorafgaand aan de wijziging voor de nieuwbouw van woningen, dient:

  • te worden aangetoond dat de geproduceerde geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige objecten, ten gevolge van de binnen en buiten het plangebied gesitueerde gezoneerde wegen, de wettelijke voorkeurgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder niet overschrijdt;

danwel,

  • voldaan wordt aan de ontheffing voor een hogere grenswaarde verleend door het daartoe bevoegde gezag conform de Beleidsregel Hogere waarden van de regio Midden Holland, of
  • de geluidluwe gevel of stille zijde van de woning naar de weg zal worden gesitueerd;
  1. er mogen als gevolg van de wijziging geen (milieuhygiënische) belemmeringen ontstaan met betrekking tot het functioneren van omliggende agrarische bedrijven;
  2. een inrichtingsplan wordt overlegd waarin wordt aangegeven op welke wijze de woning(en) aansluit(en) op de bestaande stedenbouwkundige structuren en landschappelijk wordt ingepast;
  3. alvorens te beslissen omtrent de wijzing winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een onafhankelijk natuur- en landschapsdeskundige met betrekking tot de vraag of de aanwezige landschappelijke en/of natuurwaarden door de wijziging niet onevenredig c.q. onherstelbaar worden aangetast en omtrent te stellen voorwaarden

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 704 50.12 50.12 Wijziging – Vrijkomende agrarische bebouwing lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3323 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de agrarische bestemmingen te wijzigen ten behoeve van de vestiging van kleinschalige bedrijven en/of kleine maatschappelijke voorzieningen, met inachtneming van de volgende bepalingen:

  1. hergebruik dient plaats te vinden binnen de bestaande bedrijfsgebouwen die zijn gesitueerd binnen het aangegeven bouwvlak;
  2. het hergebruik mag geen verkeersaantrekkende activiteiten betreffen die de omgeving onevenredig belasten en tengevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeerplaatsen, noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen';
  3. het hergebruik dient aanvaardbaar te zijn in milieuhygiënisch opzicht, waarbij alleen niet-industriële bedrijven zijn toegestaan passend in de milieucategorieën 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  4. het hergebruik mag geen onevenredige belemmeringen opleveren voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven alsmede voor omliggende woningen;
  5. alvorens te besluiten omtrent de wijziging winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een landschapsdeskundige met betrekking tot de vraag of de aanwezige landschappelijke waarden door de wijziging niet onevenredig c.q. onherstelbaar worden aangetast en omtrent eventueel te stellen voorwaarden;

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 705 50.13 50.13 Wijzigingsbevoegdheid – 'Wro-zone – wijzigingsgebied 1' lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3324 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone – wijzigingsgebied 1' te wijzigen ten behoeve van de bouw van nieuwe lint- of laanbebouwing of vernieuwing van bestaande lint- of laanbebouwing in de lintzone met inbegrip van een herindeling van de percelen, in de vorm van:

  1. vrijstaande en halfvrijstaande woningen:
  • met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen / (open) erven, in- en uitritten;
  • in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot maximaal 70 m²;
  1. woon-werk combinaties, waarbij de bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  2. de vestiging van maatschappelijke voorzieningen en/of kleinschalige bedrijven met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  3. (ontsluitings)weg(en), fiets- en voetpaden alsmede watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen;

met inachtneming van de volgende bepalingen:

  1. in het wijzigingsplan worden bouwvlakken opgenomen, waarbinnen de hoofdgebouwen (woningen), bedrijfsgebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen behorende bij de woning dienen te worden gebouwd;
  2. de wijziging mag niet leiden tot een aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. bij de wijziging wordt nadrukkelijk aangesloten bij de bestaande stedenbouwkundige opzet in de aangrenzende gebieden. Uitgangspunt vormt een aansluiting bij de identiteit en opbouw van lint- of laanstructuur en de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving;
  4. voor de vaststelling van het wijzigingsplan dient ten behoeve van de bouw van (nieuwe) woningen vast te staan dat er een aanvaardbare milieuhygiënische situatie zal zijn gewaarborgd ten aanzien van de milieugevoelige objecten/functies. Dit betekent onder andere dat, de milieuhygiënische belemmeringen ten gevolge van binnen en buiten het plangebied aanwezige milieubelastende functies, op grond waarvan milieubelemmeringen zijn bepaald, genoegzaam dienen te zijn weggenomen en/of de voorwaarden in acht zijn genomen zoals neergelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende relevante leefmilieuaspecten. In elk geval dient rekening gehouden te worden met de op de verbeelding opgenomen 'milieuzone';
  5. de geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten binnen de lintzone niet meer mag bedragen dan de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde door het bevoegde gezag conform de Beleidsregel Hogere waarden van de regio Midden Holland;
  6. de te realiseren lintzone dient duurzaam ontwikkeld te worden met inachtneming van de volgende milieukwaliteiten:
  1. een te realiseren GPR gebouwscore van 7 ten aanzien van duurzaamheid;
  2. het uitvoeren van de woningen met de vaste- en kostenneutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen;
  3. het geluidniveau binnen alle woningen mag niet meer bedragen dan 33 dB;
  1. de ruimtelijke en architectonische vormgeving en de inrichtingsprincipes van het gebied worden neergelegd in beeldkwaliteitregels. In de beeldkwaliteitregels wordt onderscheid gemaakt in gebieden met een 'zware' en met een 'lichte' regie. Waar bebouwing opvallend in beeld is vanuit de openbare ruimte (langs de hoofdontsluitingsroute), zullen strikte randvoorwaarden aan de architectuur worden gesteld, waaronder begrepen de kleur van de bouwmaterialen, de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  2. in het wijzigingsplan wordt de exacte ligging van de (ontsluitings)weg(en), voet- en fietspaden vastgelegd;
  3. in het wijzigingsplan wordt de exacte ligging van de waterstructuur vastgelegd, daarbij dient de waterstructuur aan te sluiten op de waterstructuur van de aangrenzende percelen;
  4. in het wijzigingsplan wordt tenminste 10% aan water gerealiseerd (procenten steeds berekend ten opzichte van de bruto-oppervlakte van het totale wijzigingsplan met dien verstande dat het water op het bouwperceel aaneengesloten aangelegd dient te worden (d.w.z. niet doodlopend en geen afzonderlijke waterpartijen) en zoveel mogelijk aan de voorzijde (de naar de naar weg georiënteerde zijde) van het perceel gesitueerd te worden;
  5. in het wijzigingsplan wordt de normering voor het te hanteren vloerpeil opgenomen. Daarbij geldt dat, ter voorkoming van wateroverlast op basis van het waterbergend vermogen van het peilgebied waarin het wijzigingsgebied is gesitueerd, het te hanteren vloerpeil nader wordt bepaald, met dien verstande dat vooraf het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard schriftelijk heeft ingestemd met de op te nemen normering;
  6. de parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd;
  7. uitsluitend toegestaan zijn vrijstaande en halfvrijstaande woningen, alsmede bedrijfsgebouwen ten dienste van de woon-werk combinaties als bedoeld in 50.13, onder 2 en bedrijfsgebouwen als bedoeld in 50.13, onder 3;
  8. ten aanzien van de bebouwings- en gebruikregels voor woningen met de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt zoveel mogelijk het bepaalde in artikel 14 voor woningen in acht genomen, met inachtneming van tevens van de bepalingen in sub 0 tot en met sub bb van dit artikel;
  9. de breedte van het perceel bedraagt ten minste 25 meter voor halfvrijstaande woningen en tenminste 30 meter voor vrijstaande woningen;
  10. het bouwperceel mag tot maximaal 30% bebouwd worden;
  11. de inhoud van de woning, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en exclusief vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, bedraagt maximaal 750 m³;
  12. het maximale oppervlak aan bedrijfsgebouwen per bouwperceel bedraagt ten hoogte 30%;
  13. de bouwhoogte van de woning bedraagt maximaal 10 meter;
  14. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 10 meter;
  15. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en overkappingen per woning bedraagt maximaal 70 m²;
  16. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter;
  17. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter;
  18. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 5,50 meter;
  19. de gebouwen moeten gebouwd moeten in of achter de voorgevelrooilijn, die gesitueerd is op een afstand van 10 meter uit de as van de (aanliggende) weg;
  20. de afstand van het hoofdgebouw (woning), uitgezonderd voor halfvrijstaande woningen wat betreft de zijde waar de woningen aan elkaar zijn verbonden, en bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt tenminste 5 meter;
  21. de afstand van nieuw op te richten hoofdbebouwing tot bestaande hoofdbebouwing op de naastliggende kavel bedraagt ten minste 10 meter, uitgezonderd voor halfvrijstaande woningen wat betreft de zijde waar de woningen aan elkaar zijn verbonden;
  22. in het wijzigingsplan kan bepaald worden dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn onder voorwaarden ontheffing te verlenen voor verhoging van de toegestane hoogte met maximaal 3 meter, mits:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet wordt aangetast;
  2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van een doelmatig en/of efficiënt gebruik van de bebouwing op het bouwperceel;
  1. ter uitvoering van de bestemmingsdoeleinden burgemeester en wethouders bevoegd zijn nadere eisen te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van dit plan;
  2. in het wijzigingsplan wordt de ligging van de (ontsluitings)weg(en) en voet- en fietspad(en) in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3-' vastgelegd als bedoeld in artikel 12;
  3. in het wijzigingsplan het water vastgelegd wordt in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 706 50.14 50.14 Wijzigingsbevoegdheid - 'Wro-zone – wijzigingsgebied 2' lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3325 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone – wijzigingsgebied 2' te wijzigen ten behoeve van een te realiseren kwaliteitszone met bebouwing, met inbegrip van een herindeling van de percelen, in de vorm van:

  1. de vestiging van maatschappelijke voorzieningen en/of kleinschalige bedrijven met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  2. (ontsluitings)wegen, fiets- en voetpaden alsmede watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen;

met inachtneming van de volgende bepalingen:

  1. in het wijzigingsplan worden bouwvlakken opgenomen, waarbinnen de gebouwen dienen te worden gebouwd;
  2. de wijziging mag niet mag leiden tot een aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. bij de wijziging wordt nadrukkelijk aangesloten bij de bestaande stedenbouwkundige opzet in de aangrenzende gebieden. Uitgangspunt vormt een aansluiting bij de identiteit en opbouw van lint- of laanstructuur en de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving;
  4. de lintzone wordt duurzaam ontwikkeld, waarbij de volgende milieukwaliteit wordt nagestreefd een te realiseren GPR gebouwscore van 7 ten aanzien van duurzaamheid;
  5. de ruimtelijke en architectonische vormgeving en de inrichtingsprincipes van het gebied worden neergelegd in beeldkwaliteitregels. In de beeldkwaliteitregels wordt onderscheid gemaakt in gebieden met een 'zware' en met een 'lichte' regie. Waar bebouwing opvallend in beeld is vanuit de openbare ruimte (langs de hoofdontsluitingsroute), zullen strikte randvoorwaarden aan de architectuur worden gesteld, waaronder begrepen de kleur van de bouwmaterialen, de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  6. in het wijzigingsplan wordt de exacte ligging van de waterstructuur vastgelegd, daarbij dient de waterstructuur aan te sluiten op de waterstructuur van de aangrenzende percelen;
  7. in het wijzigingsplan wordt tenminste 10% aan water gerealiseerd (procenten steeds berekend ten opzichte van de bruto-oppervlakte van het totale wijzigingsplan met dien verstande dat het water op het bouwperceel aaneengesloten aangelegd dient te worden (d.w.z. niet doodlopend en geen afzonderlijke waterpartijen) en zoveel mogelijk aan de voorzijde (de naar de naar weg georiënteerde zijde) van het perceel gesitueerd te worden;
  8. de parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd;
  9. de breedte van het perceel bedraagt ten minste 30 meter;
  10. het bouwperceel mag tot maximaal 30% worden bebouwd;
  11. het maximale oppervlak aan bedrijfsgebouwen per bouwperceel bedraagt ten hoogte 30%;
  12. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 10 meter;
  13. de bouwhoogte van de overkapping bedraagt maximaal 4 meter;
  14. de gebouwen moeten gebouwd worden in of achter de voorgevelrooilijn, die gesitueerd is op een afstand van 10 meter uit de as van de (aanliggende) weg;
  15. de afstand van bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt tenminste 5 meter;
  16. de afstand van de hoofdgebouwen tussen de verschillende percelen bedraagt tenminste 10 meter;
  17. in het wijzigingsplan kan bepaald kan worden dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn onder voorwaarden ontheffing te verlenen voor verhoging van de toegestane hoogte met ten hoogste 3 meter, mits:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet wordt aangetast;
  2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van een doelmatig en/of efficiënt gebruik van de bebouwing op het bouwperceel;
  1. ter uitvoering van de bestemmingsdoeleinden zijn burgemeester en wethouders bevoegd zijn nadere eisen te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van dit plan;
  2. in het wijzigingsplan wordt de ligging van de (ontsluitings)weg(en) en voet- en fietspad(en) in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3-' vastgelegd als bedoeld in artikel 12;
  3. in het wijzigingsplan het water vastgelegd wordt in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 707 50.15 50.15 Wijzigingsbevoegdheid - 'Wro-zone – wijzigingsgebied 3' lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3326 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone – wijzigingsgebied 3' te wijzigen ten behoeve van de bouw van nieuwe lint- of laanbebouwing of vernieuwing van bestaande lint- of laanbebouwing in de lintzone met inbegrip van een herindeling van de percelen, in de vorm van:

  1. vrijstaande en halfvrijstaande woningen:
  • met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen / (open) erven, in- en uitritten;
  • in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteit door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot maximaal 70 m²;
  1. woon-werk combinaties, waarbij de bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  2. de vestiging van maatschappelijke voorzieningen en/of kleinschalige bedrijven met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  3. (ontsluitings)wegen, fiets- en voetpaden alsmede watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen;

met inachtneming van de volgende bepalingen:

  1. in het wijzigingsplan worden bouwvlakken opgenomen, waarbinnen de hoofdgebouwen (woningen), bedrijfsgebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen behorende bij de woning dienen te worden gebouwd;
  2. de wijziging mag niet leiden tot een aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. bij de wijziging wordt nadrukkelijk aangesloten bij de bestaande stedenbouwkundige opzet in de aangrenzende gebieden. Uitgangspunt vormt een aansluiting bij de identiteit en opbouw van lint- of laanstructuur en de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving;
  4. voor de vaststelling van het wijzigingsplan dient ten behoeve van de bouw van (nieuwe) woningen vast te staan dat er een aanvaardbare milieuhygiënische situatie zal zijn gewaarborgd ten aanzien van de milieugevoelige objecten/functies. Dit betekent onder andere dat, de milieuhygiënische belemmeringen ten gevolge van binnen en buiten het plangebied aanwezige milieubelastende functies, op grond waarvan milieubelemmeringen zijn bepaald, genoegzaam dienen te zijn weggenomen en/of de voorwaarden in acht zijn genomen zoals neergelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende relevante leefmilieuaspecten. In elk geval dient rekening gehouden te worden met de op de verbeelding opgenomen 'milieuzone';
  5. de geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten binnen de lintzone niet meer mag bedragen dan de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde door het bevoegde gezag conform de Beleidsregel Hogere waarden van de regio Midden Holland;
  6. de te realiseren lintzone dient duurzaam ontwikkeld te worden met inachtneming van de volgende milieukwaliteiten:
  1. een te realiseren GPR gebouwscore van 7 ten aanzien van duurzaamheid;
  2. het uitvoeren van de woningen met de vaste- en kostenneutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen;
  3. het geluidniveau binnen alle woningen mag niet meer bedragen dan 33 dB;
  1. de ruimtelijke en architectonische vormgeving en de inrichtingsprincipes van het gebied worden neergelegd in beeldkwaliteitregels. In de beeldkwaliteitregels wordt onderscheid gemaakt in gebieden met een 'zware' en met een 'lichte' regie. Waar bebouwing opvallend in beeld is vanuit de openbare ruimte (langs de hoofdontsluitingsroute), zullen strikte randvoorwaarden aan de architectuur worden gesteld, waaronder begrepen de kleur van de bouwmaterialen, de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  2. in het wijzigingsplan wordt de exacte ligging van de (ontsluitings)wegen, voet- en fietspaden vastgelegd;
  3. in het wijzigingsplan wordt de exacte ligging van de waterstructuur vastgelegd, daarbij dient de waterstructuur aan te sluiten op de waterstructuur van de aangrenzende percelen;
  4. in het wijzigingsplan wordt tenminste 10% aan water gerealiseerd (procenten steeds berekend ten opzichte van de bruto-oppervlakte van het totale wijzigingsplan met dien verstande dat het water op het bouwperceel aaneengesloten aangelegd dient te worden (d.w.z. niet doodlopend en geen afzonderlijke waterpartijen) en zoveel mogelijk aan de voorzijde (de naar de naar weg georiënteerde zijde) van het perceel gesitueerd te worden;
  5. in het wijzigingsplan de normering voor het te hanteren vloerpeil wordt opgenomen. Daarbij geldt dat, ter voorkoming van wateroverlast op basis van het waterbergend vermogen van het peilgebied waarin het wijzigingsgebied is gesitueerd, het te hanteren vloerpeil nader wordt bepaald, met dien verstande dat vooraf het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard schriftelijk heeft ingestemd met de op te nemen normering;
  6. de parkeervoorzieningen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd;
  7. uitsluitend toegestaan zijn vrijstaande en halfvrijstaande woningen, alsmede bedrijfsgebouwen ten dienste van de woon-werk combinaties als bedoeld in 50.15, sub 2 en bedrijfsgebouwen als bedoeld in 50.15, sub 3;
  8. ten aanzien van de bebouwings- en gebruikregels voor woningen met de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen zoveel mogelijk het bepaalde in artikel 14 voor woningen in acht genomen wordt, met inachtneming van tevens de bepalingen in sub 0 tot en met sub ab van dit artikel;
  9. de breedte van het perceel bedraagt ten minste 25 meter voor halfvrijstaande woningen en tenminste 30 meter voor vrijstaande woningen;
  10. het bouwperceel tot maximaal 30% bebouwd mag worden;
  11. de inhoud van de woning, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en exclusief vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, maximaal 750 m³ mag bedragen;
  12. het maximale oppervlak aan bedrijfsgebouwen per bouwperceel bedraagt ten hoogte 300 m²;
  13. de bouwhoogte van de woning maximaal 10 meter bedraagt;
  14. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen maximaal 10 meter bedraagt;
  15. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en overkappingen per woning maximaal 70 m² bedraagt;
  16. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter;
  17. de goothoogte van bijgebouwen maximaal 3,50 meter bedraagt;
  18. de bouwhoogte van bijgebouwen maximaal 5,50 meter bedraagt;
  19. de gebouwen gebouwd moeten worden in of achter de voorgevelrooilijn, die gesitueerd is op een afstand van 10 meter uit de as van de (aanliggende) weg;
  20. de afstand van het hoofdgebouw (woning), uitgezonderd voor halfvrijstaande woningen wat betreft de zijde waar de woningen aan elkaar zijn verbonden, en bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt tenminste 5 meter;
  21. de afstand van nieuw op te richten hoofdbebouwing tot bestaande hoofdbebouwing op de naastliggende kavel bedraagt ten minste 10 meter, uitgezonderd voor halfvrijstaande woningen wat betreft de zijde waar de woningen aan elkaar zijn verbonden;
  22. in het wijzigingsplan bepaald kan worden dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn onder voorwaarden ontheffing te verlenen voor verhoging van de toegestane hoogte met maximaal 3 meter, mits:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet wordt aangetast;
  2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van een doelmatig en/of efficiënt gebruik van de bebouwing op het bouwperceel;
  1. ter uitvoering van de bestemmingsdoeleinden burgemeester en wethouders bevoegd zijn nadere eisen te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van dit plan;
  2. in het wijzigingsplan wordt de ligging van de (ontsluitings)weg(en) en voet- en fietspad(en) in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3-' vastgelegd als bedoeld in artikel 12;
  3. in het wijzigingsplan het water vastgelegd wordt in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 708 50.16 50.16 Wijzigingsbevoegdheid - 'Wro-zone – wijzigingsgebied 4' lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3327 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming(en) binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 4' te wijzigen ten behoeve van:

  1. een tuincentrum behorend tot het type III of IV;
  2. infrastructuur en parkeervoorzieningen;
  3. groenvoorzieningen ten behoeve van de landschappelijke inpassing;
  4. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  5. water;

met dien verstande dat:

  1. alvorens tot wijziging wordt besloten, door de aanvrager van het te vestigen tuincentrum een locatiekeuzeonderzoek dient te worden overgelegd, waarin ingegaan wordt op:
  • de ruimtelijke aspecten;
  • verkeersaspecten;
  • milieuaspecten;
  • financiël e uitvoerbaarheidsaspecten;

ter bepaling van de keuze van het te vestigen tuincentrum op deze lokatie;

  1. het tuincentrum wordt vastgelegd in een specifieke bestemming met de daarbij behorende bouw- en gebruiksregels;
  2. een bouwmarkt ter plaatse niet is toegestaan;
  3. in het wijzigingsplan een of meerdere bouwvlakken worden opgenomen waarbinnen de gebouwen dienen te worden gebouwd;
  4. buitenopslag niet wordt toegestaan;
  5. er wordt naar gestreefd waterberging zoveel mogelijk onder de bedrijfsruimte(en) te situeren ten behoeve van duurzaam ruimtegebruik;
  6. in het wijzigingsplan het aantal te realiseren parkeervoorzieningen wordt opgenomen, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele combinatie van parkeergelegenheid met het P + R terrein van Rijkswaterstaat;
  7. in het wijzigingsplan de maximale bouwhoogte, het maximale bebouwingspercentages alsmede overige maatvoeringeisen en situeringseisen worden vastgelegd voor de op te richten gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 709 50.17 50.17 Wijzigingsbevoegdheid – 'Wro-zone – wijzigingsgebied 5' lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3328 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone – wijzigingsgebied 5' te wijzigen ten behoeve van de realisering van een kwaliteitszone met bebouwing, met inbegrip van een herindeling van de percelen, in de vorm van:

  1. vrijstaande en halfvrijstaande woningen:
  • met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen / (open) erven, in- en uitritten;
  • in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteit door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot maximaal 70 m²;
  1. woon-werk combinaties, waarbij de bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  2. de vestiging van maatschappelijke voorzieningen en/of kleinschalige bedrijven met dien verstande dat de bedrijfsactiviteiten behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in bijlage 3;
  3. wegen, fiets- en voetpaden alsmede watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen;

met inachtneming van de volgende bepalingen:

  1. in het wijzigingsplan worden bouwvlakken opgenomen, waarbinnen de hoofdgebouwen (woningen), bedrijfsgebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen behorende bij de woning dienen te worden gebouwd;
  2. de wijziging mag niet leiden tot een aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. bij de wijziging wordt nadrukkelijk aangesloten bij de bestaande stedenbouwkundige opzet in de aangrenzende gebieden. Uitgangspunt vormt een aansluiting bij de identiteit en opbouw van lint- of laanstructuur en de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving;
  4. voor de vaststelling van het wijzigingsplan dient ten behoeve van de bouw van (nieuwe) woningen vast te staan dat er een aanvaardbare milieuhygiënische situatie zal zijn gewaarborgd ten aanzien van de milieugevoelige objecten/functies. Dit betekent onder andere dat, de milieuhygiënische belemmeringen ten gevolge van binnen en buiten het plangebied aanwezige milieubelastende functies, op grond waarvan milieubelemmeringen zijn bepaald, genoegzaam dienen te zijn weggenomen en/of de voorwaarden in acht zijn genomen zoals neergelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende relevante leefmilieuaspecten. In elk geval dient rekening gehouden te worden met de op de verbeelding opgenomen 'milieuzone';
  5. de geluidsbelasting op geluidsgevoelige objecten binnen de lintzone niet meer mag bedragen dan de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde door het bevoegde gezag conform de Beleidsregel Hogere waarden van de regio Midden Holland;
  6. de te realiseren lintzone dient duurzaam ontwikkeld te worden met inachtneming van de volgende milieukwaliteiten:
  1. een te realiseren GPR gebouwscore van 7 ten aanzien van duurzaamheid;
  2. het uitvoeren van de woningen met de vaste- en kostenneutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen;
  3. het geluidniveau binnen alle woningen mag niet meer bedragen dan 33 dB;
  1. de ruimtelijke en architectonische vormgeving en de inrichtingsprincipes van het gebied worden neergelegd in beeldkwaliteitregels. In de beeldkwaliteitregels wordt onderscheid gemaakt in gebieden met een 'zware' en met een 'lichte' regie. Waar bebouwing opvallend in beeld is vanuit de openbare ruimte (langs de hoofdontsluitingsroute), zullen strikte randvoorwaarden aan de architectuur worden gesteld, waaronder begrepen de kleur van de bouwmaterialen, de presentatie en bebouwingsvorm van de ter plaatse op te richten gebouwen;
  2. in het wijzigingsplan wordt de exacte ligging van de wegen, voet- en fietspaden vastgelegd;
  3. in het wijzigingsplan wordt de exacte ligging van de waterstructuur vastgelegd, daarbij dient de waterstructuur aan te sluiten op de waterstructuur van de aangrenzende percelen;
  4. in het wijzigingsplan wordt tenminste 10% aan water gerealiseerd (procenten steeds berekend ten opzichte van de bruto-oppervlakte van het totale wijzigingsplan met dien verstande dat het water op het bouwperceel aaneengesloten aangelegd dient te worden (d.w.z. niet doodlopend en geen afzonderlijke waterpartijen) en zoveel mogelijk aan de voorzijde (de naar de naar weg georiënteerde zijde) van het perceel gesitueerd te worden;
  5. in het wijzigingsplan de normering voor het te hanteren vloerpeil wordt opgenomen. Daarbij geldt dat, ter voorkoming van wateroverlast op basis van het waterbergend vermogen van het peilgebied waarin het wijzigingsgebied is gesitueerd, het te hanteren vloerpeil nader wordt bepaald, met dien verstande dat vooraf het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard schriftelijk heeft ingestemd met de op te nemen normering;
  6. de parkeervoorzieningen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd;
  7. uitsluitend toegestaan zijn vrijstaande en halfvrijstaande woningen, alsmede bedrijfsgebouwen ten dienste van de woon-werk combinaties als bedoeld in 50.17, sub 2 en bedrijfsgebouwen als bedoeld in 50.17, sub 3;
  8. ten aanzien van de bebouwings- en gebruikregels voor woningen met de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen zoveel mogelijk het bepaalde in artikel 14 voor woningen in acht genomen wordt, met inachtneming van tevens de bepalingen in sub 0 tot en met sub ab van dit artikel;
  9. de breedte van het perceel ten minste 30 meter voor halfvrijstaande woningen en tenminste 40 meter voor vrijstaande woningen dient te bedragen;
  10. het bouwperceel tot maximaal 30% bebouwd mag worden;
  11. de inhoud van de woning, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en exclusief vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, maximaal 750 m³ mag bedragen;
  12. het maximale oppervlak aan bedrijfsgebouwen per bouwperceel bedraagt ten hoogste 30&;
  13. de bouwhoogte van de woning bedraagt maximaal 10 meter;
  14. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 10 meter;
  15. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en overkappingen per woning bedraagt maximaal 70 m²;
  16. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 30 centimeter en de bouwhoogte maximaal 5 meter;
  17. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter;
  18. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 5,50 meter;
  19. de gebouwen gebouwd moeten worden in of achter de voorgevelrooilijn, die gesitueerd is op een afstand van 10 meter uit de as van de (aanliggende) weg;
  20. de afstand van het hoofdgebouw (woning), uitgezonderd voor halfvrijstaande woningen wat betreft de zijde waar de woningen aan elkaar zijn verbonden, en bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt tenminste 5 meter;
  21. de afstand van nieuw op te richten hoofdbebouwing tot bestaande hoofdbebouwing op de naastliggende kavel bedraagt ten minste 10 meter, uitgezonderd voor halfvrijstaande woningen wat betreft de zijde waar de woningen aan elkaar zijn verbonden;
  22. in het wijzigingsplan bepaald kan worden dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn onder voorwaarden ontheffing te verlenen voor verhoging van de toegestane hoogte met maximaal 3 meter, mits:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet wordt aangetast;
  2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van een doelmatig en/of efficiënt gebruik van de bebouwing op het bouwperceel;
  1. ter uitvoering van de bestemmingsdoeleinden burgemeester en wethouders bevoegd zijn nadere eisen te stellen overeenkomstig het bepaalde in artikel 48 van dit plan;
  2. in het wijzigingsplan wordt de ligging van de ontsluitingsweg(en) en voet- en fietspad(en) in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3-' vastgelegd als bedoeld in artikel 12;
  3. in het wijzigingsplan het water vastgelegd wordt in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 710 50.18 50.18 Wijzigingsbevoegdheid - 'Wro-zone - wijzigingsgebied 6' lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3329 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming(en) binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 6' te wijzigen ten behoeve van:

  1. de aanleg en instandhouding van een weg met maximaal 2 x 1 rijstrook aansluitend op de N456-West (Rottelaan), met inbegrip van de daarbij behorende rotondes, verkeerstechnische uitrusting, infrastructurele voorzieningen en eventueel geluidwerende voorzieningen;
  2. groenvoorzieningen ten behoeve van de landschappelijke inpassing;
  3. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  4. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten van brandstoffen;

met dien verstande, dat:

  1. de aanleg van de infrastructuur wordt vastgelegd conform een door de wegbeheerder opgesteld wegontwerp;
  2. het wegdek van de regionale gebiedsontsluitingsweg voor wegverkeer wordt uitgevoerd met een sterk geluidabsorberend asfalt;
  3. voor de gebruiks- en bouwregels aangesloten wordt bij en zoveel mogelijk van toepassing wordt verklaard de bepalingen als opgenomen in artikel 11 'Verkeer – Wegverkeer 2'.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 711 50.19 50.19 Wijzigingsbevoegdheid - 'Wro-zone - wijzigingsgebied 7' lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3330 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming(en) binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 7' te wijzigen ten behoeve van:

  1. de bouw van woningen, in de vorm van vrijstaande, halfvrijstaande en geschakelde woningen, patiowoningen, gestapelde en aaneengesloten woningen alsmede woongebouwen:
  1. met de daarbij behorende bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen / (open) erven, brandgangen, in- en uitritten;
  2. in combinatie met de uitoefening van aan huis gebonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw;
  1. toegangs- en ontsluitingswegen, fiets- en voetpaden;
  2. watergangen en waterpartijen met natuurvriendelijke oevers;
  3. waterhuishoudkundige voorzieningen;

met de daarbij bouwwerken, werken en werkzaamheden, bruggen, duikers en/of dammen, overige kunstwerken, infiltratievoorzieningen en overige voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 712 50.20 50.20 Bij uitvoering van het wijzigingsplan als bedoeld in 50.19 wordt: lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3331 NL.IMRO.s3311
  1. de aanleg van de infrastructuur wordt vastgelegd conform een door de wegbeheerder opgesteld wegontwerp;
  2. de groenvoorziening vastgelegd in de bestemming 'Groen' als bedoeld in artikel 5;
  3. de voortuin/gazon behorende bij de woning vastgelegd in de bestemming 'Tuin' als bedoeld in artikel 8;
  4. de ligging van de ontsluitingswegen en woonstraten vastgelegd in een bestemming 'Verkeer – Wegverkeer 3' als bedoeld in artikel 12;
  5. wordt het water vastgelegd in de bestemming 'Water' als bedoeld in artikel 13;
  6. de woning vastgelegd in een bestemming 'Wonen' als bedoeld in artikel 14, met vermelding van de typologie van de woning en de daarbij behorende bouwregels;

met dien verstande dat de regels uit de betreffende bestemmingen zoveel mogelijk van toepassing worden verklaard, tenzij vanwege stedenbouwkundige of milieu overwegingen en/of verkeerkundige overwegingen aangepaste regelgeving wenselijk is.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 713 50.21 50.21 Wijzigingsbevoegdheid - 'Wro-zone - wijzigingsgebied 8' lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3332 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming(en) binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 8' te wijzigen ten behoeve van:

  1. de aanleg en instandhouding van een weg aanhakend op de N219, ter ontsluiting van het nieuw te ontwikkelen glastuinbouwbedrijvenlandschap binnen het vlak met de bestemming 'Glastuinbouwbedrijvenlandschap - Uit te werken 1', met maximaal 2 x 1 rijstrook met inbegrip van de daarbij behorende rotondes, verkeerstechnische uitrusting, infrastructurele voorzieningen en eventueel geluidwerende voorzieningen;
  2. groenvoorzieningen ten behoeve van de landschappelijke inpassing;
  3. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  4. water;
  5. voorzieningen van algemeen nut, met uitzondering van verkooppunten van brandstoffen;

met dien verstande, dat:

  1. de aanleg van de infrastructuur wordt vastgelegd conform een door de wegbeheerder opgesteld wegontwerp;
  2. voor de gebruiks- en bouwregels aangesloten wordt bij en zoveel mogelijk van toepassing wordt verklaard de bepalingen als opgenomen in artikel 12 'Verkeer – Wegverkeer 3'.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 714 50.22 50.22 Wijzigingsbevoegdheid - 'Wro-zone - wijzigingsgebied 9' lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3333 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 9' te wijzigen ten behoeve van:

  1. de aanleg en instandhouding van een weg, die het woongebied Moerkapelle Oost, extern ontsluit op de Middelweg, met inbegrip van de daarbij behorende verkeerstechnische uitrusting en infrastructurele voorzieningen;
  2. groenvoorzieningen;
  3. waterhuishoudkundige voorzieningen;

met dien verstande, dat:

  1. de aanleg van de infrastructuur wordt vastgelegd conform een door de wegbeheerder opgesteld wegontwerp;
  2. voldaan dient te worden aan het bepaalde in of krachtens de Wet geluidhinder;
  3. in het wijzigingsplan de infrastructuur met de daarbij behorende voorzieningen wordt vastgelegd in een bestemming 'Verkeer' met de daarbij behorende bouw- en gebruiksregels als opgenomen in artikel 12 'Verkeer – Wegverkeer 3'.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 715 50.23 50.23 Wijzigingsbevoegdheid - 'Wro-zone - wijzigingsgebied 10' lid 4 NL.IMRO.s3310 NL.IMRO.s3311

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 10' ten behoeve van de sloop van het bestaande woonpand Noordeinde 8 met bijbehorende gebouwen en het oprichten van ten hoogste één nieuwe woning met bijbehorende gebouwen op een nader te bepalen perceel binnen voornoemde gebiedsaanduiding op een kortere afstand gesitueerd van de kern Moerkapelle dan thans het geval is, met inachtneming van de volgende bepalingen:

  1. de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 10' worden gewijzigd in de bestemming 'Ringvaartzone' met de daarbij behorende bouw- en gebruiksregels zoals opgenomen in artikel 16;
  2. er een bestemming 'Wonen' met een daarbij behorend bouwvlak en een bestemming 'Tuin' opgenomen wordt binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 10' ter plaatse waar een nieuw bouwperceel ten behoeve van de bouw van de woning is voorzien, met dien verstande dat:
  1. de wijziging niet mag leiden tot een aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  2. voor de vaststelling van het wijzigingsplan ten behoeve van de bouw van (nieuwe) woning vast dient te staan dat er een aanvaardbare milieuhygiënische situatie zal zijn gewaarborgd ten aanzien van het milieugevoelige object/functie. Dit betekent onder andere dat, de milieuhygiënische belemmeringen ten gevolge van binnen en buiten het plangebied aanwezige milieubelastende functies, op grond waarvan milieubelemmeringen zijn bepaald, genoegzaam dienen te zijn weggenomen en/of de voorwaarden in acht zijn genomen zoals neergelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende relevante leefmilieuaspecten;
  3. de geluidsbelasting op de nieuwe woning niet meer mag bedragen dan de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder dan wel een vastgestelde hogere grenswaarde door het bevoegde gezag conform de Beleidsregel Hogere waarden van de regio Midden Holland;
  4. de woning opgenomen wordt in een bestemming 'Wonen' als bedoeld in artikel 14, met vermelding van de typologie van de woning en de daarbij behorende bouw- en gebruiksregels;
  5. het niet voor gebouwen bestemde deel van de tuin behorende bij de woning wordt opgenomen in een bestemming 'Tuin' als bedoeld in artikel 8, met de daarbij behorende bouw- en gebruiksregels.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 716 artikel 51 Artikel 51 Algemeen toetsingskader artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3344 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 717 51.1 51.1 Functie lid 4 NL.IMRO.s3334 NL.IMRO.s3336

De in dit artikel genoemde criteria gelden in ieder geval als (mede)toetsingskader voor het stellen van nadere eisen, het verlenen van ontheffing en het wijzigen van het plan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 718 51.2 51.2 Gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; lid 4 NL.IMRO.s3334 NL.IMRO.s3337 NL.IMRO.s3335

Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de objectieve gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en bouwwerken die ingevolge overheidsregels zijn toegelaten en gegeven de in de omgeving of op het perceel bestaande beperkingen redelijkerwijs kunnen worden uitgeoefend.
Onder meer wordt rekening gehouden met eventuele te verwachten gevolgen voor de waterhuishouding van omliggende gronden.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 719 51.3 51.3 Stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit lid 4 NL.IMRO.s3334 NL.IMRO.s3338 NL.IMRO.s3335

Ten aanzien van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit kan rekening gehouden worden met de volgende aspecten:

  1. de verhouding tussen bouwmassa en open ruimte;
  2. de verhouding tussen de hoogte en de breedte van de gebouwen;
  3. de samenhang van de bouwvorm, bouwmassa, hoogte en breedte van gebouwen met de directe omgeving;
  4. de situering van de gebouwen op het bouwperceel;
  5. het in stand houden c.q. tot stand brengen van een in stedenbouwkundig opzicht samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 720 51.4 51.4 Milieukwaliteit lid 4 NL.IMRO.s3334 NL.IMRO.s3339 NL.IMRO.s3335

Ten aanzien van de milieukwaliteit dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten:

  1. de mate van hinder voor de omliggende functies;
  2. het verblijfsklimaat in de omgeving;
  3. de verkeersaantrekkende werking;
  4. de gevolgen voor de externe veiligheid; hieronder wordt verstaan het overlijdensrisico als gevolg van activiteiten met gevaarlijk stoffen;
  5. de gevolgen van de aanwezigheid van gevoelige functies voor de hinderlijke functies;
  6. de gevolgen voor flora en fauna in relatie met de omgeving;
  7. de gevolgen voor de bodem- en grondwaterkwaliteit;
  8. de gevolgen voor duurzaamheidskwaliteiten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 721 51.5 51.5 Verkeersveiligheid lid 4 NL.IMRO.s3334 NL.IMRO.s3340 NL.IMRO.s3335

Ten aanzien van de verkeersveiligheid dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten:

  1. de mate van toename van de verkeersintensiteit als gevolg van het gebruik van de gronden;
  2. de aansluiting van in- en uitritten op de openbare weg;
  3. de gevolgen voor het zicht op de openbare weg c.q. fiets- en voetpaden;
  4. de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 722 51.6 51.6 Sociale veiligheid lid 4 NL.IMRO.s3334 NL.IMRO.s3341 NL.IMRO.s3335

Ten aanzien van de sociale veiligheid dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten:

  1. de mogelijkheden voor de verbetering van toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een sociaal onveilige plek;
  2. de mate waarin het toezicht op en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van een openbare ruimte wordt ingeperkt.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 723 51.7 51.7 Brandveiligheid en rampenbestrijding lid 4 NL.IMRO.s3334 NL.IMRO.s3342 NL.IMRO.s3335

Ten aanzien van de brandveiligheid en rampenbestrijding dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten:

  1. de aanwezigheid van vluchtwegen;
  2. de bereikbaarheid van de bouwwerken;
  3. de beschikbaarheid en bereikbaarheid van adequate blusmiddelen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 724 51.8 51.8 Woon- en leefklimaat lid 4 NL.IMRO.s3334 NL.IMRO.s3343 NL.IMRO.s3335

Ten aanzien van het woon- en leefklimaat dient rekening gehouden te worden met de volgende aspecten:

  1. de toename van het verkeer en de parkeerbehoefte;
  2. overlast door lawaai, stank en/of trillingen;
  3. de bezonning;
  4. het uitzicht;
  5. privacy.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 725 51.9 51.9 Landschapsbeeld lid 4 NL.IMRO.s3334 NL.IMRO.s3335

Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient te worden gestreefd naar het in stand houden c.q. tot stand brengen van een zo goed mogelijke inpassing van objecten in het bestaande c.q. het nieuw te ontwikkelen landschap, waarbij bij voorkeur wordt aangesloten op de landschappelijke structuren, open ruimten zoveel mogelijk worden vrijgehouden en bebouwing zoveel mogelijk wordt geclusterd.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 726 artikel 52 Artikel 52 Algemene procedureregels artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3350 NL.IMRO.s3164 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 727 52.1 52.1 Ontheffing lid 4 NL.IMRO.s3344 NL.IMRO.s3346

Bij toepassing van een ontheffing, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, van toepassing.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 728 52.2 52.2 Wijziging lid 4 NL.IMRO.s3344 NL.IMRO.s3347 NL.IMRO.s3345

Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 729 52.3 52.3 Uitwerkingsplicht lid 4 NL.IMRO.s3344 NL.IMRO.s3348 NL.IMRO.s3345

Bij toepassing van de uitwerkingsplicht, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 730 52.4 52.4 Aanlegvergunning lid 4 NL.IMRO.s3344 NL.IMRO.s3349 NL.IMRO.s3345

Bij het verlenen van een aanlegvergunning, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is de procedure als vervat in de Wet ruimtelijke ordening van toepassing.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 731 52.5 52.5 Nadere eisen lid 4 NL.IMRO.s3344 NL.IMRO.s3345

Bij toepassing van de nadere eisenregeling, die onderdeel uitmaken van dit plan, is op de voorbereiding van een besluit voor de procedure als bedoel in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 732 artikel 53 Artikel 53 Bepaling inzake de verwerkelijking van het plan artikel 3 NL.IMRO.s3163 NL.IMRO.s3164

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.4 van de Wet ruimtelijk ordening wordt de verwerkelijking van het plan, voor zover het betreft de als zodanig op de verbeelding aangegeven gronden, in de naaste toekomst noodzakelijk geacht.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 733 hoofdstuk 4 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels hoofdstuk 2 NL.IMRO.s2601 NL.IMRO.s3364 NL.IMRO.s2602

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 734 artikel 54 Artikel 54 Overgangsrecht artikel 3 NL.IMRO.s3351 NL.IMRO.s3361 NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 735 54.1 54.1 Overgangsrecht ten aanzien van bouwwerken lid 4 NL.IMRO.s3352 NL.IMRO.s3354

Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 736 54.2 54.2 Ontheffing vergroting lid 4 NL.IMRO.s3352 NL.IMRO.s3355 NL.IMRO.s3353

Eenmalig kan ontheffing worden verleend van het bepaalde in 54.1, sub a voor het vergroten van de oppervlakte of inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde in 54.1, sub a met maximaal 10%.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 737 54.3 54.3 Uitzonderingen op het overgangsrecht ten aanzien van bouwwerken lid 4 NL.IMRO.s3352 NL.IMRO.s3356 NL.IMRO.s3353

Het bepaalde in 54.1 is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 738 54.4 54.4 Overgangsrecht ten aanzien van het gebruik lid 4 NL.IMRO.s3352 NL.IMRO.s3357 NL.IMRO.s3353

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 739 54.5 54.5 Verandering strijdig gebruik lid 4 NL.IMRO.s3352 NL.IMRO.s3358 NL.IMRO.s3353

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in 54.4 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 740 54.6 54.6 Onderbreking strijdig gebruik lid 4 NL.IMRO.s3352 NL.IMRO.s3359 NL.IMRO.s3353

Indien het gebruik, bedoeld in 54.4, na inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 741 54.7 54.7 Uitzonderingen op het overgangsrecht lid 4 NL.IMRO.s3352 NL.IMRO.s3360 NL.IMRO.s3353

Het bepaalde in 54.4 is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 742 54.8 54.8 Hardheidsclausule lid 4 NL.IMRO.s3352 NL.IMRO.s3353

Voor zover toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 743 artikel 55 Artikel 55 Slotregel artikel 3 NL.IMRO.s3351 NL.IMRO.s3352

Deze regels kunnen worden aangehaald onder de naam:

Regels deel uitmakend van het bestemmingsplan 'Zuidplas Noord' van de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van d.d. 16 juni 2009

De griffier, De voorzitter,
………. ………

NL.IMRO.1666.BP00200-VG01 744 Bijlagen bij de regels bijlagen bij regels 2 NL.IMRO.s2601 NL.IMRO.s2602